Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13 december 2009

 

 

Ik hoorde het aan het geluid van een sportvliegtuigje. Het was twee uur in de namiddag, en ik besloot nog vijf minuten te blijven liggen. De rolluik gunde me geen streepje licht, ik lag in het pikdonker onder een flanellen laken dat alle moeite deed om me in bed te houden. Maar ik wist het, door dat vliegtuigje. Je hoort ze wel eens meer, en altijd als de zon schijnt, als het blauw van de hemel de aarde kleurt.

Twee uur in de namiddag. Plus enkele minuten. Normaal blijf ik na een nachtdienst niet zo lang in bed liggen. De slaap was diep geweest. Maar het vliegtuigje deed me opstaan. Met enkele krachtige bewegingen trok ik het rolluiklint naar beneden, waarop de rolluik kreunend naar boven rolde.

 

En ik zag witte wolkjes, en roze wolkjes, en ook grotere wolken, donkere wolken. Lappen van wolken, ondergedompeld in tientallen tinten hemelsblauw, schitterend in stralen van ingehouden zonnewarmte. Een tafereel dat elke impressionistische schilder zou doen watertanden. Mijn mond viel open.

Toen wist ik het al, met zo’n weer mag je niet binnen blijven. Daarom dat ik me deze keer wat beter voorbereidde, ik wilde meer zien dan de hemelobjecten die ik vorige keer bewonderd had.

En hier marcheer ik dan, richting Oostmalle, langs de weg waar ik vorige keer mijn voetafdruk achterliet. Ik had verwacht dat de sterrenhemel me zou verwelkomen, maar grote wolkenvelden bedekken het meeste van de hemel. Slechts enkele sterren prikken door de ijskristallen sluiers van hoge wolken. Een mooi zicht, zij het dat de lantaarnpalen vervelend doen.

Maar goed, ik schat dat deze wandeling zo’n anderhalf uur zal duren. Na de eerste minuten is het startschot gegeven en kijk ik tegen het bord aan dat het einde van de bebouwde kom aanduidt. Hier kom ik meteen ook de laatste lantaarnpaal tegen. De weg maakt onmiddellijk een bocht, waar-door het straatlicht abrupt wordt afgebroken. Ik schrik van de duisternis. In tegenstelling tot de vorige keer is het nu een stuk donkerder, vermoe-delijk omdat de maan mij in de steek laat. Zelfs het asfalt verstopt zich voor mij, ik moet opletten dat ik niet naast de weg terechtkom. Pikdonker, werkelijk pikdonker. Dit beloofd als ik straks door het bos wandel.

Na twintig minuten bereik ik mijn eerste tussenstop: de kapel van het gehucht Salphen. Een kapel die in 1626 gebouwd werd, naar het schijnt om de mensen die naar de bossen gevlucht waren te beschermen tegen de pestepidemie. Traditiegetrouw worden hier nog elk jaar de Sint-Antoniusfeesten gehouden, een groot volksfeest waar je nog echte varkenskoppen per opbod kan kopen, en waar je elk jaar dronken vrouwen al waggelend in de sloot ziet urineren. Breugeliaanse taferelen in de weiden van Salphen.

 

Gelukkig is er op dit moment niets van dit alles te zien. Een zaligmakende rust vergezelt mij. Ik richt mijn verrekijker naar het Zevengesternte en stel scherp. Mooi, maar buiten deze sterrenhoop valt er op het moment weinig te beleven. Wolken, waarom doen jullie mij dit aan?

In tegenstelling tot de vorige wandeling volg ik vanaf nu niet meer de weg richting ’s Heerenbos, maar wandel ik een aardeweg in, richting het vliegveld van Oostmalle. Het is een aardeweg van enkele kilometers lang, die kronkelt tussen oeroude bossen en vergeten weilanden. Ik heb er nog geen idee van of deze route me gaat bevallen, en voor alle zekerheid heb ik een oude zaklamp bij. Ik hoop dat er nog een restje licht in zit.

Het gebied rond het NAVO-vliegveld is eigenlijk een uniek natuurgebied, waar nog heiderestanten te vinden zijn die omringd worden door grote boscomplexen. Het is grotendeels militair domein, maar de aardeweg is voor het publiek toegankelijk en loopt tot naast het vliegveld, waarop hij uiteindelijk eindigt op het grondgebied van Zoersel. Ik voel de veerkracht van de zandweg. Vanaf hier verwacht ik geen levende ziel meer tegen te komen.

