Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

22 maart 2010

 

 

 

Noem je grootste idool of je ergste vijand. Of kies gewoon de beste acteur, de mooiste actrice, of de rijkste mens. Of wat maakt mij het uit, kies gewoon wie je wil. Iemand die geschiedenis schreef, of desnoods een onbenullig iemand, een dom iemand, een slim iemand, een grappig iemand. Kies Britney Spears, f Hannibal, met die olifanten. Of nu we toch bezig zijn, kies Jezus Christus. emand.

Op het moment dat ik deze bedenking maak sta ik ergens alleen, op een plek die ik voor alle gemakkelijkheid mijn tuin noem. Het is een dood-gewone plek, een onbelangrijke plek, en ik ben er zeker van dat de persoon die jij gekozen hebt nog nooit op deze plek gestaan heeft. Niet dat dat iets uitmaakt, helemaal niet, maar ik ben er wel zeker van dat de persoon die je gekozen hebt al meerdere malen naar de Maan gekeken heeft. Tijdens een vakantie zal die persoon al wel eens naar de Maan gekeken hebben, of tijdens een avondwandeling, of s ochtends in de file.

Diezelfde Maan die ik nu onder ogen zie. En het maakt niet uit waar de gekozen persoon zich bevindt, of hij nu in de duurste villawijk van Holly-wood woont of in een sloppenwijk van Kaapstad, of hij nu de rijkste mens op Aarde is of de zoon van God genoemd wordt, allemaal hebben we die Maan al gezien, of nu willen of niet. Je kunt die Maan gewoonweg niet negeren.

En het is ook zon bizar iets, alsof je naar een schilderij van Magritte kijkt. Want zeg nu zelf, je ziet daar wel even een stuk steen in het luchtledige hangen, alsof het een rots is die zich van de aardkorst heeft losgetrokken en vleugels heeft gekregen. Kan het nog surrealistischer? En altijd diezelfde zijde, nooit die achterkant. Zo bizar.

De Maan is nooit mijn beste vriend geweest, laat ik het maar toegeven, maar sinds ik in het bezit ben van mijn nieuwe kijker staar ik hem verrassend genoeg steeds vaker in de ogen. Ook deze avond, waarbij ik over de terminator glijd en ik mijn oog focus op Lunar X, die tijdens dit eerste kwartier van de Maan langzaam uit de schaduw gekropen komt.

Ik moet bekennen dat ik Lunar X wel intrigerend vind, temeer omdat ik er dankzij de tip van Roel op het juiste tijdstip naar kijk, waardoor die X letterlijk voor mijn ogen geboren wordt en ik de schaduw van de Maan met mijn eigen ogen zie opschuiven. Er valt mij tevens een kratertje op in de X, alsook eisen de naastgelegen kraters Werner en Aliacencis alle aandacht op. Wat een verschil met krater Blanchinus, die meer op een opengereten aars lijkt waar de X zich uit alle macht aan lijkt vast te klampen, de twee benen zwevend in de afgrond van de helzwarte maanschaduw.

De onverlichte kant van de Maan tekent zich door het raam van mijn oculair trouwens mooi af tegen de diepte van het heelal. Ik vlieg enkele malen rond de maanbol, waarop ik onzacht terug op de terminator land. Mijn oog valt op krater Hipparchus, die samen met Albategnius een vreemd duo vormt. Het doet me aan een Harry Potter-brilletje denken. In beide kraters zie ik een kleiner kratertje tegen de rand staan, het lijkt wel alsof ze elkaar afstoten. Bij Albategnius valt mij daarnaast een stijl bergje op in het midden van de krater, een mespuntje dat bij Hipparchus niet te zien is.

Er valt mij nog een bizarre kratercombinatie op, bijna in het midden waar Hipparchus en Albategnius elkaar raken. Het zijn vier kraters die in een kromme rij staan en netjes van groot naar klein geordend staan. Het lijken wel Matrjosjka poppen: Halley, Hind, Hipparchus C alsook een kleiner kratertje waarvan de naam mij vreemd is. De aanblik van deze kraters doet wat irreel aan. Ik weet niet wat ik ervan moet denken. Mooi is het woord dat bijna over mijn lippen struikelt.

Boven de Mare Vaporum vallen mij vervolgens twee lange rillen op. Het lijken twee rivieren die over een gigantische lengte kronkelen door een versteend Amazonewoud. Wat een akelig maar tegelijk prachtig zicht. De Rima Hyginus lijkt daarbij in het midden een krater te hebben. Spooky.

Maar mijn oog valt alweer op een ander fascinerend object: krater Cocon, die recht op de top van een smalle bergketen balanceert. Allelujah, komt dat zien! Op de Maan ben je nergens veilig. Of het moet in deze vallei zijn: Vallis Alpes. Waanzinnig, wat een verschil met die rillen. Wat een breedte heeft dit ding, hij loopt ook duidelijk door onherbergzaam gebied en lijkt twee zeen met elkaar te verbinden. En krater Cassini herbergt dan weer twee kleinere inslagkraters in zijn aaneengeregen ar-men, als een knusse kraterfamilie.

En de ene krater blijkt de andere niet te zijn, want naast krater Aristo-teles valt mij een abnormale krater op die genoemd is naar een Noorse missionaris: Egede. Met alle respect voor Egede, maar kun je dit nog wel een krater noemen? Het lijkt gewoon een kring van zand. Bizar, ik heb er geen andere woorden voor. Bizar.

Ik scan nog een laatste maal langs de terminator, en ondanks de schoonheid kijk ik eigenlijk naar pure gruwel. Angstwekkend bijna. Wat een slagveld, in vergelijking met de Maan is Flanders Fields slechts een molshoopje. De Maan lijkt n groot oorlogsfront, alsof het een massagraf is dat zijn doden verzande tot een dode planeet. Sommige gebieden lijken bewerkt te zijn door een plastisch chirurg die midden in zijn operatie bezweek aan een hartaanval. Ik zie de aanblik van gebroken neuzen, bloeduitstortingen en opengesneden borsten, die tevergeefs wachten op hun vormeloze siliconen. Een landschap dat gestalkt werd door duizenden projectielen, waardoor de Maan getatoueerd werd tot een met littekens verminkt gezicht.

 

Vervolg verslag

 

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________