Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ergens in het sterrenbeeld Camelopardalis bevindt zich een sterrenstelsel dat verdacht veel lijkt op een hoofdpersonage uit een boek van Arnon Grunberg: er scheelt iets aan.

Mensen die regelmatig in de tubus van hun kijker kruipen om op reis te gaan in het heelal, weten dat ik NGC2655 bedoel, een spiraalstelsel waarin een heldere supernova te bewonderen valt die de ietwat trieste benaming SN2011B kreeg.

Een middelgrote kijker onder een vrij donkere hemel zouden moeten volstaan om het ding te kunnen vinden, en wat blijkt? Jawel, ik kom in aanmerking om hem onder ogen te zien, terwijl miljarden anderen  niet eens het besef hebben van het bestaan ervan, laat staan dat ze weten wat een supernova is.

 

***

In NGC2655 zweven planeten waar de nacht verlicht wordt door de flits van een superexplosie. Het is moeilijk voor te stellen hier op aarde, op deze waarneemplek, ver weg van alle koplampen en straatmeubilair, waar de duisternis regeert.

Jammer genoeg ontbeert de nacht aan transparantie, waardoor de juiste plek quasi sterloos te noemen is, een plek die daarbij blaakt in de lichtkoepel van een versuft dorpscentrum.

Zelfs het vluchtig afgedrukte zoekkaartje brengt me in de war, ik zoek me lazarus naar een stelsel waarvan ik bij god niet weet wat ik er kan van verwachten. Tot ik na een half uur zoeken iet zwaks zie oplichten tussen de sterren. Iets nevelachtigs, iets kleins.

Het is een stelsel, zonder twijfel, maar een supernova laat zich niet zien, hoogstens een vermoeden ervan. De Pentax XW10 slaat dat vermoeden spoorslags aan diggelen, een vreugdekreet galmt over de vlakte, ik zie zonder twijfel een sterrenstelsel waar een wazig sterretje naast te vinden is, in dezelfde kleur en helderheid als de kern van het stelsel.

En dat stelsel laat zich zelfs 240 maal vergroten, waardoor de afstand tussen de kern en de supernova opvallend groot te bewonderen valt. Ik kan het amper geloven, een dotje dat even helder is als het centrum van een sterrenstelsel. Een ster die met een oogverblindende flits aan haar einde gekomen is.

 

***

Ik kan het niet laten om mijn blik naar Betelgeuze te wenden, die al een uur achter mijn rug staat te flikkeren, in paniek zo lijkt het wel. Het besef dat deze reus een knal gaat geven waarbij elke levende ziel op aarde geschrokken naar boven zal kijken, geeft me een kick van hier tot in Jakamaka.

Het liefst van al zou ik die knal op mijn sterfbed willen meemaken, net voor ik mijn laatste adem uitblaas, waarbij de levensgroeven op mijn vervallen gelaat verlicht zullen worden alsof het het oppervlak van de maan betreft. Kun je je als sterrenliefhebber nog een mooiere dood wensen? Ik peins het niet.

 

***

Maar voor het zover is draai ik de dobson naar het sterrenbeeld Taurus, waar een restant van een supernova te vinden is: M1, de krabnevel genaamd. De nevel laat zich als een wazige vlek zien, en pas als ik de XW10 in de oculairhouder schuif gaan mijn haren overeind staan.

De rafelige structuren die je op foto’s ziet, laten zich door het oculair niet vinden. Toch lijkt het haast of ik gehypnotiseerd word door die vlek, die zich als een schokgolf lijkt uit te breiden, alsof hij elk moment de lens van mijn oculair gaat verbrijzelen.

Prachtig hoe mooi de vorm van de krab zichtbaar is voor mijn nieuwsgierig oog. Ik kijk naar een plek die mij in een ver verleden een lasoog zou bezorgd hebben, ik zie een restant van een oogverblindende schoonheid, een plek waar ooit weer nieuwe sterren zullen geboren worden, in de schoot van een vervlogen ster.

 

***

De aanblik van al dat geweld doet mij besluiten om de sessie in alle rust te eindigen, rust die relatief dicht in de buurt van de krabnevel te vinden is: Gliese 209, een gele dwergster die de kleur van onze eigen zon aanneemt.

Drie exoplaneten draaien er hun rondjes, twee ervan ergens in de leefbare zone, ze worden verwacht terristrische planeten te zijn. De derde en buitenste planeet betreft vermoedelijk een Jupiterachtige planeet.

Rillingen krijg ik als ik naar dat lichtgele sterretje kijk dat niet groter is dan een puntje. Om er te geraken dien je een duizelingwekkende afstand van 110 lichtjaar te overbruggen. Onbereikbaar met andere woorden, we zullen er nooit geraken, de drie planeten zullen zich voorgoed in geheimen hullen.

Tegelijkertijd doet dat besef mij glimlachen, want het is de brandstof die mij elke heldere nacht weer naar boven doet kijken. Al dromerig, fantaserend over al die onbekende werelden, hier op dit knusse planeetje, dat rust in de Orionarm van ons spiraalstelsel, waar het zo goed vertoeven is. Zeg nu zelf.

 

 

 

 

 

Vorig verslagvolgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SQM

begin: 19.96

midden: 20.06

einde: 20.16

 

transparantie:

zwak

 

temperatuur:

-3° C

 

_________

 

 

 

Orion XT10