Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16 februari 2010

 

 

 

Raar. Eergisteren zou ik met veel plezier een verslagje geschreven hebben, maar nu ontbreekt me de zin en de inspiratie. Vermoedelijk komt het door de lange werkdag die ik achter de rug heb. Ik ben moe.

 

Maar ook de rustige muziek die Bart Stouten mij trakteert doet er geen goed aan. Leg me nu in een relaxzetel en ik lig binnen de minuut te knorren. Nee, een verslag schrijven doe ik best nog als ik onder invloed bent van al dat kosmisch gekriebel, als de drug van het waarnemen nog naschokt in mijn gekloofde vingers.

Maar het was wel een belangrijke waarneemavond, dat wel. Het was een heerlijke avond, een hoopvolle avond. Mijn eerste echte avond met de Orion XT10. Noem me gerust trots.

 

En noem me gerust gelukkig, want ik kan nu al verklappen dat de kijker mij niet teleurgesteld heeft.

Okt.23.2009. Het zou een kunstwerk van On Kawara kunnen zijn, maar het is gewoon de datum dat ik de laatste keer met een sterrenkijker op de waarneemplek stond. Zo lang was het geleden dus.

 

Het voelde een beetje raar aan trouwens, terug over die aardeweg bollen. Ook al omdat de weg bekleed was met witte sneeuwplekjes en zwarte ijsplakken, wat de aardeweg een surrealistisch uitzicht gaf, alsof ik in een schilderij van Paul Delvaux reed. Alleen de naakte vrouwen ontbraken nog. Te koud waarschijnlijk, maar daarnaast ook wel gladjes, het was best wel uitkijken geblazen.

Gelukkig ging het opstellen van de kijker verbazend vlot, binnen de kortste keer zoemde het ventilatortje de waarneemavond in gang. Eén minpuntje wel: ik was van plan geen schetsjes te maken en had daarom opzettelijk het uitklapbare tafeltje in eenzaamheid achtergelaten. Op de waarneemplek miste ik het ding al vlug om al mijn prullaria op uit te stallen. Een beetje klungelen dus, maar moeilijk ging ook. Temeer omdat ik deze keer geen enkele voorbereiding had gemaakt. Enkel de pocket sky atlas en de object locator zouden me deze avond naar de sterren leiden.

 

En nu was het de grote test. Ik begon met M42 en tikte hem op het toetsenbord van de object locator in. Benieuwd of hij zou werken. Even naar links volgens het pijltje, nog een beetje naar links, een beetje naar beneden, nog wat meer naar beneden, terug ietsjes naar rechts, en … ik had hem!

 

Zo simpel ging het dus, hij stond midden in mijn oculair. Met een vergroting van 48 maal was de nevel al prachtig te zien, maar vol spanning gooide ik mijn barlow in de strijd. Prachtig hoe ver de nevel uit-loopt, ik zag een stuk meer detail dan in de 13 cm! En nog mooi beeld-vullend trouwens. Bijna toch. Want hoe langer ik keek hoe meer nevel ik zag verschijnen. Met de Orion Stratus 5mm (240x) kwam er bij het trapezium zelfs nog een vijfde sterretje tevoorschijn, al was dit maar zwakjes te zien. Ook M43 was bij de laagste vergroting al zichtbaar als een wazige vlek. Dit was al een prachtige opener.

M1 vervolgens. Ik toetste op de M en de 1 en duwde op enter. Heerlijk, enkele seconden later had ik hem al mijn oculair staan, zonder dat ik naar de hemel gekeken had.

 

Flauw? Waarschijnlijk wel, maar wel verdomd handig als je weinig tijd hebt. Al vroeg ik me meteen af of ik het plezier van het jagen zou missen. Vaak had ik met de 13 cm meer voldoening met het jagen dan met de vangst. Kicken zelfs, ik voelde me een schattenjager, een soort Indiana Jones zonder hoed. Al was het soms ook gewoon frustrerend en verloor ik vaak kostbare waarneemtijd.

M1 was bijzonder zwak te zien trouwens. Een diffuus vlekje. De hemel bleek niet echt veel sterren te tonen. Geen melkweg te zien, en de horizon leek te baden in verdoken TL-licht. Het licht van de nabijgelegen autosnelweg gloeide daarbij als een oven.

