Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1 oktober 2008

 

 

Eindelijk. Toen ik zopas mijn laatst geschreven verslagje openklikte kon ik het amper geloven, twee maanden heb ik niet meer waargenomen. Twee volle maanden. Hoe kon ik het in godsnaam zover laten komen? Wat was er met mij aan de hand? Verslaafd was toch het woord dat mij met deze hobby associeerde?

 

Ik geef toe, de problemen met mijn gezondheid wogen zwaar door te laatste tijd. Abnormale vermoeidheid, hoofdpijn, evenwichtsstoornissen, oorsuizingen. Allemaal niet bevordelijk als je deze hobby in de praktijk wil uitoefenen. Maar toch, twee volle maanden … ik vermoed dat ik misschien toch een adempauze nodig had, even geen sterretjes meer. In plaats van nevels te schetsen legde ik me nu toe op het schetsen van  vrouwelijk naakt, las ik een goed boek of zakte ik in de zetel weg voor de kijkbuis. Rusten, op tijd in bed, een weekje naar de zon. Nee, ik heb de sterren niet gemist. Integendeel.

En plots kwam daar de herfst op bezoek. Lekker fris, een stuk vroeger donker, de geur van een nieuw seizoen, de mest die mijn virus voedde. Al fietsend van en naar het werk kwam ik tot de ontdekking dat mijn oude vrienden me niet in de steek hadden gelaten:  Janneke maan, die elke dag een andere smoel naar me trok, de felle ster Jupiter, die me als een verleidelijke sirene aankeek, Casseopeia, die me elke keer  -W-elkom heette.

Tot plots die spreekwoordelijke druppel  de emmer deed overlopen, totaal onverwacht, toen ik na een nachtdienst naar huis fietste. Ik kon er mijn blik niet afhouden en fietste bijna in de gracht, met mijn kop naar linksboven gedraaid en mijn mond op stand ‘open’: het machtige sterrenbeeld Orion, dat me zigzaggend over de smalle kronkelende weg naar huis deed fietsen. Het waarneemvirus begon te pruttelen. Er kookte iets binnen in mijn lijf. Waarnemen, jawel, plots herinnerde ik het me weer. Wat gaf dat waarnemen mij een kick, wat een heerlijke ontspanning was dat waarnemen voor mij. Ik kon niet wachten om dit terug te ervaren.

Maar dan wíl je terug waarnemen, en dan krijg je verdorie de kans niet. Ofwel stond ik met nachtdienst, ofwel moest ik er op tijd in omdat ik met de vroege stond. En ben je dan eens thuis tijdens een heldere hemel, krijg je net bezoek. Tot je eens een avondje vrij hebt en de volgende dag kan uitslapen, waarop het gegarandeerd weer bewolkt is. De natuur kent geen genade. Ook voor mij niet. Helaas.

 

Woensdagavond 1 oktober 2008, 21.30 uur:

 

Het maakte me niet uit, regen of geen regen, waarnemen wilde ik.  Door omstandigheden had ik een paar prachtig heldere nachten moeten missen. Frustrerend. Weg heldere nachten. In plaats daarvan wisselvallig weer, met af en toe een fikse regenbui, rukwinden en zware bewolking. Het zag er niet goed uit. Het gras van de tuin was zo nat als de Noordzee, de rottende bladeren kleefden als kwallen aan mijn schoenen. 

In het snel veranderende wolkendek waren kleine stukken hemel zicht-baar. Nog steeds buien, rukwinden. De herfst was in topvorm. In de woning was het gezellig warm en rook het naar wortelpuree en  worst. Maar niets kon mij tegenhouden, het koude weer gaf mij zuurstof, zin. Ik voelde me springlevend en was vastbesloten.

De seeing was belabberd. Jupiter kwam met momenten door het wolkendek piepen maar was niet te genieten. Zelfs met mijn groene filtertje kon ik de wolkenbanden nauwelijks zien. Het leek wel of er een kaarsje in Jupiter brandde, waardoor Jupiter met momenten oplichtte en weer bijna uitdoofde.

Wat een geluk dat ik mijn verrekijker had. Tussen de snel veranderde wolkenmassa’s genoot ik van de sterren die toevallig net zichtbaar waren. Maar dit plezier was slechts van korte duur. Ik voelde de eerste regendruppels al vallen. Met spoed nam ik de sterrenkijker vast en droeg ik hem terug naar de veranda. Nog slechts één opening in het wolkendek, laag in het oosten. Voor de rest was de hemel volledig bewolkt.

