Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4 maart 2010

 

 

 

Volgens een ongeschreven wet krijgt de zumba voorrang op het waarnemen, waardoor ik het zonder auto moest stellen en ik zonder verpinken naar de tuin verbannen werd. Leuk om maan en planeten te observeren, maar voor deepsky is die tuin gewoon een merde. Zeker nu er blijkbaar iets te doen was in de feestzaal achter mijn tuin, waardoor er een aanhoudende stoet van auto’s via de naastgelegen zijstraat naar de zwaar verlichte parking reed. Door die parking is het noorden trouwens elke nacht een hel van licht.

Maar ook het oosten bleek een witte gloed te bevatten, geen idee waar die vandaag kwam. De witte gloed van het westen bleek in ieder geval van de gewestweg te komen. Soit, ik was er deze keer wel in geslaagd om de buurman te overtuigen zijn tuinverlichting uit te doen. Twee keer bellen bleek de truc te zijn (de bel bleek nog steeds een kerstmuziekje te zijn), waarop een doodsbange buurvrouw wat aarzelend de voordeur voor mij opende. Toen ik haar zo lief mogelijk vroeg of de tuinverlichting deze avond voor een keertje uit kon zodat ik naar de sterren kon kijken, kreeg ik het volgende onzekere antwoord:  ‘Ik zal het aan mijn man vragen als hij straks thuiskomt.’ Gelukkig bleek de buurman kort daarna thuis te komen, waardoor het toch ietsjes donkerder werd. Bedankt buren (bij een andere buurman liet de kat dan weer af en toe een felle spot in mijn ogen schijnen, maar soit).

De hemel zag er in ieder geval een stuk transparanter uit dan de vorige waarneemsessie. Ik probeerde mezelf wijs te maken dat de omringende lichtvervuiling afkomstig was van vlakbij gelegen sterrenstelsels en pro-beerde de lantaarnpalen die me rechtstreeks aanstaarden zoveel mogelijk te deleten uit mijn grijze hersenmassa.

Ik begon in de Eenhoorn met een hidden treasure die ik door de 13 cm Newton al eens bewonderd had: Hagrid’s Dragon, of voor de mensen die het wat zakelijker willen houden: NGC2301. Door de 13cm Newton was deze sterrenhoop werkelijk oogverblindend schoon, en ook nu weer hoopte ik dat dit cluster me koude rillingen zou geven.

Helaas kwamen de rillingen niet tevoorschijn, vermoedelijk omdat het wolkje van onopgeloste sterren verdwenen was en er in plaats daarvan een volledig opgelost sterrenhoopje stond. Maar door er lang genoeg naar te kijken kwam de magie van het cluster alsnog naar boven. Mooi te zien bij 48 maal, bij 96 maal nog net beeldvullend. De heldere sterren vormen de vleugels van de draak, en dwars tegen die sterren bevindt zich het dikke lijf van de draak. Dat lijf toonde zich als verzameling zwakke sterretjes waarvan een oranjekleurige ster het hart voorstelde. De smalle hals van de draak bleek dan weer met een kronkel naar boven gericht te zijn. Een mooi cluster, maar de volgende keer wil ik hem beslist nog eens door de 13 cm bekijken.

NGC2232 – ook in de Eenhoorn – had ik nog nooit eerder gezien. Ook dit cluster leek mij een parel voor in de 13 cm. Bij 48 maal (Sirius Plössl 25mm) was het cluster nét niet beeldvullend te zien, tenminste, als ik mij niet vergiste en alle sterren die ik zag deel uitmaakten van de sterren-hoop. Ik zag namelijk een tweedelig cluster, waarvan het eerste deel een scherpe en lange speerpunt leek te zijn, waarvan het puntje een heldere ster bevatte die iets gebogen stond ten opzichte van de richting van de speerpunt. De speerpunt wees naar enkele heldere sterren die de vorm van een fruitschaal aannamen, waarvan de bodem naar de speer gericht was. Er viel mij in die fruitschaal ook een oranje ster op. Twee aparte vormen in ieder geval.

Nog in de Eenhoorn lonkte ik vervolgens naar het Christmas Tree cluster: NGC 2264. Beeldvullend bij 48 maal, eigenlijk hetzelfde beeld door de 13 cm, alleen een stuk groter nu, waardoor er misschien enkele sterren meer te zien waren. De helderste ster vormde de stam van de kerstboom, enkele andere (minder) heldere sterren tekenden de vorm van de boom af, en de zwakste sterren leken als slingers in de boom te hangen. Ik schroefde het UHC-E filter op het oculair (het enige filter dat ik momenteel bezit), doch van de nevel was niets op te merken.

