Sterrenplezier.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Starparty Tielen 

 

01 juli 2011

 

 

Het is iets na half tien, ik til de dobson op en draag hem al swaffelend naar het pasgemaaide weiland, drop hem naast het EQ6-monster van Luc en zet mij op het leder van mijn pianostoel. Met een opvallend droge mond.

Maar je leest het goed, ik ben niet alleen vanavond, Luc is er met zijn 10 inch Newton, Stef met zijn 8 inch dobson, en Steven met zijn ouders. En later komt ook Bram er nog eens aan met zijn spiegelreflex op statief, jagend op lichtende nachtwolken, terwijl ik hem met zijn kop naar boven in een slootje zie stappen, gevolgd door een kreet waarvan ik begot niet weet hoe ik die moet neerpennen, zelfs niet fonetisch.

Het is lang wachten wel, heel lang wachten, het lijkt maar niet donker te worden, maar uiteindelijk komt de zomerdriehoek dan toch nog langzaam te voorschijn, en Saturnus, met zijn dubbelster Porrima.

Maar het is nog veel te vroeg om naar deepsky te kijken, al kan Luc zich niet meer inhouden, geconcentreerd zie ik hem al naar Saturnus gapen, terwijl ik mij stierlijk verveel op mijn pianostoel. En wat doet een mens dan als hij zich verveeld? Inderdaad: de aap uithangen.

‘Getver, daar heb je de maan alweer!’, roep ik naar Luc, wijzend naar het oosten, waarop ik hem onthutst naar het oosten zie gapen, zeker tien seconden zoekend naar een nieuwe maan. Arme man.

Maar ondanks de ontspannen sfeer heb ik wel een naar voorgevoel, de strakke wind is volledig gaan liggen, en als ik even later naar mijn tubus kijk blijkt mijn angst volledig terecht te zijn: de dauw druipt als een waterval over de buis, en die dauw brengt ons zwaar in de problemen.

De föhn moet er zelfs aan te pas komen maar lijkt het gevecht niet te kunnen winnen. Stef’s hoofdspiegel doet mij zelfs aan mijn badkamerspiegel in putje winter denken, nadat ik een uur in een heet bad heb liggen weken.

Hopeloos gewoon, echt een tegenvaller van formaat, want ik wilde deze avond tien tot twintig nieuwe deepsky-objecten bekijken. Van de supernova in M51 is niets te zien, en zelfs M51 staat er werkelijk zielig bij.

Vlugger dan verwacht krijg ik het dan nog eens koud en besluit ik een paar extra kousen aan te trekken en mijn muts op te zetten. Maar op het moment dat ik in mijn auto kruip om mijn extra textiel te nemen hoor ik Bram als een speenvarken gillen.

Instinctief grijp ik naar mijn EHBO-doos, maar dan zie ik hem ook: een gigantische bolide die horizontaal naar beneden duikt, in een prachtig groene kleur dan nog, exploderend in meerdere stukken.

In het zenit lijken de sterren zich trouwens wel thuis te voelen, de melkweg wordt langzaam beter zichtbaar, met de verrekijker is het zelfs een feest om naar die plek te kijken. The Coathanger staat er werkelijk sprankelend bij, en zelfs in mijn simpele 10x50 verrekijker is de halternevel een pareltje voor het oog.

Ik had een ligstoel moeten meenemen, dan had ik het zeker nog een uur volgehouden, maar iets na eenen besluiten we ermee op te houden. De kletsnatte kijkers worden weer netjes opgeborgen.

En natuurlijk moet het mij weer overkomen, want ik hoor het Bram nog  zeggen toen hij van de auto terug naar de weide stapte, met een geforceerd stemmetje alla dame Edna:  ‘het stinkt naar stront bij den otto.’

Op dat moment lach je daar even mee en schenk je er verder geen aandacht aan, maar wat ruik ik als ik in de garage kom de dag daarop? Inderdaad: stront!


 

Vorig verslagvolgend verslag

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SQM

begin: 19.10

einde: 20.10

 

 

temperatuur:

10° C

 

__________

 

 

 

Helios 10x50