Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18 oktober 2008

 

 

Wie zoekt … die vindt niets …

 

Het is een teleurstellende vaststelling. Twee uur waarnemen, en niets gevonden van wat ik hoopte te vinden. Niets.

Ik was er anders met veel zin aan begonnen. Mijn lichaam tintelde er zelfs van. Echt, ik voelde me een klein kind dat net een jeton had gekregen om met de botsautootjes te mogen rijden. De spanning die je dan als kind ervaart terwijl je moet wachten voor je kan instappen. Wel, die spanning voelde ik ook net voor ik ging waarnemen. Heerlijk gewoon. Kicken zelfs.

Toch voelde ik ook nog een ander soort spanning: onzekerheid. Niets is onbetrouwbaarder dan ons Belgisch weer. Zou het wel helder blijven? En zou het niet te vochtig worden? En buiten die onzekerheid was er dan nog die verschrikkelijke zekerheid dat de Maan zou komen storen. Moest ik God zijn, ik zou de Maan frituren en opdienen met van die heel straffe mosterd.

Ik had een paar objecten op het internet gevonden die een uitdaging zouden worden. Moeilijke objecten voor een beginneling zoals ik. Dat besefte ik wel. En zoals altijd verwachtte ik er eigenlijk niets van. In dat geval kon het alleen maar meevallen. Toch?

Ik kon het niet laten, alvorens die objecten op te zoeken richtte ik de sterrenkijker eerst even naar Jupiter. Door de verrekijker zag Jupiter er als een scherpe bol uit, maar in de sterrenkijker zag ik al direct dat de seeing niet wilde meewerken. Ik kon hem 130 maal vergroten, met mijn groene filtertje zag ik de twee wolkenbanden met momenten zichtbaar worden. Maar wat een pover resultaat als je hem al eens in betere omstandigheden hebt kunnen bewonderen. Jupiter begon al vlug te vervelen op deze manier.

Tijd voor de eerste uitdaging: Neptunus. Een planeet die ik nog nooit met eigen ogen gezien heb, en voorlopig zal dit zo blijven ook. De omgeving waar Neptunus te vinden was blaakte van het licht. Slechts enkele sterren zag ik daar staan met het blote oog, enkel perifeer dan nog.  En ook al had ik hem gevonden, dan nog zou Neptunus waarschijnlijk niet echt te genieten zijn, vlak boven het dak van de buren, waar de schoorsteen allerlei rotzooi uitspuwde. Ik gaf al vlug op. Het was hopeloos op deze manier.

Ik nam de verrekijker en keek vervolgens naar de Andromedanevel (M31). Ik had hem vlug gevonden, maar hij was een stuk slechter zichtbaar dan vorige keer, toen de nevel tussen de wolken door prachtig te zien was. Ook door de sterrenkijker was het resultaat teleurstellend. Ik had zelfs een handdoek over mijn hoofd gezwierd zodat het omgevingslicht me niet zou storen. Zo’n doek is toch wel een stuk beter, mijn linkeroog kon ik op deze manier ontspannen open houden. Maar zijn begeleiders, M110 en M32 … niet te vinden, ook nu weer niet.

Met de verrekijker keek ik even naar het dubbelcluster. Ik had het nog nooit zo slecht gezien. Wat was er aan hand met deze hemel?

Een  volgende uitdaging: Kemble’s Cascade in het sterrenbeeld Giraffe. Geen idee hoelang ik hiernaar gezocht heb, lang in ieder geval. Ik dacht even dat ik hem in de verrekijker gevonden had, maar dat plekje kreeg ik niet te pakken met de sterrenkijker. En ik denk dat ik verkeerd zat te zoeken.

Ook deze plek blaakte van het licht waardoor de helderste sterren enkel met het blote oog zichtbaar waren bij perifeer kijken. Het leek wel of er een fel verlicht voetbalstation naast mijn tuin lag dat langzaam opsteeg van de grond. Jawel, het was zover, de Maan kwam op. Waar zijn al die mensen die zeggen dat sterven de enige zekerheid is? Thuis voor de buis?

Ik speelde mijn laatste troef uit. Een zware gok. Op Stellarium had ik bij toeval gezien dat de komeet C/2007 W1 Boattini met een magnitude van 6.95 tussen het sterrenbeeld Andromeda en Vissen stond. Geen idee of dit juist was, maar ik probeerde hem toch maar te vinden. Je weet nooit. Maar helaas. Geen enkel spoor van een komeetje te vinden. Niets.

Als laatste stap besloot ik de vijand even in de ogen te kijken. Pijnlijk, al moet ik toegeven dat hij er lelijker had kunnen uitzien. Maar zo fel, zonder filter kon ik niet lang genieten van de Maan. Alsof het een laserstraal was die recht in mijn oog scheen. Het kleine restje nachtzicht dat ik nog had verdween hierbij als sneeuw voor de zon. Het was de genadeslag die mij deed besluiten om alles terug binnen te zetten. Genoeg voor vanavond. Basta. Tijd voor een warme chocomelk. En chocolade. Heel, heel veel chocolade.

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________