Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13/14 mei 2010

 

 

Waarnemen aan zee, ik moet bekennen dat ik me er nog nooit eerder toe heb laten verleiden. Mijn activiteiten aan zee speelden zich grotendeels tijdens de dag af, zoals een wandeling maken, of een fietstochtje, een terrasje. Dat soort dingen. Al had ik voor dit verlengd weekend buiten mijn fototoestel ook mijn verrekijker meegenomen, en het toeval wil dat het de eerste twee avonden helder weer was.

Rond acht uur ’s avonds stond ik dan ook met mijn fototoestel op het strand, te genieten van een prachtige zonsondergang. Ik bevond mij op enkele kilometers afstand van het centrum van de Panne, vlak tegen de grens met Frankrijk, waardoor ik het strand bijna volledig voor mij alleen had. Op de betonnen dijkwand stond trouwens een zitbank waar ik volledig zen van het vallen van de avond kon genieten. Venus zag ik hierbij steeds helderder boven de zee pronken.

Maar na enkele uren ik kreeg het koud en besloot ik terug naar binnen te gaan.
Anderhalf uur later stapte ik opnieuw naar het strand, ditmaal met de verrekijker in de hand. De kleuren van de avond waren nu spoorloos verdwenen, en omdat mijn nachtzicht nog moest ontluiken schuifelde ik als een blinde langs de schuine dijkwand naar beneden, waar zich in het pikzwarte duister ‘ergens’ de zee bevond. De sfeer was volledig omgeslagen en was bijna angstwekkend te noemen. De wind was toegenomen en de zee klonk haast barbaars. Wat ik op dat moment nog niet zag was dat de zee vlakbij was en het water op een geniepige wijze dichterbij kwam. Al zei mijn verstand gelukkig om niet te ver te gaan.

Twee verschrikkelijke lichtkoepels vielen mij onmiddellijk op. In het westen tekende de schoorsteenrook van Duinkerke zich bijna futuristisch af tegen de massaal aanwezige industriële verlichting, in het oosten bleek het de verlichting van de toeristische kustzone te zijn, waardoor ook die kant blaakte van het licht. Beide lichtkoepels leken met elkaar verbonden te zijn met een soort artificiële melkweg, een lichtzuil die dwars door het zenit liep.

De zin om sterren te kijken was hierdoor al vlug verdwenen. Ik keek even naar Melotte 111 met de verrekijker, maar ik kon er niet echt van genieten. De sterren fonkelden alsof ze in brand stonden. Wel leuk was dat Cassiopeia mooi boven de zee stond, en toen ik die W onder ogen nam werden mijn voeten wel plots heel koud. Ik keek naar beneden en bleek van de ene op de andere seconde omringd te zijn door water, waardoor ik me met bekwame spoed terug naar de dijk repte. De snijdende wind gaf vervolgens de genadeslag waarop ik teleurgesteld weer naar binnen liep.

 

 

 

 

Gelukkig kreeg ik nog een tweede kans, want ook op de tweede dag was het stralend weer, waardoor ik ‘s avonds terug op het strand te vinden was. Ditmaal leken de omstandigheden ook iets beter te zijn. Ik had me ook warmer aangekleed, maar ook de wind was gaan liggen, alsook leken de sterren minder te fonkelen. Ik besloot terug op de bank te gaan zitten en liet mijn ogen wennen aan het donker. Ik voelde mij ditmaal al vlug op mijn gemak, en ik genoot van de lichtjes van de vissersboten die aan en uit gingen. Het geruis van de zee klonk daarbij als het gefluister van onzichtbare zeemeerminnen die me nieuwsgierig gadesloegen. Zo hoopte ik toch.

Ik keek terug naar Cassiopeia, en het viel me op dat er onder Cassiopeia nog sterren stonden. Ze leken de zee te kussen. Ik richtte naar deze plek en kreeg het dubbelcluster in het vizier. Zo laag aan de horizon toonde het dubbelcluster zich vrij zwak, maar omdat het dubbelcluster zich op ooghoogte bevond kon ik er ontspannen naar kijken met de verrekijker, waardoor hij steeds duidelijker zichtbaar werd. Prachtig gewoon, het dubbelcluster vlak boven de zee. Ook de ster Mirphak met daarrond Melotte 20 was nog een aangename verrassing om naar te kijken, al toonde deze sterrenhoop nu beduidend minder sterren en was deze hoop de laagste die ik boven de zee vond. De Voerman stond iets meer naar links en stond op het punt om de verzuipen. Een prachtig zicht, al lieten de drie Voermannetjes zich niet  zien.

Ik richtte de verrekijker terug meer naar boven, naar het sterrenbeeld Giraffe, waar Kemble’s Cascade nog mooi zichtbaar was en bijna horizontaal te bewonderen was. Iets meer naar het oosten stond het sterrenbeeld Cepheus. Ik nam de Garnet Star onder de loep, die zoals te verwachten diep oranje was, en ik kon het niet laten om de kleur van deze ster te vergelijken met de kleur van Mars. Beide objecten hadden dezelfde kleur oranje, al was Mars een stuk feller te zien. Maar de Garnet Star, alleen al de gedachte naar de onvoorstelbare grootte van deze sterrenreus deed planeet Mars verdampen tot een zielig waterstofatoompje. In een reflex stond ik op om Saturnus even te bekijken, die duidelijk niet oranje maar geelachtig van kleur was.

En dan de sterrenhoop M44, waarachtig, zelfs met de lichtkoepel van Duinkerke bewees deze hoop dat hij een echt verrekijkerobject is. En ook Melotte 111 bekeek ik opnieuw en blonk nu van trots, al was deze hoop door de hoge stand niet echt comfortabel te bekijken met de verrekijker. De Grote Beer stond in het zenit en leidde me naar de Poolster, waar ik het asterisme de Verlovingsring bekeek, en de deuk in de ring mij duidelijk opviel.

Prachtig allemaal, wat een genot om naar te kijken, maar mijn hart begon te bloeden toen ik naar de Zwaan keek, die verdronk in de oostelijke lichtkoepel. Het leek of de Zwaan levend gegrild werd, wat een onrecht voor dit prachtige sterrenbeeld. Gelukkig had Vega nog niets van zijn pracht verloren, al moest ik even turen voor ik het sterrenbeeld Lier kon ontwaren in deze lichtsoep. Met de verrekijker liet Stephenson 1 zich ook mooi zien, al zag ik maar drie sterren van dit arme hoopje. Hercules stond dan weer op veilige hoogte boven de lichtkoepel, en ook M13 was duidelijk te zien door de verrekijker. Na wat gezoek liet ook M92 zich zien, zij het dat deze bolhoop een stuk minder duidelijk was.

Jawel, het was heerlijk vertoeven tijdens deze sessie. Ik keek nog een tijd in het wilde weg met de verrekijker en genoot van de stilte, van de zeelucht, van het geruis van de zee en de lichtjes van de boten, waarop ik uiteindelijk in gedachten verzonken terug naar binnen wandelde. Wat jammer van die lichtvervuiling hier, waardoor ik mezelf gelukkig prijs dat ik
 in de Kempen woon. Natuurlijk zijn er plaatsen waar het nog vele donkerder is dan bij mij thuis, maar ik weet nu dat het ook een stuk slechter kan. En dit op een plaats waar de sterrenhemel zo mooi tot zijn recht zou komen...

 

 

 

 

Vorig verslag / volgend verslag