Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

25 november 2009

 

 

 

Ben ik een vrouw? Moest ik geen bescheiden klokkenspel hebben, ik zou het nog gaan geloven. Ik kan namelijk ook twee dingen tegelijk: wandelen en naar de sterren kijken.

Gewapend met mijn Helios 10x50 verrekijker en mijn wandelschoenen trek ik er vanavond uit voor een stevige avondwandeling. Het voordeel is dat ik binnen twee minuten in de natuur zit, weg van het dorpscentrum. Met dit in mijn gedachten sla ik de voordeur achter mij dicht en draai ik linksaf, over een gemeentelijke weg die midden door de weilanden en bossen richting Oostmalle leidt.

De wolken bedekken het grootste deel van de hemel, de maan laat zich nauwelijks zien. Een schraal begin, ik stap stevig door. Het voordeel van een avondwandeling is dat de huizen geheimen tonen die ze in daglicht niet laten zien: een computerkamer op de eerste verdieping, een goed gevuld boekenrek, enkele abstracte schilderijen, het licht van een televisie in een donkere woonkamer. Ik geniet van dit onschuldig voyeurisme.

Orion staat nog laag aan de hemel en hult zich geheimzinnig in een sluier van wolken. Ik richt de verrekijker naar de Orionnevel en waarachtig, hij laat zich nog mooi zien ook. Mijn eerste buit is binnen. Ook de Pleiaden, vaag zichtbaar met het blote oog, zijn door de verrekijker een streling. En de Voerman komt nu even tevoorschijn, maar verdwijnt weer vlug als een verlegen scheet achter het wolkendek. Ik glimlach. Dit gaat leuk worden, ik voel het gewoon.

Ik nader het einde van de bebouwde kom. De straatlichten volgen me niet meer, vanaf hier kom ik enkel nog weilanden en bossen tegen, met af en toe een eenzame boerderij. De wind blaast me in de rug en wil me blijkbaar zo ver mogelijk wegleiden van de bewoonde wereld. Ik hoor het hoongelach van de kale loofbomen. Even later wandel ik voorbij een strook naaldbomen, en het valt me voor de eerste keer in mijn leven op dat wind een ander soort geluid veroorzaakt als hij door naaldbomen raast. Niet het hoongelach van de loofbomen, maar een soort zweefvliegtuig dat over mij heen vliegt. Een prachtig geluid. Ook het gekraak van de naaldbomen kan ik wel smaken, en een plastic zakje dat aan een prikkeldraad hangt lijkt me al kletterend iets te willen vertellen. Ik geniet van deze aparte klanken.

Het is donker hier. Pikdonker. Mijn ogen moeten zich even aanpassen. Ik kijk achterom maar zie nog geen spoor van de maan. Toch zie ik iets merkwaardigs: het wolkendek dat voor de maan hangt vertoont twee lange inkepingen waar een zweem van maanlicht doorbreekt. Het lijkt op de wijzers van een horloge dat half tien aanwijst. Wonderlijk, een horloge in het wolkendek. En even later komt de maan dan toch door het wolkendek piepen. Ik richt er onmiddellijk mijn verrekijker naar. Wauw. Ongelooflijk mooi, nu de wolken zo geheimzinnig rond de maan sluipen.

Owwww, Jupiter! Tussen de takken van een loofboom. Ik zie geen maantjes, de verrekijker trilt te veel. Maar wat een apart zicht zo tussen die takken. Prachtig. Ik draai me terug om en wandel verder richting Oostmalle. De eerste boerderij toont zijn lichtjes. Schimmen van koeien kijken me aan. Nogmaals komt Orion tevoorschijn, en ik kan het niet laten om de Orionnevel nog een keer te bewonderen. Hemels mooi, ook de sterrenhoopjes in de buurt van de nevel laten zich mooi zien. En de staart van de Grote Beer kwispelt plots onder het wolkendek door. Leuk.

Ik passeer de kapel van Salphen en wandel naar een aardeweg die als sluipweg gebruikt wordt om naar het centrum van Oostmalle te rijden. Ondertussen geniet ik van een prachtige krans rond de maan en passeer ik een weiland waar ik kilometers ver kan kijken. In het midden van het weiland staat een oude eik. Jupiter staat er pal boven. Wauw. Wat een wandeling! Daarbij spreiden de wolken aan de horizon een speciale oranjekleurige gloed afkomstig van de haven van Antwerpen. Dit geeft toch wel een apart zicht moet ik eerlijk bekennen.