NGC1662 in Orion, met de 13 cm zag dit cluster er als een mini-Melotte 111 uit. Bij 48 maal viel deze vorm mij niet onmiddellijk op, maar bij 96 maal kon je er echt niet naastkijken. Net zoals Melotte 111 leek dit cluster op een Duvelglas zonder voet, alleen leek het Duvelglas nu een kaars te zijn dat de vorm had van een Duvelglas, waarvan één zijde reeds gedeeltelijk was weggesmolten. De gelijkenissen met Melotte 111 zijn echter treffend. Leuk!

Ik kon het niet laten en nam ook nog eens de Orionnevel mee, M42, maar ditmaal schroefde ik onmiddellijk het UHC-E-filter op het oculair. Prachtig, wat een nevel, M43 was ook meteen zichtbaar, en ongelooflijk hoeveel ik ditmaal van M42 zag. Door er lang genoeg naar te kijken kwam werd er steeds meer nevel zichtbaar. Aan de zijde van het trapezium liep de nevel als een grote dikke vlek naar achteren toe, alsook zag ik weer ver-schillende breuklijnen. Een stuk verder, waar de dikke nevelbrij uitliep, zag ik twee sterretjes alsook een heldere ster waar ook een duidelijke waas van nevel te zien was, in tegenstelling tot naburige sterren. Maar hoe beschrijf je dit allemaal? Een schets maken lijkt me de enige manier.

Ik kon het niet laten om ook de Eskimonevel, NGC2392 nog eens te bekijken, ditmaal onmiddellijk met het UHC-E filter. Geen echte verbetering echter, de centrale ster was nu een stuk waziger te zien, alsook was de nevel zelf misschien wel iets duidelijker zichtbaar bij direct kijken, maar zeker niet mooier, alsook verloor hij nu zijn (moeilijk) zichtbare details. Zonder filter had ik de indruk dat het middenste deel van de nevel iets helderder was dan het buitenste deel.

M67 in de Kreeft: door de 13 cm was dit een prachtig cluster, maar door de 25 cm bleek hij nog een stuk mooier te zijn. Prachtig hoeveel sterren dit hoopje nu liet zien, en dit bij 48 maal reeds. Het leek wel het dikke lijf van een inktvis. Bij 96 maal was hij nog steeds mooi beeldvullend te zien en viel er mij een oranje ster op in de hoop. Ook de rij van vier heldere sterren – waar de sterrenhoop schuin tegenaan leek te hangen – was  duidelijk te zien en gaf het cluster iets extra’s. Nice, verry nice!

M41 in de Grote Hond: nog net boven het dak van de buren. Bij 48 maal al bijna niet meer beeldvullend te zien. Het deed mij aan het ET-cluster denken, alleen toonde M41 een ander monstertje. In het midden van het cluster vielen twee oranjekleurige sterren op die de ogen waren, en vier schuine armen bestaande uit heldere sterren leken al molenwiekend te willen ronddraaien. Het cluster liep in één richting uit waardoor ik er een lijfje met poten inzag. Een aangename verrassing.

Hop naar het sterrenstelsel: M82, dat dreef in de napalm van lichtvervuiling. Maar vreemd genoeg zag ik het toch iets beter dan de vorige sessie in het natuurgebied, wat wel iets over deze hemel zei. Een langgerekt stelsel waarbij ik bij perifeer kijken bij 96 maal een breuklijn leek op te merken in het midden van de sigaarvorm. Bij M81 keek ik duidelijk op de bovenzijde (of onderzijde) en zag ik een heldere kern met een waas van nevel daarrond, alsook vielen mij enkele zwakke sterretjes op die er vlakbij stonden. Jammer dat de hemel nog te lichtvervuild was op deze plek, ondanks de hoge stand van beide stelsels.

De Leeuw was op dit moment al iets uit de lichtprut gekropen, al werd hij nog steeds gestalkt. Toch besloot ik het een kans te geven om twee nieuwe Messiers te loggen: M96 en M95. M95 was ontzettend zwak zichtbaar bij perifeer kijken, enkel bij 48 maal dan nog. Ik zag ‘iets’, maar vraag me niet om het te beschrijven. Een zeer zeer zwak nevelachtig iets dat slechts bij perifeer kijken af en toe kwam piepen.

