Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Steve O’ Meara’s Herschel 400 Observing List is een prachtig boek dat je gewoon mee in het veld neemt. Vooral de foto en beschrijving van elk object is een dankbaar hulpmiddel tijdens het waarnemen. Jammer wel dat ik het waarnemen deze avond tot een tuinsessie moet beperken. De lichtkoepels en lantaarnpalen lijken me uit te lachen. Ze werken op mijn gemoed.

Door de aanhoudende periode van bewolkte nachten lijkt het trouwens een eeuwigheid geleden te zijn. Ik was de bewolking zelfs gewoon geworden, hoe erg dat ook moge klinken. En ondanks de sterren voel ik het waarneemvirus nog steeds niet pruttelen, ook al staat de dobson te popelen om het kosmische sop te doorklieven. Laat ik gewoon de object locator gebruiken en geen tijd verliezen. Laat ik gewoon waarnemen, zonder tijdrovend gezoek.

 

***

 

Ik begin met een open cluster in de Voerman, NGC1664, dat vlakbij de ster beta Aurigae te vinden is. Toch wel een hoopje dat de moeite waard is, zelfs in deze lichtprut. Ik tel een twintigtal zwakke sterren van dezelfde helderheid, die de vorm van een kruisboog of pijlstaartrog aannemen. Ook het helderheidsverschil met beta Aurigae maakt van dit hoopje een aangenaam kunstwerkje. Een mooi begin moet ik eerlijk toegeven.

Nog in de Voerman is ook NGC2126 te vinden, een hoopje dat zich op het eerste zicht verstopt in de schoot van een felle ster. Pas bij wat beter turen valt het hoopje mij op. Onzettend arm en klein trouwens, het lijkt op een kapotgevallen snoer waarvan de heldere ster de diamant betreft. Een zevental sterretjes, ontzettend zwak zichtbaar, ze doen me ook wat aan Melotte 111 in sleutelhangerformaat denken.

De Pentax XW10 laat echter wel een heel ander verhaal zien. Er zijn nu meer sterren zichtbaar, waardoor de vorm van het cluster ook verandert. Het lijkt nu meer op een smalle kerktoren of zo’n abstracte kerstboom. De heldere ster zou op de top van de kerstboom moeten hangen maar kleeft wat onhandig tegen de voet van de boom. Een knap clustertje wel, en wat een heerlijk gevoel plots, dat waarneemvirus, eindelijk raast het weer door mijn lijf.

Het lijkt vanavond ook al Voerman te zijn wat de klok slaat. NGC1857 is een open clustertje dat zich tot mijn verwondering niet laat zien door het 25 mm plösseltje. Pas als ik de vergroting opschroef toont de sterrenhoop een deel van zijn geheim. Onzettend zwakke sterren die als opgeschrikte houtduiven al klapwiekend lijken weg te vliegen van een mooie en felle oranjekleurige ster.

Rond die oranje ster hangen ook enkele witte, minder heldere exemplaren, die samen met de donkergrijze dotjes van het clustertje een kunstig sterrenpalet tonen. Het geeft me weer een ontzettend goed gevoel. Dit is echt genieten.

Maar vergeet NGC1857 even, want de volgende hoop slaat me haast van mijn pianostoeltje. NGC1907 zweeft vlakbij M38 en is een ontzettend klein en compact hoopje. Het lijkt een zwak, nevelig bolletje waar bij perifeer kijken enkele prachtige sterrenglinsteringetjes te bewonderen vallen. Zo ontzettend mooi en mysterieus. Ik krijg er begot kiekevlees van. Door de Pentax XW10 valt het sprookjesachtige hoopje ook iets beter te bekijken, en doet de vorm mij wat aan een bos Chrysanten denken. Geurig mooi.

En bij het volgende hemelobject moet ik even mijn wenkbrauwen fronsen, want volgens O’ Meara’s  boek is er in de Voerman een emissie – en reflectienevel te vinden. Kijkend naar de lichtprut van deze moedeloze tuinplek kan ik het niet laten om even cynisch te lachen. Maar soit, ik probeer het gewoon.

NGC1931 wordt ingetoetst op de object locator, en enkele seconden later loer ik alweer door het 25 mm plösseltje. En verrek! Wat ziet mijn lodderig oog daar? Een mysterieus ienie wienie vlekje, niet groter dan een uitgesmeerd sterretje.

Deze nevel smeekt om een hoge vergroting. In de Pentax XW10 valt de nevel bij perifeer kijken duidelijk op. Ik laat ook de 5 mm Orion Stratus even in de oculairhouder glijden, waardoor ik in de nevel twee gescheiden delen kan opmerken, en ik zie precies ook enkele sterren in de nevel. Dit object is in ieder geval een fascinerend nevelcomplex, waardoor ik er er langer dan verwacht naar blijf gapen.

Maar het sterrenplezier is nog niet ten einde. Ik zit nog steeds in de Voerman, waar de sterrenhoop NGC2281 mijn mond doet openvallen. Wat een ontzettend prachtig cluster. En zo groot en duidelijk. Dat dit geen Messierobject is begot.

De sterrenhoop laat zich het mooiste zien met een lage vergroting. Ik tel een twintigtal sterren die een bocht van honderdtachtig graden maken. Het doet me een beetje aan een uitgerekt Pac-man-spook denken. In de Pentax XW10 is de hoop nog steeds beeldvullend te bekijken en pronken alle sterren fier in de kleur van blauw badwater. Wat een leuke verrassing alweer, en dit gewoon in mijn tuin.

Pas nu verlaat ik de Voerman en richt ik de dobson naar het sterrenbeeld Tweeling, waar NGC2129 te vinden is. Hm, dit blijkt een arm en zwak cluster te zijn dat amper opvalt met een lage vergroting. Ik zie slechts enkele zwakke sterren die verspreid van elkaar liggen. Met een hogere vergroting doet het cluster mij wat aan een pinnemuts denken. Geen spectaculair cluster in ieder geval. Het minst mooie hoopje tot hiertoe.

Steve O’ Meara wil me vervolgens naar het sterrenbeeld Orion en Giraffe leiden, maar die plekken blaken werkelijk in een verschrikkelijke lichtprut. En terwijl ik zit te peinsen welk sterrenbeeld ik wil ontdekken, hoor ik plots mijn vriendin thuiskomen. Ik besluit de kijker terug binnen te zetten en een knuffel in ontvangst te nemen. Het is goed geweest voor vanavond. Dit was een onverwacht leuke tuinsessie. Met dank aan O’ Meara en de object locator.

 

Vorig verslagvolgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

lichtvervuiling:

vreselijk

 

SQM

begin: 19.60

einde: 19.64

 

transparantie:

redelijk

 

temperatuur:

1° C

 

_________

 

 

 

Orion XT10