Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een eenzame wandeling 

 

14 augustus 2011

 

 

 

 

 

Achtergrondmuziekje?

 

 

Het ruikt naar winter tijdens deze windstille augustusnacht. De geur van een haardvuur prikkelt mijn reukorgaan.

De bijna volle maan lacht me toe, temidden van uitgestreken sluierwolken die de sterren dimmen, waardoor enkel de helderste exemplaren me begluren, alsof ze zich proberen te verstoppen achter een gordijn van satijn.

Ik geniet van dit sterrengeflirt en stel het slapen gaan uit met een wandeling naar een eeuwenoude kapel, die verstopt zit onder de kruinen van enkele bomen. Een haast mythische plek, om er te geraken dien ik een slordig aangelegde asfaltweg te bewandelen die de weilanden en bossen breekt.

Jammer genoeg moet ik eerst via een straat gaan die besmeurd is met het gif van felle straatverlichting, waar ik tot mijn verrassing een muisje geruisloos trippelend de rijbaan zie dwarsen, zoals het hoort volgens de wegcode.

Zelf wandel ik ondertussen koppig in het midden van de rijbaan en klem ik de verrekijker preventief tussen de warme vingers van mijn rechterhand. Een waar contrast met mijn linkerhand, die afgekoeld wordt door een cornetto met chocolade en vanille. Al likkend begeef ik mij naar het einde van de bebouwde kom.

Langs een hoeve waar mensen in feeststemming zijn, ergens onzichtbaar in wat vermoedelijk de achtertuin te noemen is. De kleine ramen in de voorgevel van de hoeve bieden mij een onverholen kijk op de met schemerlampen verlichte woonkamer, waar jazzmuziek speelt voor enkele achtergelaten wijnglazen, die rusten op de nerven van een eikenhouten tafelblad.

Een glas rode wijn en wat gezelschap, god wat zou het me deugd doen, maar ik wandel zonder dralen verder naar de poort die de bewoonde wereld scheidt van de sprookjeswereld. Een poort die de gedaante aanneemt van een opvallend scherpe en smalle bocht, waar een Mariabeeldje herinnert aan een ooit bijzonder gewelddadige ontmoeting tussen enkele weggebruikers.

Tijd om mij af te vragen waar ze begraven liggen heb ik niet, want de scherpe bocht snijdt het licht van de laatste lantaarnpaal abrupt af. Hier is het zover, hier verlaat ik de mensenwereld en betreed ik een plek die mij bij de keel grijpt.

Had ik mijn fototoestel maar meegenomen. Stel je een smalle kronkelende asfaltweg voor met lichte spoorvorming, die aan beide zijden begrensd wordt door een zwarte strook gracht. En het maakt niet uit in welke richting je kijkt, overal zijn er weilanden te vinden die getooid zijn in de kleur van witte nevelbanken. Mist die op sommige plaatsen versmelt met de hoge sluierwolken, mist die hemelsmooi contrastreert met de pikzwarte contouren van her en der geplaatste bomen.

Maar is het vooral het maanlicht dat deze plek betovert, waardoor de weg lijkt op te stijgen van de grond, alsof ik de weg naar de hemel betreed. Ik kan het onmogelijk beschrijven, maar deze plek raakt me.

Ik richt de verrekijker voor de eerste maal naar de maan, die zich haarscherp aftekent in mijn beeldveld. De Zwaan staat pal boven mijn hoofd en toont slechts de bekendste sterlichtjes. Het gekabbel van de Lopende Beek streelt mijn gehoor. Ik kan het niet laten om hier even te blijven staan, genietend van een plek die je eigenlijk moet kunnen zien om het te geloven.

En het genot wordt nog verhoogd, want even later word ik verrast door een werkelijk prachtige krans rond de maan, die zich als een witte kring rond de maan plooit met een opvallend koperkleurige rand. Ik lijk een planetaire nevel onder ogen te zien, bekeken met een 30 inch dobson.

Het eerste bos. Het maanlicht verdwijnt, ik wandel door een stuk aardedonker waar het me opvalt hoe muisstil het deze nacht is. Zelfs de krekels tsjirpen niet, het landschap lijkt hier even doods als het oppervlak van de maan. Ik schrik me een ongeluk als ik korte tijd later enkele druppels op het asfalt te pletter hoor slaan.

Daar komt de maan weer tevoorschijn, ik zie de stralen als schijnwerpers door het gebladerte dringen. Het lijken haast zonnestralen die door een toverstok van een fee beroerd zijn en van een wonderlijke schoonheid getuigen. Even hoop ik zelfs door een bosnimf ontvoerd te worden, tot het ISS me weer met beide voeten op de grond zet. Vermomd alsof het de ster Jupiter betreft, zie ik het ruimtestation zo discreet mogelijk de hemel doorklieven. Arme astronauten, gevangen in hun capsules kunnen ze slechts dromen over deze plek.

En dan is het zover, ik bereik mijn doel: de kapel van Salphen, die verstopt zit in de restanten van een treurend bos. Het korte pad dat ernaartoe leidt is onzichtbaar voor mijn door maanlicht aangetaste ogen. Ik moet een zaklampje aanklikken, waardoor enkele bosduiven geschrokken het hazenpad kiezen. Al klapwiekend maken ze zich uit de voeten, lawaai van krakende takken en bewegende bladeren verstijven mijn lichaam.

Ik knip het licht weer uit en laat mijn ogen wennen aan de duisternis. Het maanlicht schijnt tegen de achterzijde van enkele bomen en creŽert een griezelige sfeer. De silhouet van de kapel van Salphen tekent zich vaag af. Ik zet mij op een bank, doch ik voel mij hier allerminst op mijn gemak. De angst klampt me aan.

Het lijkt alsof ik elk moment ten prooi kan vallen aan een kwade geest. Herhaaldelijk kijk ik over mijn schouders, waar de duisternis mij gevoelloos aanstaart. Na vijf minuten houd ik het voor bekeken en vang ik de terugweg weer aan. De sluierwolken lijken grotendeels verdwenen te zijn, de maan bestraalt de oppervlakte en kleurt de nachtelijke hemel. Enkele witte wolkjes glijden feeŽriek mooi richting het oosten.

De schaduw van mijn lichaam stapt fier voor mij uit en begeleidt me weer naar huis. En dan gebeurt er iets wonderbaarlijks: de angst verdwijnt als bij toverslag, maar het is niet alleen dat. Ik staar naar de sterrenhemel, die zo onbereikbaar ver is maar tegelijkertijd zo dichtbij ook, en ik besef plots dat mijn thuis niet op deze aardbol te vinden is. De aardbol is slechts de luchtbel die mij in leven houdt. Daar hoog in de hemel, waar de sterren zijn. Daar voel ik me pas echt thuis.

 

 

Vorig verslagvolgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

98,8 %   

 

__________

 

 

 

 

10x50