Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

26 maart 2010

 

 

 

Op het moment dat ik de toets van mijn dictafoontje indruk en mijn eerste woorden inspreek, zit ik op mijn pianostoel in de tuin, kijkend naar een grotendeels bewolkte hemel. De bedoeling is om de Maan nogmaals onder handen te nemen, en ik heb mij zo comfortabel mogelijk geïnstalleerd: rechts van mij staat de tien inch dobson op het gras, links van mij het uitklapbaar tafeltje met daarop mijn oculairenkoffertje en mijn laptop met virtuele maanatlas.

Ondanks de bewolking heb ik er goede hoop op. De temperatuur is zacht en ik kijk relaxed in het rond, waarbij ik geniet van een sfeervol en kunstig wolkenpalet. Vooral het westen geeft een aparte kijk, waar de wolkenbrij onder invloed van de reeds ondergedompelde zon de kleur van rijpe sinaasappelen aanneemt, en ze sierlijk vermengd wordt met duidelijk koppige wolken, die zich weigeren te beschilderen en zo ongewild de hemel nog meer verrijken.

Her en der toont de hemel tevens unieke tinten blauw, waar af en toe een verdwaalde ster staat te lachen, tussen scherp afgetekende wolkenlappen die overwegend wit van kleur zijn. Al dwalen er ook grotere wolkenvlekken langs de hemel die zich vermommen in het donkerblauw van de hemel. Ze zijn opvallend wazig uitgesmeerd aan de randen, maar verraden zich omdat er op die plekken geen enkele ster te zien is. En plots komt daar de Maan door het wolkendek piepen. Mijn mond valt open. Prachtig.

Het valt me de laatste tijd op dat ik gebeten ben door de Maan, en ik vraag me af of het slechts een bevlieging is. Misschien komt het omdat ik sinds kort besef dat die Maan ten tijde van de dynosauriërs al hetzelfde gezicht toont,
en miljarden mensen die in een ver verleden leefden en voorgoed van deze planeetbol verdwenen zijn, exáct dezelfde Maan onder ogen zagen. Ik lijk wel terug in de tijd te kijken. Fascinerend.

Maar er is geen tijd te verliezen, ik werp een eerste blik door de dobson. Er valt mij een krater op die ver van de terminator verwijderd ligt en een opvallende stralenkrans vertoont, het lijkt op een Mercedesster zonder cirkel. Als ik me niet vergis moet het krater Proclus zijn, waarvan de randen fel oplichten. Dicht in de buurt bevindt zich de Mare Crisium, waar krater Picard mij wat puberig aanstaart. Naast Picard zou ook krater Yerkes te vinden moeten zijn, maar ik zie hem niet, na lang turen hoogstens een hint. Boeiend wel, ik vraag me af hoe krater Yerkes zich laat zien als hij dicht bij de terminator staat.

Met momenten wordt de Maan trouwens gedimd door donkere wolkenslierten die dwars door het beeld van mijn oculair spoken, het lijkt alsof er een brand woedt vlakbij de Maan. Ik reis even naar de terminator, waar krater Aristarchus prachtig te zien is, alsook het gebergte wat er naast staat. Krater Prinz staat in de buurt en toont een aparte verschijning: ik zie een smalle maansikkel die me aan de Turkse vlag doet denken. Meerdere kraters tonen zulke maansikkels merk ik nu, zoals krater Doppelmayer, krater Lee, en zelfs krater Gassendi vertoont een opening in zijn cirkel. Geen idee wat dit veroorzaakt heeft, ik vermoed erosie.

Maar dan laat de Maan mij plots in de steek en zie ik een onheilspellend dik wolkendek de hemel bedekken. Ik besluit terug naar binnen te gaan en check het internet. Met wat geluk zou ik over enkele uren terug van de Maan kunnen genieten. En ik blijk inderdaad geluk te hebben, want na anderhalf uur staat de Maan weer in een redelijk open stuk hemel te blinken. Ik kijk weer even rond en schrik van een wolk die voor de Maan komt hangen, waardoor het licht in de tuin plots uitgeklikt wordt. Wauw.

Wat een verschil met de dag trouwens, ik begrijp nu waar de uitdrukking ‘dag en nacht verschil’ van komt. Terwijl ik gisteren nog afwisselend in de zon en de regen de boompjes stond te snoeien, waarbij de mussen druk tjilpend de tuin tot leven brachten en de hommel het blauw van mijn jeans streelde, sta ik nu in dezelfde tuin maar in een totaal andere atmosfeer. Ik hoor nu slechts het geruis van auto’s en een overvliegend lijnvliegtuig. Met enige moeite hoor ik nog een watervalletje bij de buren dat onhandig pletst, en af ruist de wind door de coniferen. Maar that’s it.

Holy Cow! Nabij Gasinni zie ik twee rotsblokken waanzinnig hoog uitsteken boven het oppervlak. Geen idee of dit slechts gezichtsbedrog is, maar ik val bijna van mijn pianostoel, wat ontzettend prachtig! Het lijkt een Lord of the Rings-achtig bouwwerk, een poort die toegang geeft tot twee kleinere kraters: Mersinius S en Mersenius C. Waanzinnig gewoon, ik kan het amper geloven. Ik moet net op het perfecte moment naar deze sprookjesachtige plek kijken. Komt dat zien!

Maar treuzel niet te lang, want ik dwaal alweer naar de andere kant van de terminator en stop bij krater Schiller. Wow man, het lijkt wel of ik recht naar deze krater vlieg en het landingsgestel van mijn toestel al uitgeklapt is, zo dichtbij lijk ik mij te bevinden. Maar ook de kraters Rost A, Weigel en Weigel B bevinden zich in een magnifiek gebied. Ik kijk door de kromming van de Maan schuin tegen deze regio aan, het lijkt wel een gangpad, een soort geul waar ik elk moment naartoe kan stappen. Prachtig, echt prachtig.

En terwijl ik zit te genieten van dit schouwspel donder ik bijna een tweede maal van mijn pianostoel. Fantastisch, ik kijk plots tegen de zijkant van een krater aan, terwijl ik zonet nog boven het oppervlak van de Maan hing lijk ik nu gewoon geland te zijn op de Maan. Man! Ongelooflijk! Ik kijk recht tegen de buitenkant van een stijle krater aan, in de krater kijken is onmogelijk, de kraterwand is gewoon te hoog voor mij. Felverlicht tegen een pikzwarte achtergrond.

Ik vermoed dat het krater Bettinus of krater Zucchius betreft, maar zeker ben ik hier niet van, het zou ook krater Segner kunnen zijn. Maar het maakt me eigenlijk niet uit welke krater me de weg verspert, dit is gewoon spectaculair mooi!

De tijd vliegt tijdens het waarnemen, ik reis een laatste maal langs de terminator, waar mij naast de twee eerder vernoemde kraters Mersenius S en C ook Mersenius zelf opvalt, die er op dit moment als een kroonkurk uitziet die op haar rug ligt. Een aangename afsluiter, en nog even laat ik mijn blik over de rest van de Maan dwalen, waarop mijn horloge me vertelt dat het dringend tijd wordt om afscheid te nemen van de Maan. Tijd voor Deadwood, mijn favoriete serie, en even later vlij ik me met een voldaan gevoel in de zetel.

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________