Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

8 juli 2010

 

 

Ik zie de gezichten van mijn collega’s nog zo voor mij, toen ik hen gisteren het nieuws vertelde dat ik een 130 km lange rit zou maken om een sterbedekking van hooguit vijf seconden te kunnen zien. Ongeloof, maar vooral ook onbegrip las ik van hun gezichten af. Ze lachten het weg alsof ik een gestoorde ziel was, een gek. Ik vond het wel grappig. Boeiend zelfs.

Misschien hadden ze ook gewoon gelijk, want zeg nu zelf, wat heb je er nu aan om een sterretje te zien verdwijnen? Het is toch veel leuker om naar het voetbal te kijken, of om gewoon op een terras te zitten niksen, in het gezelschap van een frisse pint? Die sterren zie je elke ochtend sowieso verdwijnen, als ze al niet door de wolken gegrepen worden. Je kan net zo goed naar een vlieg zitten gapen die op je boterham gaat zitten.

Mis! Vind ik tenminste, want deze gebeurtenis is iets uitzonderlijks, iets wat deze eeuw maar éénmaal voorkomt. Een sterbedekking die met het blote oog zichtbaar is, en het zullen niet de wolken zijn die er ditmaal voor gaan hangen, maar wel de asteroïde 472 Roma. Een rotsblok met een diameter van 50 km, ontdekt in 1901, door de Italiaanse astronoom Luigi Carnera, die de steen naar zijn geboortestad Rome noemde.

De asteroïde zal de ster Delta Ophiuchi bedekken, een ster met een magnitude van 2.7, die ook wel Red Prior genoemd wordt. Je vindt de ster in het sterrenbeeld Ophiuchus, op een comfortabele hoogte in het zuiden, iets boven het sterrenbeeld Scorpius. In mijn tuin is de ster makkelijk te zien, maar de bedekking zelf helaas niet. Om die te zien moet ik mij in een bepaalde perimeter begeven, een smalle strook van 50 km breedte, en die strook loopt niet door mijn dorp.

Wat me terug aan het begin van dit verslag brengt, waar ik mijn collega’s vertel dat ik naar Mheer rijdt, een klein dorpje voorbij Maastricht, waar zich ergens een plekje bevindt tussen de weilanden. Een plekje waar af en toe wat mensen samenkomen om naar de sterren te kijken. Het ligt volgens mij op de perfecte locatie om de sterbedekking te kunnen waarnemen.

 

 

De baan waar de sterbedekking zichtbaar is. In de blauwe zone zou de bedekking totaal moeten zijn

 

En nu is het zover. Het is 21.00 uur, ik heb net getankt en vertrek vanuit Zoersel naar de Voerenstraat in Mheer. Bach brengt me alvast in  stemming, en terwijl ik geniet van de prachtige kleuren in het westen, die zich als schilderijtjes aftekenen in de achteruitkijkspiegels van mijn auto, vraag ik me af wat mij straks te wachten staat. In het slechtste geval zal ik een ster zien die zich weigert te bedekken. Een doemscenario waar ik niet aan wil denken, want ik geniet momenteel volop van deze rit, met een glimlach op mijn gezicht.

Om 21.30 uur kom ik tot mijn verrassing al een bord tegen dat me welkom heet in Limburg, waarop de GPS me prompt een alarm geeft voor een naderende flitspaal. Ik los mijn gaspedaal. Nog steeds staat de zon in mijn achteruitkijkspiegels. Het lijkt alsof ik ervan wegrijd, recht het diepe heelal in. De schaduw voor mijn auto wordt steeds langer, het lijkt op een langgerekt pacmanspook met Shrek-oortjes.

 

Maar uiteindelijk verdwijnt ook die schaduw en wordt het tijd om de zonnebril af te zetten. Bijna 100 km autosnelweg heb ik voor de boeg, en terwijl die kilometers gestaag vorderen, verwonder ik mij over de blauwe hemel, waar af en toe wat onschuldige sluierbewolking hangt, boven werkelijk práchtige heuvellandschappen.

Na een goed uur nader ik Maastricht, waar de weg me langs de Maas voert, die de oranje kleuren van de zonsondergang hemels mooi weerspiegelt in het water. Wat een genot om hier te rijden.

 

Kort daarna verlaat ik de Maas en rijd ik een onbekend landschap tegemoet, waar een bordje mij gebiedt naar links af te draaien, richting Mheer. De strenge stem van de GPS (Ellen genaamd) stuurt mij echter rechtdoor.

 

Raar, maar ik besluit op mijn GPS te vertrouwen, waarop Ellen mij na een drietal kilometer vertelt dat ik op de bestemming ben aangekomen. Vreemd wel, want de omgeving komt niet overeen zoals ik hem op Google maps had gezien. Er klopt precies iets niet.

Uiteindelijk leidt de straat me naar een witte kiezelweg die steil naar boven loopt. Het lijkt alsof ik mij in Oostenrijk bevind, en aan de weg lijkt geen einde te komen. Na een tijd nader ik een camping waar ik enkele wandelaars aanspreek, doch niemand kan mij enige nuttige info verschaffen, ook al ben ik volgens de GPS nog steeds in de Voerenstraat.

Nog drie kwartier verlies ik hierop met zoeken, waarop ik uiteindelijk besluit om Bergenhuizen door te rijden, en ik tot mijn verbazing weer in de Voerenstraat terechtkom. Toch ben ik hier nog niet geweest, en zoekend in deze straat kom ik plots een plek tegen waarvan ik onmiddellijk het gevoel heb dat ik er eindelijk ben.

Voor de eerste maal zet ik voet in Mheer. Ik ben helemaal alleen op deze plek, de rust overvalt me. Een klein betonnen platje naast een kronkelend weggetje, zo valt de waarneemplek nog het eenvoudigst te beschrijven.
Achter het platje ligt een weide met pasgemaaid gras. De ijzeren poort staat open, waardoor ik de sterrenkijker in de weide kan opstellen. Toch wel iets gezelliger zo. Idyllisch zelfs. Wat een landschap, het lijkt wel een postkaart.

En plots zie ik iets vreemds. Aan de overzijde van de weg bevindt zich een weide, en achter die weide zie ik een auto bijna stapvoets met gedoofde lichten rijden. Overtuigd dat ik een amateurastronoom zie rijden begin ik met mijn rood lichtje te zwaaien en flits ik enkele malen met de grootlichten van de auto. Tevergeefs.

Zou ik dan toch verkeerd staan? Ik twijfel even, maar het is ondertussen al 23.00 uur. De sterbedekking zou rond 23.58 uur plaatsvinden. De zin om alles terug op te breken ontbreekt me. In plaats daarvan smeer ik mijn armen en gezicht preventief tegen de muggen in.

 

Ik verken de omgeving en wat me meteen opvalt, ondanks dat het nog niet helemaal donker is, is dat de horizon veel minder lichtvervuild is dan bij mij thuis. Enkel in het zuidwesten zie ik de lichtjes van Maastricht, waar zich een gloed vormt, doch deze wordt grotendeels bedekt door de twee bomen die me vergezellen naast het weggetje.

Het stoort me wel dat ik nog zo dicht naast de weg sta. Om het kwartier komt er een auto voorbij gereden. Schuilen voor de autolichten is haast onmogelijk op deze plek.

 

 

Vervolg verslag



Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________