Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat een triest, nat, troosteloos weer. Al dagen aan een stuk slaat de klok niets dan bewolking en regen, en op deze 11 novemberdag gooien de weergoden er nog een schep bovenop: jawel, storm! Rukwinden die genadeloos door de dorpskern razen, en een grijs monotoon wolkendek dat de regen als granaten op het monument van de onbekende soldaat laat neerkletteren. Bah.

Ach, laten we binnen blijven vandaag. Laten we een goed boek lezen, naar de radio luisteren, dromen over betere tijden, toen de weilanden nog kleurden in het rood van de klaprozen, toen de krekel vrolijk tsjirpte onder het blauw van de hemel.

Tot de klok 22 uur 30 slaat en de luchtbel van mijn droom openspat. Ik zweer het je, weer of geen weer, ik moet er gewoon even uit, n˙, onmiddellijk, weg! Zelfs Jurgen heeft recht op een frisse neus.

Vergeet ook alsjeblieft nooit je verrekijker mee te nemen tijdens een wandeling in het donker, zelfs niet als het stormt, want tot mijn verrassing heeft het grijze wolkendek stiekem het hazenpad genomen, waardoor de sterren in alle haast bijeengeroepen zijn. Zˇ moet het dus voelen als je de lotto wint.

Een moment later tracht ik vol enthousiasme mijn voeten bij te benen die richting Salphen stappen in boerendorp Oostmalle, waar ik op een onverlicht stuk weg het hoogtepunt van de dag hoop te vinden. En geloof me of niet, maar ik wandel voorbij een plek waar ik nog steeds enkele moedige krekels hoor tsjirpen, zelfs op deze koude novemberavond. Het moet een bejaard koppeltje zijn dat er tot de laatste dag voor gaat, en zo hoort het ook.

De Lopende Beek heeft het een stuk moeilijker en dreigt te verdrinken in haar eigen nat, al trekt de wind zich daar gelukkig niets van aan, hondsdol gierend langs de bomen doet hij het bos kreunen. Ik geniet gulzig van al dit nachtelijk natuurschoon dat, hoewel ietwat griezelig, mij bijna evenveel verrukt als de sterrenhemel zelf.

Het eerste sterrenbeeld dat me bij de keel grijpt is krijger Orion, die zich al opvallend hoog uit de aardkorst heeft losgetrokken. M42 pronkt hierbij samen met enkele kleine sterrenhoopjes mooi beeldvullend in de verrekijker.

Ik kan het ook niet laten om de kleuren van enkele felle sterren te vergelijken, waarbij het oranje van Betelgeuze een stuk dieper blinkt als dat van Aldebaran, en natuurlijk neem ik ook de Hyaden nog een keer mee, die zich stevig aan mijn beeldveld vastklampen.

Maar de verrassing van de avond blijkt de Voerman te zijn, die me drie prachtige Messierobjecten laat zien door de verrekijker. M38 is de bovenste en toont zich als een grote ijle vlek die naast een ovaal van sterren te vinden is. Iets meer naar onderen laat M36 zich vinden, die een stuk helderder en compacter is dan M38. Het verschil tussen beide hopen is zo opvallend en prachtig te zien, waardoor ik zou kunnen kirren als een indiaan. En de onderste, M37, is dan duidelijk weer een middelmaatje, een lulletje van 15 cm, waardoor het trio een uniek spektakel biedt.

En nogmaals dwaal ik met de verrekijker naar de Orionnevel, haha, tot ik onverwacht word opgeschrikt door een flits achter mij, als van een weerlicht. Instinctief draai ik me om, waarop ik het nalichtend spoor ontwaar van een krachtige meteoor die verticaal naar de horizon duikt. Kreten van opwinding galmen over de vlakte, vluchtig onderschept door het gehuil van de wind, die me provocerend in het gezicht slaat.

Het lijkt alsof Orion mij in de ban houdt, want het volgende moment loer ik een derde keer naar dit machtige sterrenbeeld, waar de sterren van Collinder 70 in een perfecte S-vorm rond de drie gordelsterren lijken te slingeren. Om dit kronkelend genot te verlengen richt ik de verrekijker naar het zenit, waar de open sterrenhoop Melotte 20 oogverblindend mooi staat te glinsteren. De haarspeldbochten die deze sterren mij tonen zouden elke Formule 1-piloot doen smachten naar de snelheid van het licht.

En dan zie ik iets onbekends met het blote oog, het lijkt op een minihoop die opgebouwd is met sterretjes die even fragiel lijken als het Zevengesternte. Het blijken de sterren te zijn die rond de ster Meissa zweven, en door de verrekijker lijken ze op een kerstboom die in twee gespleten is. Het is een bizar hoopje dat mij aan een onafgewerkte Ple´adenhoop doet denken, en ik leer achteraf dat ik Collinder 69 onder ogen zag. Wat een intrigerend hoopje, zowel met het blote oog als met de verrekijker.

Ook de Voerman laat mij met het blote oog nog enkele fascinerende vlekjes zien, hoewel ze vermoedelijk geen sterrenhopen zijn, gelet ik er op het internet niets over terugvind. Vreemd, want hoewel de sterren fier poseren kruipen ze als communiezieltjes verlegen tegen elkaar aan.

Het eerste asterisme zie ik rechts naast M38 staan, en laat zich met het blote oog als een duidelijk maar tegelijkertijd wazig vlekje zien, waar ik met perifeer kijken 1 of 2 twee sterren in kan oplossen. Door de verrekijker lost dit vlekje op in een zestal sterren die de vorm van een smalle, lange balk aannemen, en waarvan 16, 17 en 19 Aur deel uitmaken. Geen echte sterrenhoop vermoedelijk, maar wel ontzettend mooi om met de verrekijker te bekijken.

Ook boven de ster Theta Aur zie ik een wazig vlekje met het blote oog, dat zich door de verrekijker als een dikke, korte balk van zes sterren toont. Upsilon Aur en Tau Aur maken deel uit van dit vrolijke hoopje, dat jammer genoeg dus ook een asterisme blijkt te zijn.

De terugweg biedt zich alweer aan, waarbij ik een tweegevecht aanga met de wind en de rillingen over mijn rug lopen. Jupiter lijkt door de verrekijker op een dobber, waarbij de maantjes schuin naar boven gericht staan, alsof de planeet golft op een oceaan van kosmos, vechtend tegen het gebeuk van de wind.

Er valt mij nu tevens een zweem van melkweg op, en ik gok dat de waarneemomstandigheden op dit moment best wel goed te noemen zijn. Tijdens het wandelen kan ik het ook niet laten om mijn hoofd naar boven te richten, waarbij ik enkele malen ongewild in de drassige berm terechtkom en ik het uitkraai van plezier.

Tot de Zwaan me plots weer met beide voeten op de grond zet en ik nederig mijn hoofd buig. Het sterrenbeeld toont zich als een gigantisch kruis dat schuin naar beneden gericht staat en genadeloos in de aardkorst getrokken wordt. Een symbolisch beeld dat alle grafmonumenten doet verbleken, en door de sterren was ik het even vergeten, maar het is nog steeds 11 november. Het laatste stuk van de wandeling zet ik daarom ingetogen verder, waardoor ik de wapenstilstand op mijn eigen manier, in stilte herdenk.

 

 

 

 

Vorig verslag / volgend verslag