Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 april 2010

 

 

 

Stel dat de Maan inderdaad ontstaan is door een planetesimaal dat in volle snelheid tegen de Aarde crashte. Ik probeer het me voor te stellen, die klap, en de gevolgen ervan. Vergelijk het met een nietsvermoedende vlieg die tijdens haar vlucht plots verstrikt raakt in een onzichtbaar web, waarop een verlammende gifbeet volgt.

Die klap moet verschrikkelijk zijn, een object ter grootte van Mars dat de Aarde schampt met een duizelingwekkende snelheid, waardoor de Aarde openscheurt en een heel continent in de ruimte gekatapulteerd wordt.

En dan die vormeloze massa die door die impact naast de Aarde terechtkomt, waardoor er een nieuw stuk planeet geboren wordt dat we later ‘Maan’ zullen noemen. Een planeet die op dat moment brandt als een toorts en geen schijn van kans maakt. Gevangen in de aantrekkingskracht van de Aarde, als een slaafs onderworpen ezeltje dat uitzichtloos rondjes draait in een wrede kermisattractie.

Met dat verschil dat de Maan voor lange tijd gebombardeerd wordt door een aanhoudend tapijt van meteorieten, dat het oppervlak van de Maan doet trillen op zijn grondvesten, en waardoor grote stukken maankorst openscheuren en gigantische zeeën van lava uitgebraakt worden. En dan al die rillen, bergketens, valleien, inslagkraters, die de stille getuigen zijn van die gewelddadige periode, de littekens van een tot de dood gemartelde planeet.

Het voelt alsof ik naar een gemummificeerd lichaam kijk dat blaakt in de verstikkende hitte van de zon, maar tegelijkertijd ook rilt in de koude deuropening van het heelal. En op het moment dat ik even wegkijk van mijn oculair klampt de maneschijn mij plots aan. De stilte van de tuin verbleekt, alsof die maneschijn me probeert gerust te stellen, alsof het allemaal niet zo erg was.

Toch is het slechts schijn, de rauwe werkelijkheid zie je pas door het oculair, als je inzoomt op het oppervlak van de Maan, dat wel braille lijkt, het gedrukte levensverhaal van een gekwelde planeet.

Vanavond toont de Maan tot mijn verrassing ook opvallend meer rijkdom dan de vorige avond. Al lijken krater Theopilus, Cyrillus en Catharina, die gisteren nog prachtig te zien waren, door het felle zonlicht verschrompeld te zijn tot enkele banale gaten in een verwaarloost Belgisch wegdek. De Mare Serenitatis is volledig uit de terminator geklommen, en het lijkt of deze Mare een krater op zich is, waarbij het imposante gebergte naast de terminator een kraterwand lijkt te zijn die zich in alle ruwheid toont. Er lijkt tevens een opening midden in deze bergketen te zijn, een soort geul die toegang geeft tot het niets van het onverlichte maanoppervlak.

Het gebied waar krater Aristoteles en Eudoxes zich bevinden is op dit moment een waar genot om naar te kijken. Ik neem het 5mm oculair en vergroot tot 240 maal, waarop de details zich verbluffend mooi openbaren. Vlakbij de terminator valt mij naast krater Aristoteles en Eudoxus een rotspartij op, waarbij één rots machtig hoog lijkt te prijken. De ontzettend lange schaduw die deze rots opwerpt doet mijn mond openvallen van verbazing. Gigantisch.

Het verschil tussen krater Aristoteles en Eudoxus is trouwens opvallend. De kraterwand van Eudoxus lijkt zich veel dieper en stijler af te tekenen, waardoor de krater grotendeels met schaduw gevuld is. Aristoteles daarentegen is een stuk minder schaduwrijk, zijn kraterwand lijkt daarbij af te brokkelen naar binnen toe. En dan al die reliëfverschillen en bergen die het geheel omkaderen. Het is pure waanzin, maar oh zo prachtig.

De lange bergketen die de Mare Serenitatis deels omringt toont ook een opvallende krater merk ik nu. Ik heb het over krater Calippus, genoemd naar een voor mij onbekende Griekse astronoom, die blijkbaar in de vierde eeuw voor Christus geleefd heeft. Ik zie deze krater als een poel gevuld met schaduw, midden op een imposante bergketen.

Maar ook krater Agrippa en Godin tonen zich op hun best, al het is vooral de rille vlak onder deze kraters die mij doet watertanden van genot, de Rima Ariadaeus genaamd. Hij tekent zich vreselijk scherp af in mijn oculair.

Ik dwaal nog even over het maanoppervlak en verwonder mij over al die onherbergzame gebieden. Stel je voor dat je met een helikopter over al die maanlandschappen zou kunnen scheren, of stel je voor dat je op de Maan zou kunnen wandelen. Dump er desnoods een schilder zoals Paul Delvaux of Zdzisaw Beksiñski, en kijk welke schilderijen dat oplevert.

Laat ik mezelf ook even op de Maan wanen, waarop er onvermijdelijk weer muziek in mijn hoofd begint te spelen. En het is geen barokmuziek die ik hier hoor, en al helemaal geen romantische aria, maar wel het expressionisme van een componist zoals Igor Stravinsky, die de gruwel wonderlijk mooi vertaalt in muzikale klanken. Alsof hij er zelf ooit gestaan heeft, waarop ik plots een griezelig gevoel ervaar. Want met die Russen weet je maar nooit.

 

 

 

 

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________