Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

29 januari 2009

 

 

Misschien komt het door het griepvirus van de voorbije weken, misschien is het op mijn hersenen geslagen. Misschien. Maar de bomen, ze fluisteren. Geloof me, er is geen twijfel, ik hoor ze fezelen, vlak achter mijn rug. Ik doe alsof ik het niet hoor, maar het stoort me. Het stoort me mateloos. In een poging ze te negeren laat ik het oculair met een vertrouwd plopje uit mijn barlow schuiven. Ik leg de barlow neer, en ik schuif het oculair terug in de houder van de sterrenkijker. En ik kijk.

Naar de kleinste sterrenhoop die ik ooit gezien heb. Ik zie hem, hoewel ik hem slechts zesentwintig maal vergroot. Nog nooit heb ik zoiets zwaks gezien. Een glimlach verschijnt op mijn lippen. Hij is ongetwijfeld goud waard, maar zelfs de bomen lijken hem niet op te merken. Ze zijn te druk bezig. Dat gefluister toch. Roddelen ze misschien, over mij?

NGC2266, dat is de sterrenhoop die ik momenteel onder ogen zie. Enkel bij perifeer kijken zie ik iets van een gloed. En het doet inderdaad aan een klein komeetje denken. Ik neem mijn barlow er nogmaals bij, en nu zie ik enkele sterretjes. Ze staan slordig achter elkaar, als een sliert spaghetti. In een poging nog meer te ontdekken neem ik mijn 5mm-oculair erbij. Van een nevel is nu echter geen spoor meer te bekennen, wel enkele sterren, gewoon iets groter, met een pikzwarte achtergrond. Ik neem terug mijn kleinste vergroting en kijk nogmaals. Jawel, zo ontzettend zwak. Een klein neveltje. Net een klein komeetje.

NGC 2266!. Op het moment dat ik het roep kijk ik over mijn schouder. De twee boompjes zijn duidelijk geschrokken, muisstil staan ze daar, badend in onschuld. Alsof ik het me allemaal verbeeld heb. Ik draai mijn hoofd terug richting sterrenkijker, maar enkele ogenblikken later hoor ik ze alweer. Ze giechelen, aangestoken door het venijn van de wind. Ik zucht. En ik grabbel mijn sterren-atlas.

Pagina 27 van de Pocket Sky Atlas. In het midden van het blad, helemaal links tegen de rand. De Messier met het hoogste cijfer. De sterrenhoop1 is mijn volgende doel. Beide assen staan los, en ik draai de kijkerbuis met de finesse van een balletdanser richting Achtersteven. Wat een rare naam voor een sterrenbeeld. En ik beroer het wieltje, een klikje is hoorbaar. Het is de kleur van de passie, stralend in mijn zoeker. Ik laat het puntje even oplichten en terug verzwakken. Ik voel me een jager, zoekend naar een nietsvermoedende prooi. Ik leg mijn wang tegen de kijkerbuis, alsof ik een schoudergeweer omklem, en ik richt, rechtstreeks naar mijn doel.

Maar ik ben geen doder, integendeel, ik wil alleen maar beminnen, bewonderen. Ik speur naar de weg die me naar deze sterrenhoop zal leiden, met een eindeloos respect voor die buitenaardse natuur. En ik voel mezelf optillen van de grond, ik zweef, wat een heerlijk gevoel, weg zwaartekracht, jawel, ik vlieg, het is wonderlijk, ik vlieg! Ik word gedragen door een onzichtbare hand, een hand die me in vogelvlucht naar die prachtige sterrenhoop brengt. Alsof ik in een futuristische Concorde zit met slechts n wijzerplaat, die geijkt het aantal lichtjaren per seconde aangeeft.

Ik heb hem vlug gevonden. Een heldere sterrenhoop. Leuk. Een sterrenhoop die smeekt om een lage vergroting. Ik steek mijn barlow erbij, en nu is hij nog net beeldvullend te zien. Echt veel sterren zijn er niet bijgekomen. Bij 130 maal merk ik n klein dubbelsterretje op. Nee, ik vergroot hem terug laag. En ik dwaal even rond. De sterrenhoop valt onmiddellijk op, je kan er niet naastkijken.

Ik probeer even M46 te zoeken, maar ik vind geen spoor van M46, niets. Wat raar. Ik haat koppige sterrenhopen, en in slechts een vingerknip ben ik terug op Aarde. Ik kijk nogmaals in mijn atlas. Hij zou vlakbij moeten staan. Maar hoe goed ik ook zoek, M46 laat zich niet zien. Jammer. Maar geen tijd te verliezen. Vlug naar het volgende object.

Orion. Ik kijk er met het blote oog naar. Elke keer als ik dat toe bekruipt mij even een naar gevoel. Een gevoel waarbij ik mij in gevechtshouding wil opstellen. Al besef ik dat Orion mij geen kwaad doet, ook al ziet hij er nog zo machtig en onoverwinnelijk uit. Orion is geen vijand, Orion is een vriend, een beschermer.

