Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2 maart 2010

 

 

 

Een bizarre avond met een aantal tegenslagen, waarvan de eerste zich voordeed toen ik naar de waarneemplek reed. In de doodlopende straat vlakbij de waarneemplek bleek namelijk een bouwwerf neergepland te zijn met een hoge kraan. Bovenop de kraan hing een spot die de hele bouw-werf verlichtte. Waarschijnlijk om te beletten dat dieven hun benen zouden breken.

Maar een nog grotere ramp bleek de aardeweg te zijn die naar de waarneemplek leidde. De weg bleek in een vormeloze modderbrij ver-anderd te zijn. Ik heb nog geprobeerd om er met de auto door te rijden, maar op een gegeven moment werden de sporen in de weg zo diep dat ik gegarandeerd vast zou komen te zitten. Dit zou wel eens een ramp kunnen zijn, gelet een terreinwagen een groot stuk aardeweg heeft kapot gereden. Als dit niet hersteld wordt is het in ieder geval gedaan met waarnemen op mijn geliefde waarneemplekje.

Met een bang hartje reed ik weer achteruit door de modderbrij, waarop ik naar het vliegveld van Oostmalle hobbelde, terwijl ik de modder van mijn voorruit wiste. Met redelijk wat stress achter de kiezen, want de bijna volle maan zou om 21.30 uur gegarandeerd boven de horizon komen. Het was ondertussen al 19.45 uur. En ook daar aangekomen bleek de ellende nog niet voorbij. Ik kreeg de object locator niet uitgelijnd, omdat ik geen enkele ster gevonden kreeg met de 9x50 zoeker. Mogelijk dat de zoeker niet meer juist afgesteld stond, want de vorige keer lukte het me wel, maar nu verwenste ik me in ieder geval dat ik nog geen red dot finder besteld had. Zeker een half uur heb ik liggen sukkelen voor ik kon beginnen.

En de hemel stond er bij aankomst schitterend bij, maar na een half uur bleek er van die grandeur niet veel meer over te zijn. Ik besloot geen tijd meer te verliezen en nam meteen de UFO-galaxy onder vuur: NGC2683. Duidelijk langgerekt en goed zichtbaar, maar nog te zwak om er onder deze hemel echt van te kunnen genieten.

Waarop ik gehaast de Eskimonevel (NGC2392) onder handen nam. Met de 13 cm Newton zag ik hem al eens eerder, ik zag toen niet meer dan een pluizig sterretje. Ook nu zag ik slechts een pluizig sterretje, maar dit was slechts bij 48 maal. Toen ik hem 240 maal vergrootte zag ik pas het verschil, ongelooflijk. Een ronde nevelige bal, met in het midden een ster. Ik kon geen structuur in de nevel ontwaren, maar onder een betere hemel – al dan niet met een filter – moet  deze planetaire nevel echt wel de moeite zijn.

De open sterrenhoop NGC2266 in de Tweeling was ook zo’n fascinerend object. De push to wees me de weg, maar een blik door het oculair liet niet veel zien. Tot ik wat beter tuurde, en ik hem vaag tevoorschijn zag komen. Met de barlow erbij was dit cluster een pareltje, het leek eerder op een kerstboom dan op een komeet, versierd met zwakke sterretjes en met op de top van de boom een prachtig helder sterretje.

NGC2420 bleek ook een klein en en relatief arm cluster te zijn onder deze hemel, maar een stuk minder magisch dan NGC2266. Makkelijk tot 240 maal te vergroten ook, al was het beeld het best op 96 maal.

NGC2355, amai, nog een stuk zwakker dan NGC2420, met de laagste vergroting slechts zichtbaar als een vaag vlekje, met de barlow erbij al een stuk duidelijker, doch een S-vorm kon ik niet in dit cluster herkennen.

Bij NGC2252 zat ik dan weer in een sterrijk gebied, maar geen idee waar het cluster ergens begon of eindigde. Volgens mijn gevoel heb ik hem gemist. Strange.

Ik draaide dan maar naar de volgende sterrenhoop: NGC2324. Met de laagste vergroting viel in dit cluster wel een Y-vorm op, en het is dankzij deze vorm dat ik het cluster herkende, want voor de rest kwam dit cluster eigenlijk niet los van zijn omgeving. Vlakbij stond trouwens een mooie heldere dubbelster.

Ik besloot vervolgens even naar een oude bekende te gaan: NGC2169 in Orion. Door de 13 cm Newton had ik dit cluster al eens bewonderd, benieuwd hoe hij zich door de XT10 zou tonen. Verrassend mooi zo bleek, een prachtig cluster, één van de toppertjes wat mij betreft. Al mooi zichtbaar bij 48 maal, en met de barlow ertussen was dit cluster helemaal de max. Wauw. Duidelijk tweedelig – het cijfer 3 en 7 vielen goed op – maar het waren vooral de helderheidsverschillen tussen de sterren en de verschillende kleuren (die me bij de 13 cm Newton niet waren opgevallen) die het cluster zo rijk maakten. Bij 240 maal bleek er ook nog een sterretje een dubbeltje te tonen. Een cluster dat bij elke vergroting een echt kuntwerkje bleek te zijn. Top.

Uit nieuwsgierigheid zocht ik tenslotte het duo M81 en M82 even op. Met 48 maal nog nét beeldvullend te zien. Maar ik heb dit koppeltje met de 13 cm Newton al eens onder een betere hemel gezien, en in de 13 cm zijn ze echt veel mooier samen in beeld te bewonderen, al zal de XT10 waarschijnlijk wel meer detail laten zien op sigaar M82, want dit sterrenstelsel toonde zich een stuk groter dan in de 13 cm. Jammer dat de hemel het liet afweten, en zonder dat ik het besefte was de maan al boven de Blommerschotse bossen komen piepen. Wat een prachtig zicht met het blote oog, die maan, geschminkt in de kleur van de sahara, die tevens de gong bleek te zijn die het einde van deze bizarre avond inluidde.


Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________