Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19 april 2010

 

 

 

Ik heb er geen idee van hoe ik dit verslag moet beginnen, en eigenlijk maakt het ook geen bal uit. Ik heb toch niets wereldschokkends te vertellen, ik heb eigenlijk gewoon niets te vertellen. Ik heb naar de Maan gekeken ja, als je het echt wil weten. Naar de Maan. So what? Anderen hebben gisteren naar schilderijen gekeken, naar plastische kunst, of hebben wandelingen gemaakt, de liefde bedreven. En niemand van die mensen schrijft er een verslag over. Ze gaan gewoon verder met hun leven, met andere dingen, waar ze ook geen verslag over schrijven. Dus waar ben ik mee bezig? Zeg het me. Waar ben ik in ’s hemelsnaam mee bezig?

Misschien is het een nawee van de dip die me dit weekend overviel. Ik zag de sterren ’s avonds wel schijnen, maar ik wandelde vervolgens doodleuk weer naar binnen, waarop ik me als een zak patatten in de zetel liet vallen. Ofwel kom ik nu pas tot het besef dat ik een loser ben. Of misschien ben ik gewoon chacha.

Eenentwintig uur dertig.

Lap, hij begint eraan hoor ik je nu denken. Hij gaat het toch allemaal opschrijven. Loser. En ik kan natuurlijk vertellen over de sterren die langzaam door de blauwe hemel begonnen te prikken, of over de wind die gaan liggen was, of over de stilte in de tuin. Maar wat levert dat op? Bladvulling, meer is het uiteindelijk niet. Gewoon bladvulling. Zever in pakjes. Laat ik daarom alle overtollige tekst schrappen, laat ik jullie tijd niet verkwisten. Klik gewoon weg, hier valt niets te lezen, slechts het relaas van een verlegen scheet die even naar de Maan keek met zijn 25 cm dob. En dan nog in een maanatlas moest gapen om te weten te komen naar wat hij eigenlijk keek.

Is het trouwens belangrijk om te vermelden dat ik op de onverlichte maanzijde reliëf zag op het oppervlak? Ik denk het niet, ik ben er zelfs zeker van dat dit totaal onbelangrijk is. Waarom kan ik het nu niet voor een keertje kort houden? En natuurlijk is het prachtig om de Maan beeldvullend door je oculair te kunnen zien. Dat weet toch iedereen?

Je zou me nu eens moeten zien turen ook, naar al die moeilijke namen. Tot driemaal toe moet ik kijken of ik ze wel juist opschrijf. Zoals deze drie: Theophilus, Cyrillus en Catharina. Opvallende kraters, waarvan Theophilus mij de jongste lijkt. De andere twee zien er duidelijk meer vervallen en geruïneerd uit, en die oudsten vertonen ook een geul die hen verbindt, waardoor ze op een brilmontuur lijken. Ik weet het, het is belachelijk om kraters met een brilmontuur te vergelijken, maar klik nu toch eens weg man. Ga iets nuttigs doen.

En is het dan zo speciaal dat er nog kleinere kraters in die oudere kraters staan? Er zullen heus wel meer kraters zijn waar je kleinere kraters in opmerkt. Waarom heb ik het dan op mijn dictafoon ingesproken? En ja hoor, midden in krater Theophilis is een bergje te zien dat op een wrat lijkt. Maakt dat iets uit? Niet alle bergjes in kraters zijn mespuntjes. Dat had ik toch moeten weten. Ik spoel de opname meteen een stuk door, want ik begin daar plots over die seeing te zeveren. Man, mottig word ik ervan.

‘In de Mare Serenitatis, die deels zichtbaar is, hèhè, loopt er euh, een oneffenheid. Als ik juist ben zou het de Dorsa Smirnov moeten noemen. Het lijkt wel een ader die op de Maan ligt, en splitst als een wichelroe. Mooi.’