En ik richt de kijker naar de beroemde nevel. Voor de eerste keer dit waarneemjaar. Mijn doel is M43 te bekijken, zeker nu ik weet waar ik deze merkwaardige Messier kan vinden. Ik zie M43, zonder twijfel, ik zie hem. Maar M42 eist alle aandacht op. Ik kan mijn blik er niet vanaf houden. Ik wil hem proeven, ik wil hem opeten. En ik begin te bijten, te slikken, ik neem hem volledig op in mij, geen restje nevel wil ik laten liggen. Maar de nevel is te groot, mijn ogen zijn groter dan mijn maag. En mijn darmen beginnen op te spelen, ik krijg krampen, buikpijn. Ongelooflijke buikpijn. Ik tuur door mijn sterrenkijker en zie niets meer van de nevel.

Ik besef dat ik iets vreselijks heb gedaan, iets wat onmiddellijk weer rechtgezet moet worden. Ik sta recht, zet mijn benen uit elkaar. Ik zak iets door mijn knien, ik hap een keer naar adem. Waarop ik de Orionnevel met een langgerekte krakende scheet terug de ruimte in blaas. Ik tuur nogmaals door de kijker, en wat een geluk, de nevel staat er weer, alsof er niets gebeurd is. Ik heradem. Een ramp is vermeden.

En ik twijfel. Zou ik het doen? Zou het lukken? Ik denk aan haar, en ik weet even niet meer wat te bekijken. Ik kan wat hulp gebruiken, en ik neem een besluit, ik probeer het gewoon, ik zie wel of het lukt. Ik neem mijn oculair uit de houder en leg mijn linkerwijsvinger op de rand van de houder. Ik draai met mijn vinger driemaal over de rand van de houder. En ik prevel een geheime toverspreuk. Zachtjes. Bijna onhoorbaar.

Ik sta recht, hef mijn rechterbeen op, en hink tweemaal rond mijn sterrenkijker. Ik zet mij terug neer, en draai nogmaals driemaal met mijn linkerwijsvinger over de rand van de houder. En ik prevel het tweede deel van de toverspreuk.

En plots gebeurt het, op slechts een meter van mijn sterrenkijker. De lucht wordt ijl, de lucht lijkt te smelten. Het huis dat achter die plek staat lijkt te vervormen. Een rood licht ontwaakt op die plek en wordt omgeven door nevel die de kleur van de Orionnevel aanneemt. Een verschijning wordt zichtbaar, de vormen van een vrouwenlichaam tekenen zich langzaam af. Het lijkt wel een hologram, een verschijning waar je doorheen kan kijken. De nevel trekt weg, en de lucht kalmeert weer. Ongelooflijk, de toverspreuk heeft gewerkt, ze staat daar, op slechts een meter afstand van mij, een verschijning, levensecht en voelbaar tot in mijn binnenste ziel: Demelza2.

Ik kijk haar in de ogen, en ze lacht, jawel, ze lacht. Ik voel een glimlach verschijnen, en tegelijkertijd ontwaakt er een nieuw gevoel in mij. Het is de verlegenheid die ik voel, de verlegenheid van de eerste ontmoeting. Ik zie haar naar mijn sterrenkijker kijken, en de verlegenheid wakkert nog aan, alsof ze iets intiems van me aan het bekijken is.

Plots kijkt ze naar omhoog, naar de sterrenhemel. Ze ziet al de lichtvervuiling, ze ziet hoe verre van perfect het hier is om waar te nemen. Haar blik raakt Orion. Het is alsof ze van die plek gekomen is, alsof ze een binding heeft met Orion. En ze kijkt plots weer naar mij, ze glimlacht, ze legt haar hand op mijn schouder. Ik begrijp haar, woorden zijn overbodig, woorden zouden de sfeer slechts verpesten.

Ik sta recht, ik maak plaats, en Demelza grijpt mijn pianostoeltje. Maar ze zet ze zich niet neer, integendeel, ze neemt het stoeltje mee. Naar mijn verrekijkerstatief. Wat een leuke verrassing. Ze gaat me een verrekijkerobject laten zien! Mijn verlegenheid maakt plaats voor nieuwsgierigheid. Er flakkert iets op in mij, een verlangen, een drang, een onweerstaanbare drang. Het is het vuur dat mij wakker houdt, het vuur dat mij doet leven, het is de drang om waar te nemen, om te ontdekken. Het is het plezier dat de Aarde doet ronddraaien.

