Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Een verzopen avond  

 

15 januari 2012

 


 

Het voelt een beetje surrealistisch aan, nu er geen lage en middelhoge wolken meer te bespeuren vallen. Ik kan niet aan de verleiding weerstaan om nog eens naar een waarneemplek te rijden, en dat is ditmaal op een aardeweg naast de tarmac van Oostmalle, waar ik de auto parkeer naast een weide met schapen. Enkele meters verder valt mij een mesthoop op, die haast uitnodigend dampt, nu het kwik gezakt is tot – 4.

Waarnemen, eindelijk. Ik hoop dat mij enkele wauw-momenten te beurt vallen, en dat kan een zwak bolhoopje zijn of een simpel dubbeltje, zolang het woord ‘wauw’ maar uit mijn mond klinkt. Vergelijk het met een rotsblok dat onverwacht van een berg dondert.

Maar ondanks de open hemel vertrouw ik de lucht niet. Het lijkt alsof er een wolkje melk in de brij van het heelal geroerd werd, de SQM hangt zelfs in het rood: slechts 19.85. Zelfs in mijn tuin haal ik vaak meer.

Ik start in Andromeda, waar een nog ongeopend sterrenhoopje verstopt zit, NGC7686, en mag ik hierbij even opmerken dat, toen ik deze namiddag een lijstje maakte onder de glimlach van de zon, ik op deepskylog een waarneming vond van Jef De Wit, die het volgende noteerde:

“De twee helderste sterren van de cluster zijn al zichtbaar in de zoeker (9x50)”

Een tip die mij vanavond heel wat speurwerk bespaart, want door de verrekijker laten die twee sterretjes zich onmiddellijk zien. Enkele vingerknippen later pronken ze al in het vizier van de dobson, ik steek mijn nieuwe Vixen LVW22 in de oculairhouder en loer.

Oh jawel, jawel jawel jawel! Scherpe sterpuntjes tot aan de rand, wat een waanzinnig oculair, maar het cluster zelf kan me niet echt bekoren. Ik had het kleiner en geheimzinniger verwacht. Niet die heldere en vrij verspreidde sterren die ik nu zie staan, ook al kan die oranjekleurige lucida me nog enigzins bekoren.

Heel vaag merk ik ook enkele zwakke sterretjes op. Ik neem de XW10 er even bij, de hoop toont zich nu al iets aantrekkelijker. Ten westen van de lucida merk ik een achttal zwakke sterren op die in een rare, onregelmatige vorm staan. Ten oosten van de lucida staan er ook twee.


De Stratus 5mm laat geen bijkomende sterren meer zien, het beeld is duidelijk het mooiste met de Pentax. Ik zie een lucida die omringd is door een kring van sterren. Maar geen wauw-gevoel bij dit eerste object.

En onverwacht vlug begint het me te dagen: het is bijna vijandig vochtig. Er groeit een ijslaag op de tubus van de dobson, en even later is het al zo ver: ik moet de oculairen en vangspiegel om de haverklap droogblazen met de föhn. Ik had beter kapper kunnen worden.

Nog in Andromeda wil ik via de ster Almaak naar het sterrenstelsel NGC891 hoppen, maar ik vergis mij en richt de red dot naar Mirach. Een blik door de Vixen LVW is voldoende om mijn vergissing in te zien. NGC404 pronkt bij deze lage vergroting al mooi in het oculair. En die scherpe sterpuntjes, ongelooflijk, want een verschil met dat plösseltje. Wat een knap beeld zie ik hier.

Maar ik wil NGC891 zien en richt daarom naar Almaak, die het begin van de miserie inluidt. Ik krijg het stelsel maar niet te pakken en vervloek het zoekkaartje dat ik van deepskylog heb afgedrukt. Almaak staat niet op dat kaartje, en het lukt mij maar niet om mij te oriënteren. Misschien ligt het aan de melkachtige hemel, of misschien dampt mijn vangspiegel te veel aan, of de oculairen, maar na meer dan een half uur zoeken heb ik het stelsel nog steeds niet gevonden en krijg ik het behoorlijk op mijn heupen. En plots zie ik iets verschrikkelijks: de hoofdspiegel is aangedampt. NU al, ongelooflijk, NU AL!!!

In een wanhopige poging probeer ik een allerlaatste object te vinden, NGC2371-2 in de Tweeling. Een planetaire nevel die ik nog net te pakken krijg en zich in de Pentax het beste laat bekijken. Maar de abnormaal donkere hemelachtergrond verraadt de aangedampte hoofdspiegel. Er vallen mij nog net twee lobben op in de nevel, maar de frustratie ramt zich als een betonblok in mijn maag. Het heeft geen zin meer op deze manier, ik geef er de brui aan en baal als een stekker.

Een laatste ingeving: de tuinzetel. Ik klik de rugleuning naar achter en leg mij neer. Nog even met de verrekijker genieten. M35 laat zich als een grote vlek zien die aan de zijkanten wat sterren toont. De drie Voermannetjes tonen zich als pluisjes zonder sterren. M45 is een streling voor het oog, een diadeem waar ik langer dan verwacht naar blijf kijken, dit in tegenstelling tot M41, die zich amper laat zien en nog laag aan de hemel staat.

M31 toont zich redelijk zwak maar doet mij wel even wegdromen. En ook M42 pak ik nog even mee, en Collinder 69, maar dan houd ik het plots voor bekeken. Geen enkel wauw-moment viel me deze avond te beurt, en ik heb er geen idee van hoe ik deze teleurstelling op papier moet zetten. Maar dat ik dringend dauwverwarming nodig heb, staat nu als een paal boven water.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SQM

begin: 19.85

einde: 19.85

 

 

temperatuur:

begin: -4° C

einde: -4° C

 

__________

 

 

 

 

Orion XT10