Wichelroede moet het zijn, kieken, en niet wichelroe. En waarom dat vettig lachje in het midden, wat is er grappig aan het feit dat de Mare Serenitatis nog maar deels zichtbaar is? Jammer dat ik dit opgenomen tekstje niet even kan laten horen. Geloof me, het klinkt zo mega belachelijk. Wacht, hier heb ik er nog zo eentje:

‘In dezelfde Mare Serenitatis zie ik euh, een zevental …(stilte)… kleine kratertjes …(stilte)…euh, die op redelijke afstand van elkaar …(korte stilte)… slingeren, en waarvan de wanden …(twijfelende stilte)… dik als een aars omhoog puilen, het lijken wel puistjes. Het is echt knap …(ingeslikte euh)… heel speciaal …(ingeslikte euh)… grappig zicht ook.'

Wanden die als een aars omhoog puilen. Misschien moet ik straks eens voor de spiegel gaan staan, ik begin nu echt ongerust te worden. Maar blijkbaar heb ik me wel geamuseerd. Blijkbaar had deze nerd er wel zin in. Hoe ongeloofwaardig dat ook moge klinken. En bij het volgende stukje ben ik dan weer één en al concentratie en lijk ik de pedalen weer volledig kwijt te zijn. Wat een gedram:

‘Krater … Po-sidonius (twijfelend uitgesproken), is ook een opvallende verschijningeuh (als één woord uitgesproken) bij deze maanstand. Dan heb ik toch nog maar eens efkens met den barlow erbij tussen de Pentax gezet …(stilte)… in de hoop wat meer detail te zien, en da lukt ook (ademt duidelijk hoorbaar door zijn neus). Het lijkt of dat er in dieje krater …(stilte)… een andere grotere klater (verbetert zich onmiddellijk, zie het woord dat volgt) krater maar iets kleiner natuurlijk (praat nu veel te vlug; waarop een onontcijferbaar zinnetje volgt)… iets waarvan enkel nog …(stilte)… de wand zwak aanwezig is. Er vallen mij ook enkele kleine bergjes op …(korte stilte)… midden in, ah niet echt in het midden maar bijna in het midden zie ik …(stilte)…een opvallend klein kraterke ook …(stilte)… en euh da is, Posidonius A, alfa (zucht alsof hij zit te kakken)…(en nogmaals zo’n zucht).

Hier had ik het precies moeilijk, hier waren de details zo overvloedig aanwezig dat mijn verschrompelende brein het duidelijk niet meer kon volgen. En dan werd die uitknop van de dictafoon maar ingedrukt en keek ik maar snel naar iets anders. Zo ben ik dan ook weer, stel dat ik moe zou worden tijdens het waarnemen. Ik mag er niet aan denken.

‘Kratel (met een l uitgesproken!!) Bessel valt me nu ook op. Ik hang er pal boven, het lijkt wel of ik recht in een vergeetput kijk …(stilte)… redelijk mooie ronde krater, díep ook …(korte stilte)… diep …(stilte)… duidelijk euh, afglooiende heuvel te zien euh, aan de kraterwand …(stilte)… prachtig. Jaeuh, nu ik wat groter heb (vergroot?) vind ik ook die puistjes terug …(stilte)…echt wel knap. Haja, dat valt me nu ook op, bij die hogere vergroting, das wel leuk, in die spatader, een heel klein kraterke, en dat moet zijn …(lange stilte)… krater Very. Al goed dat ik den barlow er toch efkens bijgenomen heb …(korte stilte)… het is echt héél héél klein. Maar ik heb hem, ik heb hem. Schattig schattig schattig.’

Ja, die was onverwacht. Die vond ik blijkbaar heel leuk, zo’n klein miniem kratertje dat zich toevallig met een hogere vergroting liet zien. Zielig, echt. Zielig. Krater Torricelli kwam vervolgens ook nog aan de beurt, die me door zijn aparte vorm aan een sleutelgat deed denken. En daarna bleek ik er eindelijk genoeg van te hebben. Getver, ik kan het echt niet geloven dat ik me gisterenavond geamuseerd heb met die Maan. Echt niet. En waarom zit ik nu met zo’n stom ochtendhumeur? Pfffff.


Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________