Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

28 juni 2010

 

 

 

Eigenlijk is het de moeite niet om van deze avond een verslag te schrijven, dus laat ik het kort houden. Het warme zomerweer in combinatie met de azuurblauwe hemel bleek voldoende te zijn om me in te tuin te krijgen, ook al had ik weinig hoop deze avond. En niet onterecht zo bleek, want de Maan kroop alweer uit de aarde en vervuilde de hemel schaamteloos.

Ik had beter naar mijn vriendin geluisterd toen ze naar bed ging, want zonder de minste voorbereiding keek ik wat verveeld naar boven. Deepsky kijken zou een ramp worden onder deze omstandigheden, waardoor ik vol wanhoop in de Zwaan terechtkwam, waar ik verwachtte in een moeras van melkweg terecht te komen, een bijna ondoordringbraar oerwoud van sterren. Alleen leek het nu of ik naar een ontbost sterrenbeeld keek, een weggevaagd woud vol uitgeblazen sterren, waardoor ik slechts plukjes van sterren zag die ronddreven in een poel van verderf.

Er viel me wel een raar sterrenhoopje op, een langgerekt clustertje met een onregelmatige vorm. Het deed me aan een takje denken dat aan de onderzijde in twee richtingen splitste. Links van dit hoopje stonden twee geelkleurige sterren te schijnen. Ik telde in totaal zo’n tiental sterren.

Aanvankelijk vermoedde ik dat ik de sterrenhoop Basel 6 onder ogen zag, maar toen ik achteraf op deepskylog de weinige waarnemingen over dit object vond, twijfelde ik hieraan. Misschien was het toch iets anders wat ik zag, misschien waren het gewoon willekeurige sterren die een apart asterisme vormden. De frustratie borrelde al op.

Gelukkig was de open sterrenhoop M29 wel een object dat ik met zekerheid kon identificeren, ook al kwam deze sterrenhoop niet los van zijn achtergrond. Een magere sterrenhoop bestaande uit twee delen, waarvan de kleinste hoop drie sterren telde, en de andere (hoe kan het ook anders) vijf. Het deed me een beetje aan een kelk denken. Twee gebogen lijnen die met de bolle zijde naar elkaar toe stonden. Door de XW10 zag ik nog enkele zwakkere sterren in het hoopje staan, maar spectaculair kon je het allemaal niet noemen.

Even kwam de neiging op om de kijker terug binnen te zetten, maar het volgende moment draaide ik de kijker alsnog naar Cepheus, waar IC1396 beeldvullend in het plösseltje stond te gapen. Het leek op een sterrenhoop die aan flarden geschoten was, en gelukkig maakte de triple-ster Struve 2816 het toch nog de moeite waard door de 10 ich dobson. Ik meende zelfs bij perifeer kijken wat nevel op te merken rond dit mooie trio, maar des meer ik er naar keek, des te meer begon ik alweer te twijfelen.

Zucht. Een hemel vol verborgen sterren, onzichtbare nevels en begraven planeten. Het enige lichtpuntje was het ISS, dat onverwacht het kosmische sop doorkliefde. Ik probeerde hem te vangen in de dobson, maar het verdomde tuig was me te vlug af.

Een laatste probeerseltje, nog steeds in het sterrenbeeld Cepheus: NGC7235. Een sterrenhoop die zich onder deze omstandigheden toonde als een klein, zwak hoopje. Duidelijk onregelmatig van vorm, noem hem gerust langwerpig zelfs, met een verdikking naar onderen toe. In het midden zag ik een oranjekleurige lucida staan, het geheel deed me een beetje aan een vis denken. Toch vond ik dit hoopje niet echt spectaculair te noemen, en mijn excuses voor dit plotse einde, maar de frustratie en moeheid dreven me spoorslags naar bed.

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________