Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

24 februari 2010

 

 

 

Goed, de XT10 staat klaar, het tafeltje, pianostoeltje, oculairen. Ik kan eraan beginnen. Opvallend zacht weer trouwens, de winter lijkt nu eindelijk gesmolten te zijn. Ideaal weer om mij vanavond eens bezig te houden met een hemelobject dat ik eigenlijk veracht en zo’n beetje als de niersteen van de Aarde beschouw: de Maan.

Maar waarom niet. Het is ideaal weer om even in de tuin te vertoeven en de XT10 nog eens onder handen te nemen. Het maanlicht verlicht de tuin trouwens met een sluier van schemer. Zelfs de tuinverlichting van de buurman stoort me deze keer allerminst.

Ik bekijk de Maan even door de 10x50 verrekijker, maar door de hoge stand van de Maan trilt de verrekijker teveel. Eigenlijk zou ik het statiefje moeten nemen, maar in plaats daarvan zoek ik hem meteen in de zoeker van de sterrenkijker. Het beeld verrast me, de Maan laat zich prachtig zien door de zoeker, waardoor ik wat langer dan verwacht door die zoeker blijf kijken.

Ik graai mijn 25mm plösseltje en loer met een vergroting van 48 maal. De Maan is nog steeds mooi beeldvullend te zien. Krater Copernicus en Tycho vallen mij onmiddellijk op, alsook het stralenstelsel rond Tycho. De eyecatcher van deze avond is echter krater Gassendi, die net tegen de rand van de schaduwzijde van de maan ligt en zich daardoor op zijn mooist toont. Midden in krater Gassendi toont zich een fascinerend puntje, het doet mij aan een slaghoedje van een huls denken. De donkere zeeën steken tevens prachtig af tegen het witte zandstrand van de omgeving van Tycho. Maar ook krater Eratosthenes, dat naast Coperni-cus ligt trekt mijn aandacht. Het kleurverschil met Copernicus is op-vallend. Copernicus is opvallend wit, Eratosthenes lijkt daarentegen met water besproeid en bevindt zich duidelijk in een Mare.

Af en toe maken de wolken er een extra schouwspel van door in kapot gereten slierten voor de Maan te glijden, waardoor de Maan wat weer-wolfachtig aandoet en er bij wijlen een prachtige krans rond de Maan verschijnt. Toch kunnen de wolken niet beletten dat ik binnen de kortste keer met een lasoog zit, waarop ik snel mijn variabele polarisatiefilter op het oculair schroef.

Tijd om de barlow er tussen te zetten, waarop ik de Maan 96 maal ver-groot. De Maan is nu niet meer beeldvullend te zien, maar ik schrik van de details die er nu tevoorschijn komen. Spectaculair! Ik merk nu dat de rand van krater Gassendi gebombadeerd werd door een projectiel, waardoor er in de rand van de krater een nieuwe krater ontstaan is.

En ook Copernicus toont zich nu een stuk duidelijker, ik zie verschillende witte strepen en vegen rond deze krater, alsof iemand tevergeefs heeft getracht om Copernicus uit te gommen. Midden in de krater merk ik trouwens meerdere bergen op. Maar van een gebergte gesproken, naast de krater Eratosthenes begint een bergcomplex om u tegen te zeggen. Waanzinnig lang. Ik kijk even op mijn laptop naar het maanprogramma, de bergen blijken meerdere namen te hebben, zoals Mons Ampere, Mons Wolff en Mons Bradley. In de Mare Imbrium merk ik dan weer enkele kleine inslagkraters op die beduidend kleiner zijn dan Copernicus, zoals de krater Lambert en Timocharis. Het rare ervan is dat deze kraters dieper lijken dan Copernicus, omdat ik bij deze kleine kratertjes nog diepe schaduwen opmerk, en bij Copernicus niet. Gezichtsbedrog waarschijnlijk, maar wel leuk.

Maar goed, tijd om het Orion Stratus 5mm oculair te nemen en 240 maal te vergroten. Het valt me onmiddellijk op dat ik met mijn bril niet comfortabel naar de Maan kan kijken door dit oculair. Ik moet letterlijk mijn oog tegen de lens duwen om het volledige beeldveld van het oculair te kunnen benutten. Weg met die bril dus, en mijn linkse oog bedek ik voor de gemakkelijkheid even met een ooglapje.

Om nog even op Copernicus terug te komen, het lijkt wel of ik pal boven Copernicus hang, alsof ik in een helikopter zit en hoog boven Copernicus door een open luikje naar beneden kijk. De buitenzijde van de krater glooit in lange stroken naar beneden, het lijkt begaanbaar, zij het dan slechts voor geoefende wandelaars.

Ik dwaal vervolgens terug naar krater Gassendi, onder deze krater valt mij een zeer onregelmatig en ruw gebergte op, alsof het gemorst cement betreft. De randen van Gassendi zijn ook een stuk steiler dan Copernicus, ik zie ze me nog niet beklimmen, het gaat echt stijl naar beneden. Prach-tig, wat een zicht, alsof de rand van de krater een omwalling is die door mensenhanden gebouwd is. Het lijkt wel Warcraft. De punt in de krater lijkt daarbij een kasteel te zijn dat zich midden in de omwalling bevindt, en de krater in de omwalling lijkt dan weer de perfecte gevechtstoren te zijn. Ik probeer me voor te stellen dat ik midden in de krater sta, omringd door een kilometershoge muur.

Nog een laatste keer scheer ik over het landschap van de Maan. De kleurverschillen zijn opvallend mooi. Maar dan heb ik plots genoeg van de Maan, 
ik blaas het maanlicht weg door de tuinspot erop los te laten. Een half uur later hoor ik de regen weeral trommelen op het dak. Wat een geluk dat ik even kon waarnemen.


Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________