Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onweerachtig mooi 

 

3 september 2011

 

 

 

 

Een uurtje geleden regende het nog pijpenstelen, maar op dit moment is de tuin mijn woonkamer. Ik zit in een comfortabele tuinstoel met de rugleuning naar achteren, kijk naar wolken die flirten met de sterren, verwonder mij over de zwoele temperatuur op deze eerste zaterdagavond van september. Een avond waar de sterren hand in hand gaan met weerlicht dat ergens in het zuiden tekeergaat. Spooky weer. Heerlijk weer.

De geur van pasgemaaid gras prikkelt mijn neus terwijl ik vol bewondering naar de hemel lonk, waar Wega en Altair de wolken bevechten. De overige sterren stellen zich tevreden met enkele open plekken die wisselen van minuut tot minuut.

Ik heb de rugleuning volledig naar achteren geklikt en staar naar het zenit. Cygnus staat pal boven mijn hoofd en eist alle aandacht op. De goudkleurige ster Sadr schittert in het beeldveld van mijn 10x50 verrekijker. Wat een verschil met Wega en Altair, die zich tooien in een maagdelijk witte kleur die versierd is met een capuchon van xenonblauw.

M29 valt op als een mysterieus vlekje en is zonder twijfel een Messierobject dat zich het beste door de verrekijker laat bekijken. Het hoopje laat bij momenten zelfs enkele moeilijk te vatten sterrenprikjes zien, een oogstrelend genot dat geen enkele sterrenkijker kan evenaren.

Collinder 399 laat zich in alle plechtigheid zien en ligt even horizontaal als de hoer van Bahia. Komeet C/900 P1 Garrad staat op het punt om het asterisme vaarwel te zeggen en toont zich als een amper te vatten vlekje. ‘Daar, een komeet’, hoor ik Charles vanuit zijn graf fluisteren. Inderdaad, dit is er eentje, een echte, reizend in een vreemde ellips rond onze zon.

Korte tijd later zie ik de kosmische sneeuwbal gegrepen worden door de wolken. Wolken die in zebramotief richting het oosten glijden, alsof ze lijken weg te vluchten van het zuiden, waar nog steeds weerlichten flitsen, alsof iemand het licht in mijn tuin probeert aan te klikken.

Er ontstaat een nieuwe open plek, die mij toelaat om de verrekijker naar M39 te richten. Ook M39 is een hemelobject dat zich van zijn mooiste kant laat zien door de verrekijker. Prachtig, de driehoek van M39 valt onmiddellijk op. Ik lijk de sterrenhoop zelfs volledig op te kunnen lossen. Perifeer kijken toont duidelijk de meeste sterren. Meer naar onderen zie ik trouwens een vlekje dat zich niet laat oplossen, al heb ik er geen idee van wat ik hier onder ogen zie. Kan het een NGC zijn?

Misschien, maar laat ik er verder geen tijd aan verspillen. Ik dwaal verder af en beland in Cepheus, waar de mooiste ster van het heelal te vinden is, de Granaatster. Met het blote oog lijkt Mu Cephei een normale ster te zijn, tot de verrekijker erbij gehaald wordt. Wat een prachtig obese ster, de diep oranje kleur slaat zich als een liefdesbrief rond mijn hart. Ik lijk zelfs een bolletje te zien in plaats van een sterpuntje. Mijn verbeelding slaat totaal op hol.

De wolken tonen weinig begrip deze avond. Mu Cephei wordt korte tijd later versmacht door een wolkendeken afkomstig uit Mordor. De hemel is nu grotendeels bewolkt, enkel in het zenit is er nog wat te zien. Ik beland terug onder het verenkleed van Cygnus, waar Omnicron 1 en 2 netjes zichtbaar zijn met het blote oog. Niets laat vermoeden welke verrekijkerpracht er op deze plek te vinden is.

Tot de verrekijker naar deze plek gericht wordt en de kunst van het contrast zich in alle heerlijkheid toont. Sterrenliefhebbers weten dat ik de optische dubbelster Omnicrom 1 Cygni bedoel, die zich als een goedkope reproductie van de Granaatster laat zien. De wonderlijke schoonheid zit hem echter in het samenspel met dat werkelijk gratieus dubbeltje 30 Cygni, dat beschilderd is met een pigment van korenbloemblauw. Wat een juweeltje, dit duo.

Maar ook Cygnus kan niet ontkomen aan de wolken. Helaas. Enkel Cassiopeia priemt nog als goedkope neonverlichting door de wolken heen. De rest van de sterrenhemel is volledig verdwenen. Weg, nada. En het weerlicht lijkt nu aan een steeds feller tempo te flitsen. Er broeit iets daarboven.

Ik verken de hoofdsterren van Cassiopeia en stel vast dat sommigen een opvallend getaande huid hebben. In een ultieme poging een laatste Messier te scoren probeer ik ook M52 te vinden, doch de wolken trekken het gordijn nu zonder medelijden dicht. Dit was het dan, ik staar naar een volstrekt bewolkte hemel.

Zin om naar binnen te gaan heb ik nog niet. Ik draai de tuinstoel naar het zuiden en stel scherp op een Linde, die gepland werd naast een lantaarnpaal die versteend werd door Medusa. Een vleermuis fladdert zenuwachtig in de schaduw van de boom, terwijl de achtergrond verlicht wordt door een steeds angstaanjagender geflits. Het lijkt of ik in het voorspel van een nachtmerrie beland ben. De wind waait zelfs door mijn gedachten.

En pas nu hoor ik het voor een eerste maal: gerommel, daar hoog in de hemel. Het onweer komt dichterbij, en terwijl ik dat besef vallen de eerste druppels al op mij neer. Ik berg de verrekijker op en geniet van het gedruppel, dat mij lijkt te beminnen, tot het enige tijd later steeds agressiever wordt.

Ik rep mij naar binnen en vlij mij in de zetel, waar ik het onweer ongeduldig tegen de voordeur hoor kloppen. De regen stort nu als een kamikaze neer, terwijl de donderslagen de vensters doen trillen van angst. Een gemeente vol bange hartjes, die met hun ogen open in bed liggen. Behalve ik, ik klik een nummer van Fiona Joy Hawkins aan en glimlach. Dol ben ik op je, moeder Aarde. Dol. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

10x50