Ik zie ze kijken door de verrekijker. En ze blijft kijken. Tot ze plots rechtstaat, ze wenkt mij. Ik zet mij terug op mijn stoeltje, en ik tuur, ik tuur door de verrekijker. Ik zie drie heldere sterren die n rechte lijn vormen. Rond die drie sterren dwarrelen ontzettend veel zwakkere sterretjes. Het lijkt wel of ze aan het slalommen zijn tussen de drie heldere sterren door. Even herken ik er een zeepaardje in. Ik kijk even over de verrekijker, en ik zie het, het zijn de drie gordelsterren van Orion. Plots herinner ik me de Deepsky Beauties van Demelza. Jawel, ik kijk momenteel naar Collinder 70. Prachtig. Wat heerlijk om naar te kijken.

Demelza is ondertussen mijn sterrenkijker aan het richten. Aan de stand van de buis te zien duidelijk weer naar Orion. Ik overhandig haar het stoeltje, en ze zet zich, ze stelt het beeld door het oculair scherp. En ze kijkt. Ik zie een glimlach op haar gezicht verschijnen. Ik wacht, vol ongeduld, ik houd het bijna niet meer uit, ik wil zien wat Demelza doet glimlachen.

En ze staat recht, ze kijkt me aan. Ik zet me neer op het stoeltje, en vol spanning kijk ik door het oculair. Ik zie een sterrenhoopje, heldere sterren. Geen volle sterrenhoop, ik tel niet veel sterren. Maar ongetwijfeld een leuk hoopje, prachtig, en de Orionnevel staat er vlakbij. Met de barlow erbij is het sterrenhoopje nog net beeldvullend. Maar ik vind hem het mooiste met de laagste vergroting. Mooi, dit moet NGC 1981 zijn, die vlak boven de Orionnevel staat.

Ik voel een hand op mijn schouder, en ik laat Demelza weer gaan zitten. Ze zoekt een nieuw object, weer in Orion. Ik zie ze de barlow nemen, en vervolgens zie ik ze ook door mijn 5mm-oculair kijken. Ik ben benieuwd wat ze me nu gaat laten zien. Ik kan haast niet meer wachten, ik popel. Ze merkt het, ze begint te lachen, en staat eindelijk recht. Ik zet mij achter de kijker, en ik kijk, door de laagste vergroting, zesentwintig maal. En ik zie een ster, een heldere ster. Alleen maar een ster. Neemt ze me in de maling? Ik bedoel, het is gewoon een ster. Ik kijk haar aan en frons mijn wenkbrauwen. Demelza begint nogmaals te lachen. Ze overhandigt me de barlow. Alsof dat iets zou helpen, alsof ik de ster met mijn barlow beter ga zien.

Maar vooruit, waarom niet. Ik steek de barlow erbij en kijk nogmaals door het oculair. En ik kijk, ik tuur, ik speur. En, ongelooflijk, ik zie plots een tweede sterretje, zo zwak, en zo dichtbij die heldere ster. Het lijkt alsof dat zwakke sterretje een blauwige kleur heeft, of vergis ik mij? Er wordt op mijn schouder getikt. Ik draai mijn hoofd naar achteren, en Demelza overhandigt mij het 5mm-oculair. Ik vergroot 130 maal. En ik tuur nogmaals. De achtergrond wordt pikzwart. Het tweede sterretje is nog net te zien, niet echt een verbetering. Ik kijk naar Demelza, en ze kijkt me vragend aan, ze steekt drie vingers omhoog. Drie? Ik kijk nogmaals door het oculair, en ik zoek, ik zoek me rot. Maar ik zie maar twee sterretjes, geen drie. Plots overvalt het me, dit moet de drievoudige ster Iota Orionis zijn. Het derde sterretje zou magnitude 11 zijn. Ik vermoed dat ik hem door de lichtvervuiling niet kan zien hier. Jammer, maar toch ontzettend leuk dat ik dat dubbeltje te pakken kreeg.

Ik sta recht, ik wil nog iets leuks zien. Demelza zet zich weer neer. Ze richt de kijkerbuis iets hoger. En ze tuurt, ze stelt scherp. En ze staat recht. Ik spring op mijn pianostoel, ik kijk vol spanning door het oculair. En ik zie iets. Ik vermoed een sterrenhoopje, zo ontzettend klein. Het lijkt alsof het hoopje uit twee delen bestaat. Vreemd. Ik neem mijn barlow erbij. En langzaam wordt het duidelijk. Het is NGC 2169, bijgenaamd het 37-cluster. Maar zo klein nog. Ik vergroot hem 130 maal, en nu zie ik het duidelijk, een drie en een zeven, ondersteboven weliswaar.

Dit is echt leuk. Ik heb dit object al eens een keer gezien, het was het eerste object dat ik ooit geschetst heb. Ik had het cluster groter verwacht, en ik besef nu dat ik het cluster toen op de schets iets te groot heb geschetst. Buiten die fout is de schets wel goed gelijkend merk ik. Leuk. Het roept herinneringen op, aan die eerste keer dat ik op de heide ben gaan waarnemen, moederziel alleen. Een jaar geleden nu weeral. Wauw, dit is echt wel een mooie afsluiter.

 

Vervolg verslag

 

 

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________