M96 liet zich dan wat beter zien en was bij een vergroting van 96 maal zelfs nog te zien. Maar net op het moment dat ik dit stelsel bekeek kwam er met de regelmaat van een Rolex een auto door de zijstraat gereden. En allemaal hadden ze hun grootlichten opgezet, waarop de verkeersdrempel de felle lichtstralen richting hemel schoot en het licht geprojecteerd werd op de witte rolluik van de slaapkamer. De rolluik fungeerde dan weer als spiegel waardoor de tuin plots in maanlicht leek te baden. Ik voelde de neiging opkomen om een George Bush-masker op te zetten en elke bestuurder eigenhandig uit de auto te sleuren.

Het feit dat ik twee nieuwe Messiers kon afvinken kon me gelukkig weer-houden om tot immorele daden over te gaan. Meteen besloot ik  M105 mee te pakken,  nog een Messier die ik kon afvinken, en onverwacht bleek NGC3384 er even mooi en even duidelijk naast te staan.

Kijk, en oké, Messier was een Fransman – en Fransen zijn nu eenmaal een raar volk – maar waarom die NGC ook niet meteen tot Messier-object bombarderen? M105 was trouwens bij 48 maal al een stuk duidelijker zichtbaar dan M96. NGC3389 liet zich dan weer niet zien. Ook M65 en M66 waren zichtbaar in de lichtbrij, maar de NGC die deze twee heren vergezelde dan weer niet.

Maar ik kreeg het koud en besloot om mij even op te warmen in de woonkamer. Het voordeel van in de tuin te staan. Na zo’n drie kwartier besloot ik nog even terug naar buiten te gaan. Het was nog steeds helder, al leek de wind te gaan liggen zijn en leek het plots een stuk vochtiger. Ik probeerde bolhoop M3 even op te zoeken, drijvend in een hemel die de kleur aannam van grijze garnalen met een verlopen geldigheidsdatum. Bij 48 maal leek de bolhoop eerst op een witte vlek  die naar de randen toe zwakker werd, maar na wat langer turen zag ik duidelijk het korrelig karakter van dit vlekje, en zag ik zelfs al enkele sterren die leken te vluchten van de bolhoop.

Bij 96 maal liet M3 zich al een stuk spectaculairder zien. Bijzonder korrelig en mooi, met een moeilijk te vatten vorm die zich het beste perifeer liet bekijken. Het deed me aan het bevroren beeld van een granaat denken, nét op het moment dat die ontplofte, waarbij sommige granaatscherven al gedeeltelijk van de granaat weggevlogen waren en de kern nog aan het openbarsten was. Heel mooi, ik kan haast niet wachten tot het bolhopenseizoen zich aanbiedt. Ik heb nog even gekeken met het 5mm oculair, maar die liet tot mijn verbazing volstrek niets zien (bij het einde van de sessie zag ik dat het UHC-E filter nog op dit oculair geschroefd was).

Volgens de Pocket Sky Atlas stond bolhoop NGC5466 in de buurt, maar de plek die de push to mij liet zien toonde niets van die bolhoop, werkelijk niets. Strange as hell, keek ik er misschien net naast, of is dat ding zo zwak dat hij met de lichtvervuiling niet te zien was? Ik gok op het tweede en zal het nog eens proberen onder betere omstandigheden.

M51 en NGC5195 dan maar, the Wirlpool Galaxy genaamd, een fasci-nerend hemelobject. Bij 48 maal vallen beide kernen onmiddellijk op. Perifeer kijken laat een vermoeden van spiraalarmen bij M51 zien, maar zeer zeer vaag, en dan nog in stukjes leek het soms. Een rond nevelachtig iets was met momenten wel duidelijk te zien. De brug tussen beide stelsels dan weer niet. Onder een echt donkere hemel moet dit een prachtig object zijn.

En als laatste object nam ik M108 in het sterrenbeeld Grote Beer nog even onder de loep. Met de 13 cm was het me nooit gelukt om dit sterrenstelsel te vangen, maar met de 25 cm liet dit stelsel zich bij 48 maal onmiddellijk zien. Zwak en duidelijk langwerpig, mijn vierde nieuwe Messier voor deze avond, en een leuke afsluiter. Stoppen bleek de goede beslissing te zijn, want overwacht rolde enkele minuten later de bewolking vanuit het oosten onverwacht onder de sterrenhemel door. Van een timing gesproken.

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________