Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maansverduistering

 

15 juni 2011

 

 

Maansverduistering mijn gat ja, en laat ik dat even toelichten, chronologisch misschien, als ik mag?

Goed, we schrijven het jaar tweeduizend en elf na Christus, 15 juni om precies te zijn. Het is een dag als een andere, met fileleed, vuile onderbroeken en wolkenvelden. Een dag met gokverslaafden en vergaderingen, een dag waar mensen op het punt staan om te gaan stempelen of om de kat te aaien. Een dag waar dingen gebeuren die me eigenlijk geen reet kunnen schelen, buiten die ene maansverduistering dan, een TOTALE maansverduistering dan nog. Vergelijk het met prille blindheid, of beter nog, die movie: Deep Throat.

Maar ter zake. Om 21.00 uur duw ik de bal van mijn rechtervoet tegen het rubber van mijn gaspedaal, en ervaar ik een gevoel dat een voorwaardelijk in vrijheid gestelde moet voelen. Noem het vrijheid, maar dan met de spanning van een pas gestemde vioolsnaar. Ik ben namelijk op zoek naar een plek met vrij zicht op het zuidoosten, hier in die fucking Kempen, een streek die synoniem staat voor lintbebouwing en uit de kluiten gewassen eik.

Gelukkig kan ik op mijn buikgevoel rekenen, en na wat heen en weergetuf beland ik in Oostmalle, op een aardeweg die omringd wordt door pas geboren maïs en oude berk. Op deze open plek leg ik de motor stil en tracht ik me te ontspannen. Ik heb nog ruim de tijd om de luierik uit te hangen, de zon geeft zich nog lang niet gewonnen. En ik krijg onverwacht bezoek, een auto komt de zandweg ingedraaid en komt aarzelend tot stilstand. Ik zie iemand uitstappen, maar de afstand is te groot om het individu te beoordelen.

Goed, even time out. Voor alle duidelijkheid, ik hoop dat je je niet stoort aan bepaalde woorden in deze tekst. Ik begrijp dat de tekst mogelijk wat agressief overkomt, maar als je je hieraan ergert geef ik je een niet te versmaden raad: klik weg, want het wordt nog een stuk erger.

Al volgt er nu een gematigder deel, want gedurende onbepaalde tijd gebeurt er gewoon niets. Ik zit namelijk nog steeds in de auto, verveel me stierlijk en smeek de hemel om medewerking. De blauwe lucht geeft me moed, al zie ik tevens een halsstarrig wolkenkleed van aaneengeregen bourka’s, en die baren me behoorlijk zorgen. Daarbij lijkt de zuidoostelijke horizon zich te vermommen als een stuk open hemel, terwijl ik vermoed dat het gewoon smog en andere rotzooi is die de kleur van blauw aanneemt.

Ik richt de verrekijker dan maar even naar de auto in de verte, en merk een jong stel op. Het meisje leunt met een fototoestel op het dak van de auto, in de richting van het zuidoosten. Ik scan die zuidoostelijke horizon zelf even af met de verrekijker, maar vind niets van een hemellichaam. Ik leun naar achteren en klik de radio aan met mijn rechterwijsvinger. Gitaarmuziek kriebelt mijn gehoororgaan, iets Spaans zo te horen.

En dan gebeurt het, er schalt een nieuwstune door de ether, het is 22 uur. Weerman Frank Deboosere deelt een opsporingsbericht mee. Het blijkt ook officieël te zijn nu, de maan zou boven de horizon hangen en moet nu volledig verduisterd zijn! Ik scan die horizon nogmaals af, ervaar zelfs een lichte spanning, al laat de maan zich nog steeds niet zien.

Professioneel als ik ben wacht ik gewoon af, terwijl die auto in de verte korte tijd later al vertrekt. Losers, sommige mensen zijn duidelijk uit het verkeerde hout gesneden. Nee, gewoon blijven turen naar de horizon, jagen als een paparazzo, da capo en opnieuw, met het geduld van een kassierster die weet dat ze vroeg of laat die ene verlossende vraag kan stellen: zegeltjes?

Tot de twijfel als een gezwel aan mijn waarneemziel begint te knagen, en ik zweer het je, niets is zo frustrerend als tegen een gesloten gordijn aan te kijken, wetende dat er zich een naakte vrouw achter verschuilt. Met een overdreven gebrul breng ik de motor weer tot leven, verstik ik het gaspedaal en laat ik een stofwolk van protest achter mij.

Lach er niet mee, want ik ben een gevaar op de weg, ik ben een hooliganastronoom, ga alsjeblieft op zij voor mij, want ik rijd met opgeheven hoofd al zigzaggend over het asfalt van vadertje staat, zoekend naar een onvindbare planeet, terwijl ik de onverdraagzaamheid als een geiser voel opborrelen.

Maar waar moet ik nu eigenlijk heen? De brug over de E34? Neen, zo blijkt, want na tien seconden illegaal stilstaan rijd ik er vloekend weer af, en de daaropvolgende tien minuten verdwaal ik zelfs compleet, terwijl ik enkele villa’s en varkensstallen broederlijk naast elkaar zie wonen.

Tot ik in de gemeente Lille terechtkom en ik een ingeving krijg: af en toe komt de waarneemclub Cygni hier waarnemen op het kerkpleintje. Misschien tref ik er wel enkele zielsgenoten aan. Misschien kunnen we elkaar wat moed inpraten, onder het genot van een frisse pint.

Misschien. Misschien misschien misschien, het is een woord dat kant noch wal raakt, en ik leer ook dat hoop alleen maar dient om aan diggelen geslagen te worden. Het pleintje naast de kerk blijkt volledig opengebroken te zijn. Bergen zand en kasseien staren me nietszeggend aan. Er bekruipt mij een gevoel om de pastoor eigenhandig in een van die putten te gooien, ook al heeft die arme man er hoogstwaarschijnlijk niets mee te maken.

Ik trap het gaspedaal weer in en rijd richting Oostmalle, te snel alweer, veel te snel, tot ik besef dat snelheidscamera’s mij in de gaten houden. Trajectcontrole. Noodgedwongen parkeer mij even naast de rijbaan. Ik wacht en staar nogmaals naar de hemel, maar de maan weigert zich koppig te laten zien.

En dit is het moment dat ik breek, dit is het moment dat de hoop volledig naar mijn botten zakt. Het is voorbij, het komt niet meer goed. Bye bye Moon.

 

 

[ Klaar voor het vervolg? ]

 

 

Vorig verslagvolgend verslag