Maar het is aardedonker, ondanks dat ik nog niet helemaal in de bossen zit. Maximum tien meter, verder zie ik niet. De bomen naast mij zijn slechts schimmen, daarachter is het gewoon zwart. Wat raar, ik heb wel eens gedroomd dat ik bij nacht door een sprookjesbos liep, maar in die droom zag ik duidelijk meer dan nu. Nu zie ik echt niets, alleen maar zwart. De aardeweg is slechts een wazige strook die na enkele meters in de duisternis verdwijnt. Ik heb geen idee wanneer de volgende bocht zich zal aanbieden. En ik heb hier al in daglicht gewandeld, maar nu lijkt het of ik hier nog nooit gewandeld heb. Ik herken niets meer, het lijkt een volstrekt vreemde omgeving.

En stil dat het is, mijn stappen klinken luid. Ik stop af en toe met wandelen. Niets hoor ik hier, zelfs geen geritsel. Angst heb ik niet, maar op mijn hoede ben ik wel, het veroorzaakt een lichte spanning die mij doet leven. Ik wandel zo stil mogelijk verder, waarbij ik af en toe mijn blik naar boven richt. Zoekend naar sterren die zich niet laten zien.

Na een tiental minuten maakt de aardeweg een bocht. Vanaf hier gaat het dwars door het bos. De weg laat zich niet meer zien. Het zand van de aardeweg is hier donkerder, waardoor het één geworden is met de pikzwarte omgeving. Voorzichtig wandel ik verder. Een smalle strook lucht boven mijn hoofd leidt me de weg. Een sterloze hemel. En plots hoor ik gekraak, rechts van mij. Ik hoor dikke takken die breken onder het gewicht van een dier. Ik twijfel even, en ik besluit de zaklamp er bij te nemen.

Ik klik de lamp aan en richt hem naar de plaats van het gekraak. Maar het licht van de lamp is zwak en dooft na enkele seconden uit. Geen enkel dier laat zich zien, en door de zaklamp lijkt het plots alsof alle ogen op mij gericht staan, alsof ik plots het bos gewekt heb. Ik hoor enkele duiven verschrikt wegfladderen, het gekraak neemt nog toe, en een fel gekrijs snauwt me toe, het lijkt op een kleine aap die schreeuwt, ik vermoed dat het een vrouwtjesuil is. Het gekrijs wordt beantwoord door de roep van een mannetjesuil, en links van mij hoor ik dan weer geritsel in het struikgewas. Wat een leven plots.

Door het zwakke licht van de zaklamp merk ik dat het bos aan mijn rechterzijde afgespannen is met een omheining van zo’n 90 cm hoog. Op de omheining hangt een bordje met de tekst: Wildbeheer eenheid groot malle. Verboden toegang. De omheining stelt mij gerust, alsof de omheining er staat om mij te beschermen. Ik steek de lamp weer weg en wandel verder. Even komt er een opening in het wolkendek. Perseus staat pal boven mijn hoofd. Ik richt de verrekijker en aanschouw Melotte 20. ‘Harpje’, fluister ik zacht.

Na enkele bochten merk ik aan de horizon oranje lichtjes op, op gelijke afstand van elkaar. Het lijkt op verre straatverlichting. Een vreemd verschijnsel valt me tevens op: het zijn drie witte lichtbollen die in de lucht hangen, ver weg. De bollen vormen een driehoek, het lijkt op een UFO. Wat een raar iets. Ik neem mijn verrekijker en kijk. Getverdemme, het is kerstversiering. Het zijn drie kunstmatige sterren die ergens ver weg in een paal of boom hangen. Miljaar, zelfs in dit verlaten gebied kun je blijkbaar niet meer wegvluchten voor die krankzinnige mensenwereld. Jezus nog aan toe!

Ik wandel verder in de hoop dat de lichtjes weer uit mijn zicht zullen verdwijnen. Na een tijd passeer ik een berkenbos. Het lijkt of de stammen van de bomen licht geven. Indien er elfen bestaan moeten ze in dit berkenbos te vinden zijn. En een laatste stuk aardedonker moet ik nu nog doorkruizen alvorens ik de rand van het vliegveld nader.

 

Maar plots hoor ik iets op de zandweg, iets dat mij aan hoge snelheid tegemoet komt. Ik hoor het zand van de weg knarsen, waarop ik een zwakke rode gloed zie opdoemen. Ik zie een schim in de vorm van een mensengestalte.

 

Het is een fietser, zonder voorlicht, en op het moment dat ik dát besef is het al te laat om nog weg te springen. Hij komt recht op mij af, waarop de fietser mij nog net op tijd opmerkt en op een ridicule manier ‘Wooooooo!’ begint te roepen. Een seconde later zie ik dat hij zich al trappend uit de voeten maakt. Aan zijn stem te horen was het een jonge knaap. Ongelooflijk, je moet gek zijn om hier te komen fietsen.

 

Vervolg verslag



Vorig verslag / volgend verslag