Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Gisteren  

 

21 oktober 2011

 

 

 

Het lukt me niet, en dat is op zijn minst merkwaardig te noemen, om meerdere redenen, en laat ik beginnen met de belangrijkste: er staat een sterrenhemel boven het dak van mijn schulp. Maanloos welteverstaan. Een sterrenhemel die smeekt om bemind te worden, terwijl de dobson al uren in de koude beeft. Het enige wat ik moet doen is naar buiten gaan, en de magie zal ontwaken. Uitslapen is daarbij geen enkel probleem.

Toch lukt het me niet, zoals ik eerder schreef, en om een iets duidelijker beeld te geven van mijn huidige toestand volgt er nu een kort intermezzo:

Het is heerlijk warm in de woonkamer, de verlichting is sfeervol gedimd. De rust streelt mijn gemoed. Geen lawaai van luidruchtige reclame, geen oerdomme televisieprogramma’s. Neen, mijn vriendin leest deze avond een boek, waarschijnlijk een liefdesverhaal. Ik geniet van haar zacht gloeiende lijfje, terwijl op de achtergrond een stukje jazz klinkt. Een trompet neemt het woord.

Om eerlijk te zijn, wat je nu allemaal leest zijn gewoon smoezen. De enige reden waarom ik niet naar buiten ga is is de vermoeidheid, die mijn enthousiasme naar de kruipkelder van mijn ziel boort. Is het dan toch geen verslaving, vraag ik mezelf af. Is al dat waarneemgedoe gewoon een hobby?

Volgens mij niet. Wacht tot de wolken de hemel beklimmen. Wanhopig zal ik naar boven gluren, kwispelend als een hond, terwijl mijn vriendin geen blijf meer met me weet. Trouwens, zelfs een seriemoordenaar slaat wel eens een dagje over.


***

 



Laat ik de waarneemavond van gisteren neerpennen. Gisteren lukte het wel. Laat ik gewoon binnen blijven en me onder de sterrenhemel van de dag voorheen wanen. Beeld je hierbij een verlaten landweg in die kronkelt tussen struikgewas en bomen, ver weg van de bewoonde wereld, waar de weilanden schuilen onder een lichte sluier van nevel. Op het moment dat ik hier arriveer wordt de hemel gekieteld door cirruswolken en contrails. De zon heeft zich uren geleden te slapen gelegd. Het is fris aan de vis.

Mijn eerste vondst betreft een cluster in Cassiopeia, NGC7789 genaamd. Een raadsel borrelt naar de oppervlakte, want volgens de indexpagina van mijn website zou ik dit cluster al gezien moeten hebben. Als ik echter naar het betreffende verslagje klik krijg ik een dode link. Ik vraag me af of ik hem wel degelijk gezien heb.

Mijn eerste blik zegt mij onmiddellijk van niet. Het beeld dat ik nu zie doet geen enkel belletje rinkelen. In de 25mm Orion Sirius Plössl (48x) laat de sterrenhoop zich beeldvullend mooi zien, alsof het een maagd betreft die poseert in een bloementuin.

Er vallen mij twee oranje sterren op die het cluster in toom lijken te houden, eentje in het zuiden en nog eentje meer naar het noorden. De sterrenhoop toont zich als een zwakke maar vooral grote en mysterieuze vlek, waar kleine sterrenprikjes bijna onvatbaar mooi oplichten. De hoop wordt daarbij omkaderd door opvallend felle sterren.

Door de XW10 (120x) wordt het beeld nog een stuk mooier. De omgevingssterren gunnen de sterrenhoop nu beduidend meer vrijheid. Ik zie een kluwen van sterren dat een groot deel van het oculair in beslag neemt. Fascinerend, noem het zonder overdrijven een dikke prop van sterren, waar opvallend veel sterren zich van hun directe kant laten zien. Maar het bizarre is dat de sterren baden in dikke, nevelige draden van onopgeloste sterren, die kriskras door elkaar lopen, alsof ik naar een bol met wol kijk. Wauw! Het lijkt wel een ruimteschip dat zich als een kameleon tussen de sterren verstopt. Prachtig.

En van een contrast gesproken: ik heb de sterrenkijker naar mijn volgend object gericht, nog steeds in Cassiopeia trouwens, waar twee minihoopjes naast elkaar pronken, sprookjesachtig mooi.

Bij 48x kijken de twee verliefd in elkaars ogen. NGC7790 is de grootste en laat slechts enkele sterretjes zien, gedrenkt in nevel. NGC7788 is een stuk kleiner en smeekt om hoger vergroot te worden. De rillingen lopen over mijn lijf, ik kan me niet meer inhouden en moet nú onmiddellijk de Pentax in de oculairhouder plaatsen.

En daar ga ik dan. Met de XW10 zijn beide hoopjes nog samen te zien, al wordt de afstand net iets te groot om er comfortabel naar te kijken. Ik focus me daarom eerst op NGC7790, onder het aanhoudend gekrijs van een vrouwtjesuil. Zo mooi nog, de neveligheid siert het cluster nog steeds. Ik zie nu tevens vier sterren die een trapezium vormen, en boven die vier vormt zich een tweede groepje, al zijn die sterretjes een stuk zwakker. Slechts af en toe lichten ze op, waarna ze zich weer in nevel hullen. De sterrenhoop lijkt daarbij uit twee delen te bestaan.

Ik grabbel de Stratus 5mm (240x) er even bij. De hemelachtergrond wordt nu een stuk donkerder, van neveligheid is geen spoor meer te bekennen. Die bovenste zwakke sterren laten zich nu wel netjes zien, maar zo ontzettend breekbaar allemaal. Wat een leuk ding.

