Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

18 maart 2008

 

 


Al weken aan een stuk niets dan bewolking, Maartse buien, regen, wind, grijs weer. Maar vandaag  was er hoop. De zon scheen met momenten door het wolkendek. Voor alle zekerheid had ik de sterrenkijker om 20.30 uur al onder de open veranda klaargezet, en toen ik om 21.45 uur door het slaapkamerraam naar buiten tuurde en ik duidelijk een ster aan de hemel zag staan, sloeg het waarneemvirus als een Japanse kamikazepiloot toe.

Om klokslag 22.00 uur stond ik buiten in de achtertuin. Ik kreeg meteen al een prachtig schouwspel te zien. Rond de maan hing een halo met een straal waar wel 30 manen inpasten. Zoiets had ik nog nooit gezien. Saturnus stond daarbij samen met de ster Regulus bijna in lijn met de maan. Machtig.

De open sterrenhoop Melotte 111 zat al een tijd in mijn hoofd te spoken, die wilde ik beslist eens zien.  Even mijn montering richting Poolster richten. Oef, de Grote Beer was zichtbaar. De Poolster kon ik nog net opmerken in de dikke wolkensluier die hoog aan de hemel hing. Maar buiten de Grote Beer kon ik geen enkel ander sterrenbeeld zien. Buiten Regulus was er ook geen andere ster van de Leeuw zichtbaar. Er waren gewoon geen sterrenbeelden te zien, hier en daar een willekeurige ster aan de hemel. Hoe moest ik Melotte 111 in deze sluier gaan vinden? Het sterrenbeeld Haar van Berenice was niet eens te zien.

Ik besloot rustig af te wachten en op mijn pianostoeltje te blijven zitten. Wat een aparte avond. De maan was zo fel aanwezig dat het net dag leek. Ik zag het huis, de bomen, de sterrenkijker. Alles was zo duidelijk zichtbaar. Hoog in de lucht dreven witte wolken aan een snel tempo voorbij, en toch zat ik hier in de tuin zonder enig zuchtje wind. Ik waande me in een zwart-wit film, net een droom. Toch klopte het plaatje niet helemaal, want rond de wolken die langs de maan passeerden hing een roestkleurig randje, alsof er hoog in de hemel iets in brand stond.

Wat zat ik hier te genieten van dit machtig schouwspel. Koud was het niet. Ik voelde plots het gemis van enkele vrienden die hier samen met mij van zouden genieten en kreeg plots zin in een borrel. Wat een rust ook. Iedereen zat nu vast achter de televisie naar een of ander flut-programma te kijken terwijl ik hier gratis en voor niets van een prachtige hemel zat te genieten.

Daar kwam plots die gigantische halo weer. Prachtig. Net een groot karrenwiel zonder spaken. Ik waande me een kabouter die in een levens-groot oculair keek. Net een poort tot de hemel, alsof er elk moment tientallen kinderengeltjes zouden uitkomen die me zouden meevoeren naar de verre witte maanhemel.

Plots zag ik een lichtflits. Een bliksem, ver weg in het zuiden, zuidwesten. Dit had ik niet verwacht. Geen donder te horen echter. Ik keek op mijn horloge. 22.48 uur.

Het gezicht van Janneke maan viel me nu goed op. Twee ogen en een open mond. Het had iets griezeligs met die wolken. Grappig, net op het moment dat het gezicht me opviel begon er een kat te krijsen bij de buren. Zou de kattentijd al aangebroken zijn? Iets daarna hoorde ik in de verte een grote hond huilen. Het klonk als een weerwolf, doch het ging al snel in blaffen over. Toch geen weerwolf dus.

De wolken veranderden. Donkergrijze wolken mengden zich met de witte wolken en bedekten de maan volledig. Ik keek rond en zag geen enkele ster meer. 23.00 uur. Het weer had beslist. Tijd om op te ruimen. Melotte 111, misschien vannacht, in mijn dromen.

 

Vorig verslag / Volgend verslag