Wandelplezier

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dinsdag, 12 juli 2011

 

 

Vakantie en werk, wat een wereld van verschil. Gelukkig vertoef ik graag in beide werelden, het is enkel de overgang die mij verplicht om een klik te maken in mijn hoofd. Die klik heb ik nog niet gemaakt nu ik tijdens deze eerste werkdag weer naar mijn werk wandel.

De temperatuur bedraagt een aangename 25 graden, en terwijl de vogels hun zomerlied fluiten verwent de natuur mij met enkele braambessen, die naast de slootkant ‘pluk mij’ roepen. Ik lijk wel ergens op een verre vakantiebestemming beland te zijn, ook al stap ik gewoon via de vertrouwde landwegen en bossen naar mijn werk. Pas daar zal de klik in mijn hoofd gemaakt worden, niet eerder.

Gekomen in het park de Renesse valt mijn oog daarbij op een merkwaardig schaduwspel, nog nooit eerder heb ik zoiets gezien. De zon laat haar licht als een spot op de stam van een boom vallen, waardoor de schaduwen van enkele takken en bladeren er kunstig mooi op afgebeeld worden, alsof ik naar een met houtskool gemaakt kunstwerkje kijk, een prehistorische boomschildering, ook al is het wel degelijk schaduw dat ik zie. Magisch.

 

 

 

 

Wanneer ik die dag om iets na negen uur via dezelfde route terug naar huis wandel, lijkt de natuur zich plots tegen mij te keren. Er raast een storm over het bos, waarbij de wind genadeloos aan de bomen rukt terwijl de regen mij langs alle kanten belaagt.

Ik tracht mij met een paraplu te wapenen die in volle paniek overstag dreigt te gaan en mij smeekt om hem alsjeblieft niet te lossen. Wat een contrast, het sprookje van deze middag is onverwacht veranderd in een nachtmerrie. Het bos kreunt terwijl de bladeren me rond de oren vliegen en de pikzwarte wolken mij bedreigen met een onweer om u tegen te zeggen. Geen enkele vogel laat zich nog horen, en ik vraag me af of ze dicht tegen elkaar zitten nu, of ze oogcontact met elkaar maken, communiceren zonder te fluiten, de storm in stilte ondergaand.

Ondanks de kracht van de storm dwalen mijn gedachten af en lijk ik uit mijn lichaam te treden. Ik voel mij opstijgen, honderden kilometers hoog, zwevend tussen Aarde en Mars, een plek waar de stilte regeert, terwijl het zonlicht mij verwarmt in de rust van ons zonnestelsel. Hier voel ik mij veilig, niets laat hier vermoeden wat mijn lichaam nu doormaakt, wandelend in een duister bos, in de waanzin van een onweersbui in hartje zomer.

 

 

 

 

Index