Met het blote oog zag ik geen enkele ster in die opening, maar mijn gevoel zei me toch eens met de verrekijker naar die plek te kijken. En wat een toevalstreffer, ik had onmiddellijk de Pleiaden in mijn vizier. Bangelijk mooi, en wat een aparte ervaring, op het moment dat ik naar de Pleiaden keek vielen de druppels op mij neer en likte de rukwind mijn gezicht.

De regen was gelukkig van korte duur. Nu kwam zelfs de Poolster te voorschijn. Ik zette de sterrenkijker terug in de tuin en maakte van de gelegenheid gebruik om de montering  richting Poolster af te stellen.

Rond Casseopeia kwam een groot stuk hemel vrij. Het dubbelcluster doemde plots op. Wat een prachtig object in de verrekijker. Ongelooflijk hoeveel sterren ik zag, de transparatie was duidelijk in topvorm. Ik probeerde vervolgens de Adromedanevel te vinden, vruchteloos helaas. En jawel, het oosten was ondertussen terug volledig bewolkt. Weg dubbelcluster, en al wat er rond stond.

Het was een waar kat –en muisspel met de wolken. Nu was het in het westen weer helder geworden. Na een tijdje vond ik daar het sterrenbeeld Lier. De laatste keer dat ik de Lier zag stond hij nog recht, nu lag ie op zijn zij. Waarschijnlijk omvergewaaid. Maar het was opvallend hoe weinig sterrenbeelden ik herkende. Ik voelde me een compleet groentje. Sterrenbeelden leren vinden wordt daarom een prioriteit van mij.

Gelukkig had ik mijn draaibaar sterrenkaartje bij voor nu. Alleen, het kaartje bleek in het donker niet echt handig te zijn, de namen van de sterrenbeelden waren niet te lezen onder het licht van een zwak rood lampje. Hierdoor merkte ik pas na een uur op dat ik het sterrenbeeld Perseus voor Andromeda hield. Op die manier kon ik natuurlijk nog lang naar de Andromedanevel blijven zoeken.

Even paniek. Het begon weer te druppelen. Ik sloot de sterrenkijker zo goed mogelijk af en wachtte bang af. De regen ebte weer weg, vals alarm. Gelukkig. Het oosten kwam weer met plakken vrij. Het dubbelcluster was nu met het blote oog te zien. Ik richtte de sterrenkijker, waarop mijn mond openviel. Prachtig. En wat ik onmogelijk achtte gebeurde dan toch nog deze avond. Het was ondertussen 22.50 uur, en er was plots geen wolkje meer te zien aan de hemel. Meer nog, zelfs de melkweg was plots zichtbaar! Het deed mijn lijf rillen, ik voelde me één met de natuur. Eindelijk, eindelijk!

Wat een prachtige transparantie, wat een waanzinnige hemel. De Pleiaden schitterden, het sterrenbeeld Voerman stond laag aan de horizon. Prachtig. Wetende dat ik heel de tijd verkeerd zocht naar de Andromedanevel probeerde ik het nogmaals. En nu maakte ik wel vorderingen. Andromeda lonkte naar mij, ik zag dat zij haar geheim aan me wilde prijsgeven. Ik nam de verrekijker en begon haar lichaam te verkennen. Andromeda smachtte naar me, ik zou niet stoppen voor ik haar plekje gevonden zou hebben. Na wat flirtend uitstel doemde plots haar hotspot op in mijn verrekijker. Wat een onbeschrijfelijk gevoel, ongelooflijk, wat een grote vlek. Zo prachtig had ik dit sterrenstelsel nog nooit gezien, zelfs niet door de sterrenkijker. Dit was geen vlekje, dit was bijna zoals ik het op foto’s zag, en dit door de verrekijker!

Ik liet de verrekijker zakken en kon hem nu met het blote oog zien staan. Maar wolken kwamen plots in snel tempo aangevlogen, alsof ze hun fout hadden ingezien. Ik wist het meteen, ik was betrapt, de sterrenkijker erbij nemen was zinloos. Binnen de kortste keren verdween Andromeda achter de wolken, ik voelde nog net een traan van haar op mijn wang vallen. Het was 23.00 uur gepasseerd en de wolken keken me boos aan. Verzet was zinloos, ik gaf mij over.

Zonder verdriet echter. Ik mocht eigenlijk niet klagen, toch? Wat een meevaller ondanks het gure weer. De Andromedanevel zal nog lang door mijn hoofd blijven spoken. Pure kunst. Ik hoop dat ik hem binnenkort nogmaals kan bewonderen onder eenzelfde transparantie, zonder wolken weliswaar. En één ding weet ik nu wel zeker …  de zin is terug!

 

Vorig verslag / volgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

_________