Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 juni 2010

 

 

 

Het is al iets over middernacht, en laat ik er maar niet over liegen: ik ben moe. Stante pede in bed kruipen, het zou zo’n deugd doen, en toch zit ik hier weer in de tuin. Ik ruik de sterrenhemel haast.

De schetskaft heb ik zojuist met een krachtige beweging in het donker van de tuin geworpen, en ik heb er geen idee van waar het kaftje terechtgekomen is. Maar geen schrik, de reden voor deze impulsieve daad is onschuldig. Ik heb gewoon geen zin om vol frustratie een schets te maken die niet wil lukken. Daarbij is de hemel nog veel te melkachtig, en ik wil geen stress. Ik wil gewoon genieten, in alle rust. Laat me.

Ik durf daarbij schaamteloos toegeven dat ik de object locator weer gebruik deze nacht. Ik heb niet voor niets betaald voor het ding, en met slechts twee toetsen positioneer ik de kijker richting mijn eerste object. Door de 9x50 zoeker zie ik hem als een wazig sterretje dat naast een geelkleurige ster staat. Ik laat meteen mijn 10mm Pentax in de oculairhouder schuiven, stel scherp en kijk.

Ongelooflijk, wat een spektakel.  Bolhoop M5, ik vind hem een stuk mooier dan M13. Eleganter, gracieuzer, het lijkt wel een face-on sterrenstelsel. Daarbij kan ik die gele ster in het Pentax-oculair nog net samen met M5 in beeld krijgen. Al hoort M5 gewoon in het midden van het beeldveld te staan, zodat hij in al zijn glorie te bewonderen is. Echt een grote hoop, waarvan opvallend veel sterren in een grote kring rond de korrelige kern lijken te slingeren. Prachtig gewoon.

Het weer is echt zalig te noemen. Zomers warm zelfs. Ik heb de dobson ondertussen naar de Lier gedraaid, naar Epsilon 1 en 2 Lyra. Bij een vergroting van 120 maal zijn beide sterren al te scheiden, al moet ik wel goed turen, maar de vier sterretjes laten zich netjes zien. Ik vergroot voor alle zekerheid even tot 240 maal, maar 120 maal voldoet eigenlijk. Felle sterren, wit van kleur, die onder een verschillende hoek van elkaar staan.

Ik heb vanavond geen enkele voorbereiding gemaakt en blader wat onhandig door de Pocket Sky Atlas. In Hercules vind ik Rasalgethi, een dubbelster die zich door het 25mm Plösseltje als een felle ster laat zien. Maar bij 120 maal toont deze ster zijn ware aard en ontdek ik een echt juweeltje. Waarachtig, de rillingen lopen over mijn rug. Ik zie twee sterren die de kleur van goud aannemen, en de kleine begeleider blijkt exact dezelfde kleur te hebben als de hoofdster. Het lijkt wel een artefact uit de grafkamer van Toutanchamon. Wonderlijk.

Ook Zeta Hercules blijkt een dubbelster te zijn, doch hoe goed ik ook probeer, ik krijg hem niet gesplitst. Vreemd, zelfs bij een vergroting van 480 maal lukt het me niet. Ik snap het niet, maar ik besluit gewoon een ander kunstwerkje te zoeken dat ik in het sterrenbeeld Serpens vind: IC4756, een open sterrenhoop die zich prachtig laat zien in de 9x50 zoeker. Met het 25mm Plösseltje is de sterrenhoop al niet meer beeldvullend te bekijken, en het begint me te dagen dat dit een echt verrekijkerobject is. Met het rode lichtje in de aanslag ga ik terug naar binnen om te verrekijker te halen, en jawel, IC4756 is een echt verrekijkerobject. Ik tel zo’n twintig sterren van dezelfde helderheid, die mooi beeldvullend in de verrekijker staan.

Ik kan het niet laten en dwaal even met de verrekijker rond in deze rijke omgeving, waarbij ik op de open sterrenhoop NGC6633 stuit, die tot mijn verbazing prachtig te zien is door de verrekijker. Ik zie hem als een langgerekt vlekje dat even horizontaal ligt als een vliegend tapijt, en door wat beter te kijken lossen er zelfs enkele sterren op in de hoop. En geloof me of niet, maar op het moment dat ik deze hoop onder ogen heb vertrekt er een vallend sterretje uit deze hoop richting horizon!

Ik besluit ook de dobson even naar NGC6633 te richten, maar ook deze hoop is te groot voor mijn sterrenkanon. Met de 13 cm Newton was het me anders wel gelukt om deze hoop mooi beeldvullend te zien, maar door de dobson laat de sterrenhoop zich wel een stuk rijker zien. Het lijkt of ik er midden inzit. Opvallend felblauwe sterren ook, en ook de boog naar de lucida is  weer duidelijk te zien. Mooi.

Messier 14 vervolgens, ik vind deze bolhoop net boven het dak van de woning. De bolhoop bevindt zich op een plek die baadt in een felle lichtsoep, waardoor ik de hoop niet krijg opgelost. Jammer, want deze bolhoop verdient een betere hemel. Ik push meteen verder naar Messier 27, en allemachtig, wat een grote nevel! Met het Pentax-oculair is hij werkelijk schitterend te zien. Ik neem het UHC-E filter er even bij waardoor de nevel nog wat beter loskomt van zijn achtergrond. Ik zie hem zoals ik hem op foto’s zie, maar dan zonder kleur. Knap. Echt.

En nog een laatste keer kijk ik met het blote oog naar de hemel. De Zwaan staat nog steeds vrij laag aan de hemel, van de Melkweg is geen spoor te zien. En plots hoor ik iets onwezelijks: het is een koekoeksklok die ergens bij de buren ontwaakt. Bij elke koekoek hoor ik een klepel tegen een klokje slaan. Ik kijk op mijn gsm, het is tien na een, en de moeheid dweilt plots alle waarneemstof naar de diepe krochten van mijn ziel. Een uurtje waarneemplezier, het was heerlijk, maar nu moet ik er echt in.

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________