Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16 maart 2009

 

 

Hoop overvalt je blijkbaar op de meest onverwachte momenten. Tijdens het koken bijvoorbeeld. Zoekend naar Venus gluur ik als een nieuwsgierig stokstaartje door het keukenraam naar buiten. Mijn vriendin lijkt niet te begrijpen waarom ik na het eten niet vlug even de vaat wil doen. Ziet ze mijn nervositeit niet? Begrijpt ze mijn gehaastheid niet?

Ik weet waar de wolken naartoe zijn, ik loop op wolken. Ik voel me als een kind dat niet kan wachten om zijn speelgoed tot leven te wekken. Elke minuut is er één teveel. De bezorgdheid dat ik mogelijk alles voor niets aan het inladen ben hangt als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd.

En het zwaard beweegt, de grootlichten verraden een laaghangende nevel. Het geeft de zandweg een mythisch karakter. Maar ik laat me niet afschrikken. Nederig stel ik alles op.

De kerkklok slaat acht maal. De nachthemel lijkt te ontwaken. Ik kijk naar de leeuw, maar ik vermijd zijn ogen. Kijk nooit een leeuw in de ogen. In plaats daarvan kijk ik naar Algieba. Wat een prachtige oranje kleur. Ik weet dat het een dubbel is, maar toch lijk ik hem niet te kunnen splitsen. Zelfs niet met de sterrenkijker.

Van een contrast gesproken: Regulus, de helderste ster van de leeuw. Maagdelijk wit. En zo alleen, ook Regulus blijkt koppig te zijn. Ligt het aan mij? Aan mijn kijker? Of misschien aan de hemel. Adhafera is in ieder geval onzichtbaar voor het blote oog.

Ik hoor plots voetstappen achter mijn rug, ik hoor ze versnellen, alsof iemand mij in de rug wil aanvallen. Ik spring van mijn pianostoel en kijk verschrikt achterom. Het doet mijn aanvaller schrikken. Het paard rent weer weg van mij. Ik tuur, en ik zie ze staan: twee paarden, broederlijk naast elkaar. Ik probeer ze te lokken, hun vertrouwen te winnen. En het lukt, langzaam nemen ze me in vertrouwen, langzaam komen ze steeds dichterbij. Tot ik een van hen word. Alsof we plots vrienden voor het leven zijn. Het doet me aan Dances with Wolves denken. Gedurende een uur grazen de paarden vlak naast mij. Ik ruik het hooi, ik hoor hun ademhaling. Wat een heerlijk waarneemplekje.

Ik besluit een gok te wagen: het sterrenstelsel NGC2903, vlak onder Alterf. Geduldig speur ik naar de juiste plek, en na een tijd probeer ik ook met een hogere vergroting te zoeken. Maar het is een verkeerde gok, er is teveel vocht. Mist zelfs. Het lijkt alsof de nevel me probeert in te sluiten, alsof ik op een planeet ver hier vandaan ben terechtgekomen. Toch geniet ik. Ik ben dolgelukkig.

De Voerman staat hoog aan de hemel, ik speur met de verrekijker en zie drie Messiers als wazige vlekjes aan de hemel staan. Het zijn drie wolkjes van onopgeloste sterren, het lijkt alsof ze met een onzichtbare ketting met elkaar verbonden zijn. Ik hoef de verrekijker nauwelijks te bewegen, zo dicht staan ze bij elkaar.

Ik streel mijn sterrenkijker en begin M37 te bekijken. Bij een vergroting van 26 maal lossen enkele sterretjes op. Het is een prachtig schouwspel, maar nog veel te geheimzinnig. Ik neem mijn barlow erbij en vergroot 52 maal. De sterrenhoop vult nu de helft van mijn beeldveld, steeds meer schitteringen raken mijn oog. En bij een vergroting van 130 maal bewonder ik de schoonheid in al zijn pracht. Ondanks de vochtigheid kijk ik naar een wonderlijk iets. De sterrenhoop staat nu beeldvullend te pronken, en het lijkt wel of ik naar een bolhoop kijk waarvan de sterren zich los hebben kunnen trekken. Ik vind het zo mooi dat ik er naar kan blijven kijken.

Maar de nieuwsgierigheid verzoekt me plaats te maken voor iets anders. Ik zweef naar een buurman: M36. Terug 26 maal, en het valt onmiddellijk op dat dit hoopje minder sterren heeft. Al zijn de sterren ditmaal helderder en nemen ze ook meer afstand van elkaar. Het doet me beseffen dat alles uniek is. Ik neem nogmaals mijn barlow en ervaar een rilling over mijn rug. Het lijkt op een kruisspin hangend in een onzichtbaar web. Mijn spinnenfobie vertoont de neiging de kop op te steken. Ik vergroot 130 maal, en ik merk nu drie dubbeltjes op. Op de rug van de spin is slechts een half kruis te herkennen. Ondanks het wat akelige beeld geniet ik van dit beeldvullend schouwspel.

Tijd voor M38. De paarden zijn spoorloos verdwenen, ik hoor geen gegraas meer. Ik vermoed dat ze in het stalletje liggen, niet ver hier vandaan. Ik mis ze. Gelukkig houdt de uil me nog gezelschap. De kerkklok slaat negen maal. Ik vergroot 26 maal en zie een religieus hoopje, het doet me in ieder geval aan een kruis denken. Sterrenprikjes, redelijk verspreid. Het mooist te zien bij 26 en 52 maal. Bij een vergroting van 130 maal herken ik het kruis niet meer, er zijn teveel puntjes bijgekomen. Ik kijk weg van het oculair en verken de omgeving rond mij. De mist heeft zich gedeeltelijk teruggetrokken. Bizar.

Ik kijk nogmaals naar de leeuw en zie Saturnus staan. Bij een vergroting van 26 maal zie ik de drie maantjes al op een dun koordje balanceren. Heerlijk. Bij 130 maal zie ik de ring als een donker streepje voor Saturnus hangen. Zou het dan toch een echte ring zijn? Het lijkt in ieder geval op een speer, alsof Saturnus gespiest is. Tweehonderdzestig maal, waarom niet? Een lekker groot bolletje, met momenten gunt de seeing me zelfs een redelijk goed beeld. Ik meen een wolkenband te zien. De kerkklok slaat nogmaals, zij het slechts één maal.

Ik hoor een raar geluid in de verte. Het is ongetwijfeld een vogel. Maar het lijkt een exotische vogel, alsof ik me aan de rand van een oerwoud bevind. De leeuw staat nu al een stuk hoger, en ik waag nogmaals een gok: M65 en M66. Hun positie is makkelijk te vinden, maar zelfs in mijn verbeelding krijg ik ze niet te pakken. Op momenten als deze wou ik dat een grotere kijker had. Maar wat als het me de volgende keer wel lukt?

De uitdaging maakt de deelnemer. Als laatste speur ik het gebied af tussen de sterren Denebola, Zosma en Chertan. Maar ook hier blijkt geduld mijn enige wapen te zijn. De volgende keer zal het me vast wel lukken. Maar niet nu. De drang naar de gezellige woonkamer is allesoverheersend geworden. Op het moment dat ik alles inlaad hoor ik de kerkklok tien keer slaan. Een perfecte timing. Ik ruik de warme chocolademelk haast. Niets kan mijn avond nog stukmaken.

 

 

 
 
 
Vorig verslag / volgend verslag
 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________