NGC7788 vervolgens, eerst met de Pentax, dat spreekt, waarop ik nogmaals een fascinerend schouwspel onder ogen krijg. Bij direct kijken zie ik slechts twee sterretjes, niet meer dan dat, maar de kunst zit hem in het perifeer kijken, waardoor ik onmiddellijk weer kiekevlees krijg. Brrrrrrrr, man man man! Ontzettend klein en compact, een nevelig pinnemutsje waar prikjes van sterretjes oplichten, niet groter dan een atoom. Het doet me aan die glinsteringen denken die je wel eens op een geschminkt kindergezichtje ziet.

Ook de omgevingssterren tillen NGC7788 naar een hoger niveau. Ze spreiden een ovaal tentoon waar het sterrenhoopje als een diamanten juweel aan vast lijkt te hangen. Ik kan het ook niet laten om NGC7788 met de 5 mm Stratus te bekijken. Een goede zet, want het hoopje laat nu weer een heel ander alsook fascinerend detailbeeldje zien. Drie basissterren die horizontaal op een rijtje liggen, en vanaf elke basisster loopt er een rijtje van sterren naar boven die samenkomen in een punt. Het lijkt wel een piramide. Waanzinnig klein maar oh zo schoon.

Laat ik even op adem komen. Ik gluur naar de hemel. Een sluierwolk trekt zich als een brede sliert van oost naar west, het lijkt op een visnet dat langzaam over het zenit getrokken wordt. De Andromedanevel laat zich tot mijn verrassing met het blote oog bewonderen, perifeer dan toch. Eigenlijk zou ik nu het sterrenstelsel NGC185 willen bekijken, maar die rare sluierwolk gooit roet in het eten.

Ik richt de sterrenkijker dan maar naar een open plek, Perseus genaamd, waar de spectroscopische dubbelster Atik (Omicron Per) te vinden is. Atik is een reuzester met een vreemde begeleider: een dwergster die gedoemd is tot sprinten. In minder dan vijf dagen draait het dwergje een volledig rondje rond Atik The Giant. It’s a crazy world out there.

Maar omdat Atik een spectroscopische dubbelster genoemd wordt, heeft het natuurlijk weinig zin om een queeste naar zijn begeleider te starten. Ik richt daarom alle aandacht naar IC348, een open sterrenhoop die geassocieerd wordt met nevel. Het sterrenhoopje staat tegen de buik van Atik en laat zich onmiddellijk begroeten. Van neveligheid is onder deze hemel (sqm 19.91) geen spoor te bekennen, maar dat maakt eigenlijk niets uit, want IC348 is sowieso de moeite waard om te bekijken.

Ik tel een tiental sterren die verspreid staan in een bijzonder onregelmatige vorm. Twee dubbelsterren stelen de show. De eerste laat een oranje hoofdster zien die begeleid wordt door een zwakke compaan, gekleurd in ongeboren oranje. De andere dubbel toont dan weer twee sterren van dezelfde kleur en helderheid. Puur en very basic. Meer hoeft dat niet te zijn.

En ik baan mij alweer een weg naar een nieuw onbekend iets, te vinden in het sterrenbeeld Taurus: de planetaire nevel NGC1514. Het duurt even voor ik zeker ben van de exacte positie, want met de 25 mm plösseltje laat de planetaire nevel zich niet zien. Enkel de centrale ster staat er, even fel als twee andere achtergrondsterren. De rakker.

Pas als ik de XW10 neem valt mij na geconcentreerd turen een dikke en cirkelvormige nevel op met een scherp afgetekende rand, maar zo ontzettend zwak nog, nauwelijks zichtbaar. Het UHC-E filter brengt de nevel iets meer naar de voorgrond. Raar, want op deepskylog vond ik waarnemingen van mensen die vol lof zijn over deze nevel, bekeken met een gelijkaardig instrument als het mijne. Ik steek het daarom op de magere hemel. Ook de 5 mm geeft mij geen hoop en dompelt de nevel kansloos onder in de zwarte hemelachtergrond.

Nu ik in het sterrenbeeld Taurus ben besluit ik de sterrenkijker nog een stukje verder te draaien, naar Camelopardalis. Bij goed turen vallen de heldere sterren van het asterisme Kemble’s Cascade met het blote oog al op. Ik vervloek mezelf omdat ik de verrekijker niet meegenomen heb, maar door de 9x50 zoeker is deze liaan van sterren eigenlijk een tegenvaller van formaat. Ik heb nog nooit ten volle kunnen genieten van dit asterisme. Telkens tonen de sterren zich net te zwak om er rillingen van te krijgen.

Tijd om de sterrenhoop te bewonderen die aan de onderzijde van het asterisme bengelt: NGC1502. Bij 120x ervaar ik een bijzonder mooi spektakel. De lucida van het cluster is een dubbelster die twee gele sterren toont van dezelfde helderheid. Het duo wordt omringd door een kelk van witblauwe sterren. Ik zou ze zelfs kunnen tellen, maar lui als ik ben beperk ik mij tot een ruwe schatting: twintig sterren. Iets onder het cluster staat trouwens nog een mooi dubbeltje, tenminste, ik vermoed toch dat het een dubbel is. Een oranje ster die trots poseert naast een klein blauwig kompaantje. Leuk.

De SQM is ondertussen gestegen tot 20.03, ten koste van de temperatuur die nog amper een graad boven nul komt. Ik krijg het koud en twijfel wat ik zou doen, nog even verdergaan of ermee ophouden? Na wat getreuzel besluit ik ermee op te houden. Het was een leuke avond, bedenk ik terwijl mijn vriendin een bladzijde omdraait. En daar heb je de trompet ook weer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

SQM

begin: 19.83

einde: 20.03

 

 

temperatuur:

begin: 5° C

einde:   1° C

 

__________

 

 

 

Orion XT10