Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opgelet: deze waarneming is zo marginaal dat het volstrekt nutteloos is om verder te lezen.

 

Het bovenste zinnetje is belangrijk, want na een half uur gapen weet ik nog steeds niet hoe ik dit verslag moet beginnen, en de reden hiervoor is simpel: bewolking. En ik zeg het geen tweede maal.

Laat ik even naar mijn avontuur in Schöneseiffen (D) klikken, nu twee maanden geleden alweer. Dat was pas een goede tijd, en sindsdien is het alleen maar bergafwaarts gegaan. Al moet je als sterrenliefhebber wel iets kunnen verdragen natuurlijk, maar de weergoden moeten nu ook weer niet overdrijven. En dat ze overdrijven staat als een paal boven water.

De laatste week leek deze neerwaartse spiraal zelfs een bittere climax te bereiken, die zich op een zaterdagavond voltrok tijdens een voorstelling van Geert Hoste, in de Stadschouwburg Antwerpen, waar ik de zaal al na tien minuten halsoverkop diende te verlaten om de rest van de voorstelling al brakend op een toilet door te brengen, terwijl het publiek mij op de achtergrond leek uit te lachen.

Het lachen was mij zonder twijfel ontnomen, en het griepvirus slaagde er tevens in om datgene te bereiken waar het aanhoudende wolkendek tot hiertoe in gefaald had: het verdreef het waarneemvirus als bij toverslag. Ik leerde zelfs dat in bed rillen als een nieuwe hobby beschouwd kon worden.  

Maar een halve week later leek het griepvirus onverwacht vlug het hazenpad gekozen te hebben, en er sluimerde weer hoop, want ondanks de nog steeds aanhoudende bewolking begon het waarneemvirus weer zachtjes te pruttelen.

Tot er onverwacht weer iets in mijn buik begon te pruttelen en de diarree alle hoop aan diggelen spetterde, waardoor ik ditmaal niet naast maar op de pot leefde, en ik besefde dat dat verdomde virus nog steeds in mijn lijf tekeerging. Het tweede deel van het miserere was begonnen.

 

 

Donderdag, 9 december 2010

 

Toen ik die donderdag in december 2010 onverwacht de zonneschijn mocht aanschouwen, terwijl ik herstellende was van het griepvirus, na die vreselijk lange periode van bewolking, bleek dat een bijzonder vreemde gewaarwording te zijn.

De kleuren leken onecht, oud zelfs, waardoor ik mezelf in een diavoorstelling waande van lang geleden, en ook de temperatuur had een andere bril opgezet, de laatste sneeuw lag er wat verweesd bij, het leek alsof er ijsschotsen dreven op de groene oceaan die ooit mijn tuin was geweest.

Maar die zonneschijn, het doet iets met een mens, en na een Dafalgan of twee en een Immodium Instant besloot ik alsnog te gaan werken, meer zelfs, ik zou na het werk zelfs terug naar huis wandelen, met de verrekijker in de hand.

Bij het vallen van de avond zag ik de maansikkel als een glimlach aan de hemel staan, en om 21.00 uur zat mijn dienst er eindelijk op. De wandeling naar huis kon beginnen. Het was ondertussen weer volledig bewolkt.

Je leest het goed: bewolkt, en ik weet dat ik het geen tweemaal zou zeggen, daarom dat ik het nog een paar keer zeg: bewolkt, bewolkt bewolkt bewolkt!

Grrrr, je had me moeten zien wandelen ook, met mijn verrekijkeretui die op een handtas leek, bengelend aan mijn rechterpols, terwijl ik me probeerde recht te houden op ijsgladde wegen in een troosteloos landschap, badend in sepiakleur.

Noem me gerust triest, want door het gladde wegdek diende ik met gebogen hoofd verslagen verder te wandelen, en pas bij de laatste kilometer leken de wolken eindelijk wat op te lossen. Cassiopeia verwelkomde me pal boven mijn hoofd, maar de intergallactische W kon me in de verste verte niet opbeuren, mede omdat het naar boven kijken de misselijkheid weer deed aanwakkeren.

Voorzichtig schuifelde ik dan maar verder, mezelf afvragende welke botten ik zou breken bij een val, tot de oogappel van de winterhemel me vanuit mijn linkerooghoek leek aan te raken. De pleïaden, ze deden me alsnog de verrekijker uit het etui nemen, en ook big Orion toonde zich nu tussen enkele wazig omlijnde wolkenreuzen.

Verrek! Het beeld door de verrekijker was bijna grappig te noemen. De Orionnevel vermomde zich als het plassertje van een obese wolk en schonk mij een uniek beeld door de verrekijker. En ook de drie Voermannetjes lieten zich kort daarna zien, en de Tweelingen, waar M35 zich als een geest toonde, een werkelijk griezelig wolkje vol geheimzinnigheid, waar ik enkele fascinerende lichtpuntjes in kon ontwaren.

Het was alsof dit sterrentafereel mijn vermoeide blik niet mocht bereiken, want kort hierna herenigden de wolken zich alweer in de monotone kleur van de nachtelijke lichtvervuiling. 

Teleurgesteld wandelde ik weer verder, tot een gehuil mijn pas deed stoppen. Ik spitste mijn oren en luisterde, terwijl ik mijn blik liet wegdromen over een verlaten weide. Het was duidelijk gehuil, zij het geen menselijk gehuil, maar wel dierlijk gehuil.

‘Oeeeehooeeee … oeroeroeroehoeeeee.’

‘Oeeeehooeeee … oeroeroeroehoeeeee.’

Het was een mannetjesuil die zijn roep over de vlakte liet galmen, en steeds dezelfde klaagzang oehoede, en op het moment dat ik weer verder wandelde hoorde ik dat ik dichterbij kwam, zijn roep klonk steeds indringerder, steeds duidelijker.

‘Oeeeehooeeee … oeroeroeroehoeeeee.’

‘Oeeeehooeeee … oeroeroeroehoeeeee.’

Na een tijdje kwam ik voorbij een vreemde bocht, waarvan de bestaansreden mij eigenlijk onduidelijk is in dit bedreigd stukje natuurschoon, waarop ik de restanten van een oud bos tegenkwam, en ik nogmaals mijn pas stopte, nu ter hoogte van een hoge beuk. Ik probeerde de top van de boom te ontwaren in de duisternis, maar ik zag niets, ook al zat daar een uil naar me te kijken. Ik voelde zijn blik priemen, op slechts meters afstand van mij.

‘Oeeeehooeeee … oeroeroeroehoeeeee!’

 

***

 

Sorry dat ik dit verslag zo abrupt onderbreek, maar het heeft totaal geen zin meer om de elastiek van dit verslag nog te rekken. Eigenlijk moet ik het verslag beperken tot enkele regels, of nee, misschien kan ik het gewoon beter deleten. Het schrijft ook helemaal niet leuk, zo’n verslag schrijven waar bijna niets van waarneming inzit.

Weet je, zolang het slechte weer aanhoudt moet ik me misschien eens als een gewone sterveling proberen te gedragen. Laat ik gewoon onopvallend leven, struinen van website naar website, geeuwen van dag tot dag. Laat ik er gewoon vanuit gaan dat het nooit meer helder wordt. Dit is het laatste verslag dat ik hier schrijf. Het is gedaan, het komt nooit meer goed. Salodder! Doei!

 

Vorig verslagvolgend verslag