 

Helaas stond ik met de vroege, ik kon het dus niet laat maken, waardoor ik het uitstervende licht van het menselijk geroezemoes er maar bij moest nemen. En vermits klagen geen enkele zin had pushte ik meteen naar het volgende object: M35. Een prachtig cluster, helder als Las Vegas, en NGC2158 stond er als een wazig vlekje naast. Prachtig, met mijn 13 cm was dit cluster mij nooit opgevallen. En de barlow liet mij dan weer de kleinste sterrenprikjes ooit zien, en het 5mm oculair vertelde mij dan weer hoe onregelmatig dit clustertje wel is. Waarnemen is toch zo puur, zo onvatbaar mooi.

En de pijltjes wezen me alweer de weg, ditmaal naar M78, wat dan weer opvallend zwak te zien was. Twee sterretjes die dreven in een verrade-lijke poel van ongrijpbare nevel. Ik heb hem door de 13cm al eens beter gezien, wat me meteen deed beseffen hoe giftig de avondhemel er nu bijstond.

Vlug naar de Voerman dan maar. De drie Emmetjes, en ik kon het niet laten, ik begon tegen mezelf te praten. Woorden zoals ‘prachtig’ en ‘man’ sprongen als champagnekurken uit mijn mond. De drie hoopjes waren zo mooi met een lage vergroting, ze leken wel gemaakt te zijn voor het plösseltje en glunderden als een boeket bij zonsopgang. Bij M38 zag ik trouwens een ongelooflijk prachtig clustertje staan, ik vermoed dat het NGC1907 is. Wonderlijk mooi.

Het gebruik van de dobson bleek ik ook verbazend snel onder de knie te hebben. Wat een luxe, gewoon draaien aan die montering, zonder boe of ba. En wat een gemak in vergelijking met de equatoriale montering, waar-bij ik telkens de kijkerbuis moest draaien om de oculairhouder in een confortabele positie te zetten.

Ondanks de magere hemel kon ik het niet laten om ook eens een sterrenstelsel te vangen: NGC2903 in de Leeuw. Met de 13cm had ik hem al eens bekeken, ik zag toen slechts een glimp van het ding. Nu zag ik hem duidelijk een stuk groter, maar nog steeds heel zwak, waardoor ik er moeilijk een vorm in kon herkennen. Een iets heldere kern, het leek wel een sterretje soms, met een wazig iets errond. Wel zichtbaar bij direct kijken.

Maar een rilling deed mij weer van mijn pianostoel springen. Als een verliefde puber danste ik met de dobson naar de andere kant van de hemel. NGC7662, de Blue Snowball. Ik had deze planetaire nevel al eens door een 30 cm dobson gezien, waar hij blauw als een pauw stond te pronken. Ik wilde hem nu eens door de XT10 zien. Alleen zag ik er jammer genoeg geen kleur in, slechts een grijze vuile bal keek mij spottend aan. Komt mijn kijker net iets te kort om hem in kleur te zien, of kwam het omdat de de nevel zo laag aan de horizon stond? Voer voor herhaling dus, als de nevel wat hoger staat en ik het Pentax-oculair in mijn bezit heb.

NGC2244 was de volgende in de rij. Mooi sterrenhoopje, maar zonder filter was er niets van de nevel op te merken. Ik dook dan maar naar M50, een heerlijke open sterrenhoop, bij 48 maal al schitterend beeld-vullend te zien. Echt ontzettend mooi, scherpe sterren ook. En M47, ook prachtig en beeldvullend bij 48x. Redelijk verspreid, met sterren van verschillende helderheden. Wat een contrast met M46, dat uitstraalde in originaliteit door allemaal zwakke sterretjes te tonen, alsof hij voor de gezelligheid even gedimd was. En als laatste schoot ik M48 met mijn sterrenkanon in stukken, ook weer een prachtig cluster dat bloedend leek leeg te lopen aan één zijde.

Maar buiten M48 leek ook de energie in mijn lijf langzaam weg te lopen, de waarneemklok was uitgetikt. Ik moest dringend mijn bed opzoeken. Aan alles komt een einde natuurlijk, ook aan dit verslag. Ook nu roept mijn bed me weer. Zelfs Bart Stouten is al even van zijn radiostoel opgestaan, waardoor ik mezelf nog vlug even op een stukje muziek trakteer. Een beetje triest dat ik dit verslagje nu pas kan typen, want het schrijft zoveel leuker als je nog doordrenkt bent van de waarneememoties en de moeheid je niet door de aardkorst probeert te trekken. De doop van mijn nieuwe sterrenkijker had beter verdiend. Desondanks belooft er nog veel goeds aan te komen. Ik ben een blij man.

 

 

 

 

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________