Het grint onder mijn wandelschoenen kraakt. Het ís Herenbos bevindt zich links van mij, op slechts enkele meters afstand. Het is een bosreservaat waar de hazelworm nog te vinden is. Een bos met oude legendes, met ondermeer een prachtige schuur waar een arme man zich ooit verhangen heeft, en waarvan het stoffelijk overschot pas een jaar later gevonden werd. Een mysterieus bos, een sprookjesbos vol geheimen. En een onbewoonde schuur die zich een paar honderden meters in het bos bevindt trekt mijn aandacht. Er brandt licht. Ik kijk met de verrekijker, het licht komt duidelijk uit die schuur. Hoe kan dat nu? Misschien een landloper?

Ik wandel verder over het grintpad en kijk nogmaals naar boven. Witte wolkjes laten nog slechts een tiental sterrenprikjes zien. Adembenemend mooi. Rechts van mij kom ik een weide tegen waar ik tijdens de dag vaak enkele reigers zie tussen het hoge gras. En even later kom ik aan de officiŽle ingang van het sí Herenbos. Zou ik het doen? Zou ik mijn wandeling door het bos verder zetten? Ik voel kriebels in mijn buik in de overtuiging een gewillige bosnimf tegen te komen. De film The Blair Witch Project verban ik zo ver mogelijk weg uit mijn geheugen. Ik twijfel even, maar beslis om het gewoon te doen.

Ik wandel de slagboom voorbij en betreed het bos. Donker. Niet normaal. De maan komt tevoorschijn en wil me helpen. Ik kijk hem in de ogen maar word verblind door het maanlicht. Het pad verdwijnt hierdoor. Zal ik hier verdwalen? Na enkele honderden meters hoor ik plots iemand geschrokken weglopen, over het gevallen bladerdek tussen de eeuwenoude bomen. Ik schrik. Verdomme toch, het klonk zo vlakbij en ik zie werkelijk niets. Het moet een ree zijn. Dit is niet te doen. Ik hoor hier niet. Ik mis iemand waar ik me achter kan verschuilen. Ik besluit terug te keren en dezelfde weg weer naar huis te nemen.

En wat een goede beslissing! Vanaf het moment dat ik terug op het grintpad ben is de hemel plots opvallend opengetrokken. Zeker een kwartier blijf ik aan de ingang van het bos naar boven kijken. Het dubbelcluster staat pal boven mijn hoofd. En dan de harpfiguur van Melotte 20 in Perseus: onwaarschijnlijk mooi! Vervolgens dwaal ik even naar de Hyaden en vergelijk ik welke van de twee sterren de meest oranje kleur heeft: Aldebaran of Betelgeuze (ik denk Betelgeuze). Enkele verdiepingen boven Aldebaran staat het asterisme Daviís Dog speels te keffen. Daarna zie ik in de Voerman enkele Messiers als wazige vlekjes verschijnen en draai ik zonder schroom naar het asterisme de Verlovingsring, waarvan de diamant opvallend naar beneden gericht staat. En natuurlijk pak ik de Pleiaden nog een keer mee, en kijk ik ook even naar de plek waar de Uilnevel te vinden is. Die laat zich niet zien natuurlijk, maar ach, het is het gedacht dat telt. Collinder 70 is dan wel duidelijk en schitterend te zien. Prachtige sterrenprikjes die rond de drie gordelsterren van Orion slalommen en een waar zeepaardmotief tonen. En de Orion-nevel. Wat een sterrenpracht, wat een plezier!

Eigenlijk wil ik nu met de auto naar huis rijden, de gedachte dat ik met de wind op kop helemaal terug naar huis moet wandelen steekt me een beetje tegen. Met een weinig tegenzin wandel ik terug, mijn hoofd naar boven gericht. Tot ik plots een hevig gekraak hoor in het bos naast mij. Weer schrik ik mij bijna een breuk. Het moet een dier zijn, en in daglicht zou ik er vol bewondering naar gekeken hebben, maar hier in het donker geeft het toch een bepaalde vrees. Gewoon omdat je niet kan zien wat je precies zit aan te staren. Ik vermoed dat het een oerinstinct is.

De terugweg valt eigenlijk heel goed mee. Ik zie nog enkele prachtige kransen rond de maan, kom een snurkende koe tegen (echt waar), en de wind lijkt me niet meer tegen te werken. Hij is opvallend mild geworden. Jupiter laat zich niet meer zien, maar de staart van de Zwaan zie ik nog wel boven de daken uitkomen, in duikvlucht richting horizon. Ik moet toegeven dat ik uiteindelijk toch weer stiekem blij ben dat ik een lantaarnpaal tegenkom en de bewoonde wereld terug binnentreed. Een hond blaft me al waarschuwend goeiendag, en vijf minuten later betreed ik de nestwarmte van de woonkamer, waar mijn vriendin me in de zetel verwelkomt. Geen enkele bosnimf kan daar tegen op.


Vorig verslag / volgend verslag